is toegevoegd aan je favorieten.

Jaarboekje voor de stad Delft, 1851, 1851

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sedert een aantal jaren ('in 1822 is de laatste schutterskoning vermeld) had de Confrérie , door eene verpligte ontruiming van haar lokaal, de schietoefeningen moeten staten , en bleven er eindelijk , van eene aanzienlijke naamlijst van leden , ten vorigen jare (1850) slechts twee over, zijnde de Heeren P. Achtienhoven en C. Hoekwater , ingezetenen dezer stad. Intusschen was den 1 Maart 1844 een ander Schietgezelschap binnen Delft tot stand gekomen opgßrigt door vier Artillerie-officicren, de Heeren C. G. van Denïzsch, J. F. Riesz , F. G. Riesz en J. L. Moerman , onder de Zinspreuk » Diletio ed » Arme.” (Vermaak en Wapenen.) Dit gezelschap had de bijzondere eer , kort na zijne oprigting , den toenmaligen Prins van Oranje onder zijne leden te tellen , en mogt, na Hoogstdeszelfs troonsbestijging , Z. M. Komhg Willem 111 als zijn Beschermheer begroeten. Aan dit Collegie was het wcggelegd , de aloude Ridderlijke Confrérie der vergetelheid te ontrukken. De Heeren Achiiendoven en Hoekwater kwamen op het gelukkige denkbeeld, de vereeniging en ineensmelting dezer beide Collegiën te bewerken , door de herinneringen der Confrérie inden schoot van Diletto ed Arme over te brengen. Zulks werd in het afgeloopen jaar tot stand gebragt bij een Manifest, hetwelk met de goed-

146