is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 31, 1936, no 1091, 05-08-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n.

Toen zij weer op de treeplank stond en naar haar schoentjes keek, die er uit zagen als grijs-grauwe klompen, had zij flink het land en was boos om haar domheid. Idioot die ik ben, dat ik geen overschoenen heb aangetrokken. Te laat natuurlijk, en zij startte de motor, en 't ging weer vooruit, altijd maar in de voren van het swastikaspoor.

Om een kuil te vermijden, had haar on bekende voorganger zijn wagen scherp aan de rechterzijde van de weg gestuurd, in de zwarte grond van een bouwland, dat niet afgerasterd was.

En plotseling zag Clara een diepe kuil, vol water, kapotte takken en stroo, als een oud verlaten slagveld, en zij geloofde dat haar swastika-voorganger daar was blijven steken en...

En direct daarop zat haar eigen wagen muurvast! De wagen was in diezelfde lamme kuil geraakt.

Hij zakte en zakte toen nog dieper en bleef ten slotte staan. De motor blokkeerde. Zij startte de motor weer zonder houvast. Ze ging geen duim vooruit. Toen hield de motor weer op en Clara deed niets meer en liét hem „dood" — bewegingloos.

Toen keek zij naar haar vader. Eigenlijk was het op dat moment haar vader niet, maar enkel en alleen een „passagier", die alles vermijden wilde om de chauffeur tc irriteren. Hij lachte ietwat wezenloos. „Pech hè," zeide hij, „maar je deedt wat je kon. Die andere kuil, daar! was al even erg! Ty bent een tip-top chauffeur, vrouwtje!"

Zij glimlachte tegen hem, met haar warme lach! „Neen, vadertje, ik ben eigenlijk een grote dwaas! Je hebt mij nog aange raden om slipkettingen om de achterwielen te leggen, maar natuurlijk wist ik 't beter En nu heb ik mijn verdiende loon. Eén ding is zeker: de meeste mannen zouden te keer gaan en 't is al een hele grote verdienste, dat je mij geen aframmeling geeft."

„Ik geloof wél, dat zoiets er bij zo'n gele genheid bijbehoort. Maar als je wilt, ga ik uit de wagen en kruip voor je in de modder als een grote schildpad, enkel en alleen om jou pleizier te doen."

„Neen! ik heb niets, ik voel mij best. ik ben vreselijk flink geweest al die tijd, dat ik dacht dat 't nodig was. Dat hield me over eind. Maar nu? Waarom zou ik eigenlijk niel opgewekt zijn. Wij zitten nu eenmaal flink vast en voor de gehele duur van de heerlijk zorgenvrije dag zullen wij wèl vast blijver zitten."

De vermoeienis van al die durende in¬

spanning kreeg in eens vat op haar. Zij zakte voorover, helemaal in elkaar, de benen gekruist onder de rand van de stuurvolant; de handen vielen langs haar lichaam en maakten een zacht knerpend geluid, toen zij langs de bekleding van de zitting gleden.

Zij deed de ogen dicht, haar hoofd boog nog meer voorover en 't was of zij haar halswervels hoorde kraken.

Haar vader bleef heel stil zitten, een schaduw in zijn „overall". De neerdrenzende regen bestreepte de mica ruitjes van de zij gordijnen.

Een verre trein floot, heel ver, over de verlaten, doorweekte velden.

Binnen in de wagen rook 't in-vochtig.

De stilte lag als een watten deken over hun hoofden.

Clara was in doffe versuffing en had het gevoel dat zij nooit meer in haar leven achter 't stuur van een auto zou zitten.

HOOFDSTUK II.

Clara zet „De Deftigheid" op zij!

Clara Boltwood woonde in Brooklyn op „de Hoogten!"

Mensen uit New-York en andere steden uit „het Midden Westen" schijnen Brooklyn een komieke stad te vinden.

In een groot huis, een en al deftigheid en lelijkheid en oud en ouderwets, woonde Clara Boltwood met haar vader, die weduwnaar was.

Henry B. Boltwood was vice-president van de Raad van Beheer van een grote maatschappij van spoorwegmateriaal.

Hij was een welgesteld man, maar niet stomrijk. Strijk en zet, elke zomer, werd dezelfde villa, aan 't strand van Yersey, gehuurd, en kwam dan mr. Boltwood elke „week-end" daar vanuit Brooklyn.

Clara was op een goede school geweest, en daarna gewend aan prettig niets-doen, gezellige niets-nuttigheden, bonbons en pralines en zoetigheid, en eigenlijk begreep zij niet waarom en waarvoor zij eigenlijk op de wereld was.

Zij hield van reizen, maar haar vader kon zich moeilijk vrij maken door zijn drukke zaken.

Zijn dag-bezigheid was: werken en te veel werken, en elke avond zich verwijten, dat hij te veel gewerkt had.

Overigens een sympathiek man, goed geconserveerd, met gezonde tint en een witte knevel.

Vroeger had Clara wel eens gedacht aan een goede, lieve man en een paar aardige kinderen, maar toen een hele reeks jongelui, die uit de kring hunner kennissen °r

vrienden, hun trouwliederen hadden uitgekweeld en hun prachtige, net even droge, pluimage hadden opgestreken en opgedoft, vond zij maar al meer, dat de grote fout van die solide jongelui was, dat zij juist „zo solide" waren.

Zij hield veel van dansen, maar zij ergerde zich steeds aan „danseurs" als zodanig!

De enige man, die haar gedachten bezig hield was Geoffrey Saxton, in de intieme kringen „van de Hoogten" meer bekend als Jeff.

Jeff Saxton was 39 jaar oud en Clara 23.

Hij was een flinke kerel vol werklust en had geen bijzondere deugden of ondeugden.

Hij had zijn graad aan de universiteit behaald, had een aardige tenorstem, aardige familie, aardige honden en had een aardige positie in de metaalbranche in New-York.

Als hem wel eens door onbeschaamde, of intelligente of minder welgestelde mensen vragen werden gedaan, kon Jeff, vóór te antwoorden, zo koel over hen heen kijken, dat zij zich dikwijls niet op hun gemak voelden en alleen daardoor hem al het geven van een antwoord bepsaard bleef.

En Clara vond die jonge mannen, zowat van haar leeftijd, pas afgestudeerd in Yaie of Princeton, die hard en goed werkten, en elke avond om 6.30 min. zich haastig in smoking kleedden, die gemakkelijk en dikwijls verliefd waren, en bewonderaars van grote sportfiguren, wel aardig, maar ook al niet meer dan dat! Zij behoefde Jeff Saxton niet te laten merken. Hij had zo helemaal zijn eigen opvatting. Hij kwam bij Clara aan huis, maar niet te dikwijls; hij droeg liederen voor met zijn aardige tenor, maar niet al te sentimenteel en hij inviteerde haar vader en Clara naar de comedie, maar overdreef niet. En hij zeide tegen Clara ook al weer niet te dikwijls, dat zij zijn godin der wijsheid was, zijn gehelmde Athene en zijn roos, de mooiste bloem ter wereld. Hij sprak over zijn goede positie, maar niet te veel en niet te in het oog lopend. En zo was hij altijd, flink en ferm en bedaard en beleefd en zonder veel drukte.

Clara zag het huwelijksbootje langzaam maar zeker pp zich toedrijven, naar haar licht en luchtig scheepje vol illusies en aspiraties en zij stuurde en manoeuvreerde rond en rond in wanhopige cirkelbeweging.

Toen kreeg haar vader de ernstige zenuwinstorting, die hij zo eerlijk en door en door verdiend had.

De dokter schreef rust voor, absolute rust en Clara nam hem helemaal onder haar hoede.

Reizen wilde hij niet. Ook wilde hij niet naar een zeebadplaats, maar Clara wist hem zo ver te krijgen, dat zij naar Minneapolis gingen, waar een filiaal was van hun maatschappij.

Geboren en getogen Brooklyn, was Clara vrijwel vastgeworteld en gegroeid aan „de Hoogten" en was weinig bekend met „het Westen". Zij dacht vast, dat Milwaukee de hoofdstad van Minnesota was. Maar toch was zij over 't algemeen nog beter op de hoogte dan vele harer vriendinnen. En ook had zij van horen zeggen, dat er in Daki ta wel honderden H.A. korenvelden waren, onafzienbaar, achter elkaar.

(Wordt vervolgd).