is toegevoegd aan je favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1996, no. 71-89, 01-01-1996

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14. In de gevallen, bedoeld in dit artikel, zijn de artikelen 56, 57, 61 en 61a, van overeenkomstige toepassing.

B

Artikel 65 komt te luiden:

Artikel 65. Aanvullende uitkering

1. Aan de gewezen ambtenaar aan wie ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, wordt - indien de arbeidsongeschiktheid in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen arbeid of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en de ongeschiktheid niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten -een aanvullende uitkering verleend. 2. De in het eerste lid bedoelde aanvullende uitkering is gelijk aan het bedrag dat nodig is om de eventuele WAO-conforme uitkering, vermeerderd met de suppletie krachtens de Suppletieregeling burgerlijke ambtenaren defensie, aan te vullen tot 90,02% van de bezoldiging welke de ambtenaar heeft genoten in het jaar voorafgaande aan zijn ontslag. 3. De in het eerste lid bedoelde aanvullende uitkering is gelijk aan het bedrag dat nodig is om de WAO-conforme uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een invaliditeitspensioen aan te vullen tot een bepaald percentage van de bezoldiging welke de ambtenaar heeft genoten in het jaar voorafgaand aan zijn ontslag. Dit percentage is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: 80% of meer: 90,02% 65 tot 80% 73,31% 55 tot 65% 56,59% 45 tot 55% 45,01% 35 tot 45% 34,08% 25 tot 35% 22,50% 15 tot 25% 15,00%. 4. De aanvullende uitkering als bedoeld in het tweede lid eindigt op het moment dat de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden en in ieder geval na ommekomst van de duur van de suppletie dan wel met ingang van de eerste dag van de maand waarin de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt. De aanvullende uitkering als bedoeld in het derde lid eindigt op het moment dat de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden en in ieder geval met ingang van de eerste dag van de maand waarin de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt. 5. Indien het overlijden van een ambtenaar in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen arbeid of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, wordt aan degene die in verband met dit overlijden krachtens het pensioenreglement, bedoeld in artikel 54a, onderdeel g, een nabestaandenpensioen geniet, een uitkering toegekend ten bedrage van 18% van dit pensioen. De uitkering eindigt met ingang van de maand waarin de overleden ambtenaar de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de weduwe of de weduwnaar aan wie bedoeld pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgend op die van het hertrouwen.