is toegevoegd aan je favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1996, no. 167-190, 01-01-1996

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d. woning: een gebouw of deel van een gebouw, dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe is bestemd; e. assimilatiebelichting: kunstmatige belichting van planten en gewassen, gericht op de beïnvloeding van het groeiproces van de planten of gewassen, waarvan het geïnstalleerd elektrische vermogen op enig moment meer bedraagt dan 20 W/m 2 ; f. erfgrens: scheiding tussen aan elkaar grenzende percelen, voor zover niet bij dezelfde rechthebbende in gebruik; g. aaneengesloten woonbebouwing: drie of meer woningen, die op telkens minder dan 5 m afstand van elkaar zijn gelegen, gerekend van gevel tot gevel; h. object categorie I: - aaneengesloten woonbebouwing; - gevoelig object; i. object categorie II: - woning van derden, niet behorend tot een agrarisch bedrijf; - restaurant; j. object categorie III: - woning van derden, behorend tot een agrarisch bedrijf; k. meststoffen: meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet; l. vaste meststoffen: meststoffen die niet verpompbaar zijn; m. kunstmeststoffen: meststoffen van niet organische oorsprong; n. verkennend onderzoek: onderzoek ter vaststelling van de kwaliteit van de bodem op een wijze als aangegeven in het protocol Bodemonderzoek milieuvergunning en BSB, uitgave SDU uitgeverij, Den Haag 1993, dan wel in de door Onze Minister aangewezen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut met betrekking tot dat onderwerp; o. gasturbine: een werktuig, bestaande uit een compressor, één of meer verbrandingskamers en een turbine waarin brandstof met behulp van door de compressor gecomprimeerde lucht wordt verstookt, waarna het geproduceerde verbrandingsgas in de turbine tot een lagere druk expandeert en daarbij arbeid afgeeft aan een roterende as; p. ketelinstallatie: een installatie, bestaande uit een ketel, waarin brandstoffen worden verbruikt, daaronder begrepen de bij de installatie behorende voorzieningen voor de reiniging van rookgas, die in hoofdzaak is bedoeld om warmte over te dragen aan water, stoom of thermische olie, waarbij het water, de stoom of de thermische olie niet in direct contact treedt met de rookgassen; q. gasturbine-installatie: een installatie, bestaande uit een of meer gasturbines waarin brandstof wordt verstookt, met een of meer bijbehorende ketelinstallaties waar de verbrandingsgassen van deze gasturbine dan wel gasturbines doorheen worden gevoerd teneinde warmte over te dragen aan een medium dat niet in direct contact treedt met die gassen en waarin al of niet brandstof wordt verstookt en waarbij geen dan wel nagenoeg geen extra lucht voor de verbranding wordt toegevoerd; r. gasolie: gasolie in de zin van de Wet op de accijns; s. KO-vloeistof: een brandbare vloeistof, alsmede een tot vloeistof verdicht gas, waarvan bij 37,8°C de dampspanning, bepaald volgens NEN 928, uitgave 1970, meer bedraagt dan 98,1 kPa; t. K1-vloeistof: een brandbare vloeistof, geen KO-vloeistof zijnde, waarvan het vlampunt gelegen is onder 21°C, bepaald volgens NEN-EN 57, uitgave 1984, en die bij 37,8°C een dampspanning heeft van ten minste 35 kPa en ten hoogste 98,1 kPa, bepaald volgens NEN 928, uitgave 1970, of een verfprodukt waarvan het vlampunt lager is dan 21°C, bepaald volgens NEN 5328, uitgave 1972, of NEN-ISO 3679, uitgave 1984; u. K2-vloeistof: een brandbare vloeistof waarvan het vlampunt gelegen is op of boven 21°C en onder 55°C, bepaald volgens NEN-EN 57, uitgave 1984, of een verfprodukt, waarvan het vlampunt hoger is dan 21°C, doch