is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 701-750, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL XXXIII

1. Per 1 januari 1980 wordt een toeslag verleend op de uitkeringen ingevolge de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945 die zijn ingegaan vóór 1 januari 1980, met uitzondering van de uitkeringen welke zijn berekend naar het in artikel 3, zesde lid, onder a, van die regeling genoemde inkomen, ter hoogte van het bedrag dat ingevolge artikel XXX, derde lid, van deze wet op de in dat artikel bedoelde uitkeringen zou zijn ingehouden, indien dit artikel op 30 september 1979 toepassing had gevonden, verminderd met het verschil tussen 2,2% van die uitkeringen en f 32,24 per maand, met dien verstande dat de toeslag ten hoogste het bedrag dat ingevolge genoemd artikel XXX, derde lid, wordt ingehouden kan bedragen. 2. Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en Onze Minister van Sociale Zaken kunnen met betrekking tot het bepaalde in het vorige lid nadere en zonodig afwijkende regelen stellen.

HOOFDSTUK XI. WET UITKERINGEN VERVOLGINGSSLACHTOFFERS 1940-1945

ARTIKEL XXXIV

De Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1977, 494) 7 wordt gewijzigd als volgt:

A. Artikel 18 wordt gelezen als volgt:

Artikel 18

1. De grondslag, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede en zesde lid, alsmede de bedragen genoemd in de artikelen 8, zevende lid, onder a en b, 10, eerste lid, onder d en e, en 15, eerste en tweede lid, worden door Onze Minister telkens herzien met ingang van 1 januari en 1 juli. Bij een herziening met ingang van 1 januari onderscheidenlijk 1 juli worden, met inachtneming van het bij en krachtens het tweede lid bepaalde, de grondslag, alsmede de bedragen verhoogd of verlaagd overeenkomstig het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober daaraan voorafgaande, onderscheidenlijk op 30 april daaraan voorafgaande, en het indexcijfer dat bij de laatste herziening is gehanteerd. 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald: a. wat onder indexcijfer der lonen, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan; b. welke componenten van het procentuele verschil, bedoeld in het eerste lid, bij de herziening buiten beschouwing dienen te blijven; c. welke componenten van het procentuele verschil, bedoeld in het eerste lid, op een andere wijze en in een andere mate dan bij de berekening van dat verschil is geschied bij de herziening in aanmerking worden genomen, een en ander op de wijze als bij en krachtens die maatregel wordt aangegeven. 3. De overeenkomstig de vorige leden herziene grondslag en bedragen treden in de plaats van de grondslag en bedragen, zoals die golden op de dag, voorafgaande aan de datum van ingang van de herziening. 4. Indien daartoe naar Ons oordeel een bijzondere aanleiding bestaat, kunnen de grondslag en bedragen, bedoeld in het eerste lid, bij algemene maatregel van bestuur met ingang van een bij die algemene maatregel van bestuur aan te geven datum worden herzien, waarbij kan worden bepaald, dat de herziening verschilt naar gelang de hoogte van de grondslag en bedragen. De ingevolge het bepaalde in de vorige volzin herziene grondslag en bedragen treden in de plaats van de grondslag en bedragen, zoals die golden op de dag, voorafgaande aan de datum van ingang van de herziening, met dien verstande, dat die herziening voor de eerstvolgende toepassing van het eerste lid geacht wordt niet te hebben plaatsgevonden.