is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 701-750, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL V

1. De gebruiker of hoofdgebruiker van een opslagplaats, waarin bij het in werking treden van deze wet alcoholhoudende stoffen aanwezig zijn of waarheen op dat tijdstip deze stoffen in vervoer zijn, is, indien deze stoffen ingevolge artikel III aan navordering van accijns zijn onderworpen, gehouden uiterlijk de derde dag daarna bij de inspecteur aangifte te doen van de hoeveelheid, de soort, het alcoholgehalte en de hoeveelheid absolute alcohol van die alcoholhoudende stoffen, onder vermelding van de plaats waar die opslagplaats zich bevindt. 2. In afwijking van het eerste lid kan, indien artikel III, eerste lid, letter a, of tweede lid, letter a, van toepassing is, aangifte van het alcoholgehalte en de hoeveelheid absolute alcohol achterwege blijven. 3. Indien de alcoholhoudende stoffen welke reeds vóór het in werking treden van deze wet zijn afgezonden, na dat tijdstip worden ingeslagen in een opslagplaats in een zodanige hoeveelheid dat de som van deze en de op vorenbedoeld tijdstip aanwezige voorraad de in artikel III, derde lid, vermelde hoeveelheid, dan wel de reeds aangegeven hoeveelheid, te boven gaat, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aangifte uiterlijk op de eerstvolgende werkdag na de inslag dient te worden gedaan. 4. Als gebruiker of hoofdgebruiker van een opslagplaats wordt aangemerkt degene die eigenaar is van de in die opslagplaats aanwezige alcoholhoudende stoffen, of, indien de eigenaar buitenslands woont of is gevestigd, degene die hier te lande als zijn vertegenwoordiger optreedt. 5. De aangiften zijn aan verificatie onderworpen.

ARTIKEL VI

1. De accijns waaraan alcoholhoudende stoffen ingevolge artikel III zijn onderworpen, is verschuldigd door degene die volgens artikel V tot het doen van aangifte is gehouden. 2. De accijns wordt vastgesteld door de inspecteur en moet uiterlijk zes maanden na daartoe gedane uitnodiging voldaan worden bij de door de inspecteur aangewezen ontvanger. Hij wordt berekend overeenkomstig de aangifte en met inachtneming van hetgeen bij verificatie is bevonden. Is geen aangifte gedaan dan wordt de accijns aan de hand van bekende gegevens, zonodig bij wijze van schatting, bepaald.

ARTIKEL VII

Ter zake van uitvoer van likeuren en andere gezoete alcoholhoudende dranken, van andere samengestelde alcoholhoudende stoffen, onderscheidenlijk van parfumerieën, toiletartikelen en kosmetische produkten, wordt binnen drie maanden na het in werking treden van deze wet teruggaaf van alcoholaccijns slechts verleend naar de maatstaf van f 2667,- onderscheidenlijk van f 874,- per hectoliter absolute alcohol, nadat de belanghebbende, ten genoegen van de inspecteur, heeft aangetoond dat de accijns van de in de uitgevoerde goederen vervatte alcohol, naar die maatstaf is voldaan.

ARTIKEL VIII

Onze Minister is bevoegd nadere bepalingen ter zake van de overgang vast te stellen.