is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 701-750, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Onze Minister kan met betrekking tot de bij dit artikel aan de bedrijfsvereniging gegeven bevoegdheid nadere regelen stellen.

I

Artikel 27 wordt gewijzigd als volgt:

1. De tweede volzin van het eerste lid wordt gelezen: De in de vorige volzin bedoelde herziening heeft niet plaats, indien de toeneming kennelijk is voortgekomen uit een andere oorzaak dan die, waaruit de ongeschiktheid ter zake waarvan uitkering wordt genoten, is voortgekomen en de belanghebbende bij het intreden van de toeneming van de arbeidsongeschiktheid: a. hetzij niet verzekerd is; b. hetzij verzekerd is doch in het jaar onmiddellijk daaraan voorafgaande geen inkomen als bedoeld bij of krachtens artikel 6 heeft verworven noch geacht wordt te hebben verworven. 2. In het tweede lid wordt «het tweede lid» vervangen door: het vierde lid. Voorts wordt «het zesde lid» vervangen door: het achtste lid.

J

Na artikel 29 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 29a

1. Indien ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid tot 80% of meer herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft plaatsgevonden, vindt ten aanzien van de uitkeringsgerechtigde wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is vastgesteld met toepassing van een grondslag als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, hernieuwde vaststelling van een grondslag plaats overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 10, mits dat leidt tot een hogere grondslag dan die, welke laatstelijk aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering ten grondslag werd gelegd. Ten aanzien van degene voor wie tezelfdertijd het bepaalde in artikel 40 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt toegepast vindt de in de vorige volzin bedoelde hernieuwde vaststelling eerst plaats indien en zodra de in dat artikel bedoelde hernieuwde vaststelling van het dagloon plaatsvindt. 2. Voor de toepassing van het bepaalde in het vorige lid wordt in artikel 10, vijfde lid, in plaats van: «arbeidsongeschiktheid is ingetreden» telkens gelezen: «arbeidsongeschiktheid is toegenomen», en voorts in het derde en vierde lid, in plaats van: «op de dag, waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering ontstaat» gelezen: «op de dag, waarop het recht op hernieuwde vaststelling van de grondslag ontstaat». 3. Onze Minister kan met betrekking tot het bepaalde in dit artikel nadere en zo nodig afwijkende regelen stellen.

K

In het eerste en het tweede lid van artikel 32 vervallen de onderdelen b en c. Voorts wordt in deze leden het onderdeel d verletterd tot onderdeel b, waarna in het tot onderdeel b verletterde onderdeel d van het tweede lid «onder d» wordt vervangen door: onder b.

L

Artikel 36 wordt gewijzigd als volgt:

Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vijfde en zesde lid worden het tweede, derde en vierde lid gelezen: