is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 31, 1936, no 1099, 30-09-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een dag voor de dieree

Zondag 4 October is het Dierendag. Wat zou dat betekenen? Zouden de koeien en paarden dan in de wei gaan dansen'? Och, nee hoor. Het betekent alleen maar dat mensen en kinderen, die vrienden zijn van de dieren, op die dag eens aan de dieren denken.

De Dierendag is ingesteld ter herinnering aan Franciscus van Assisi, een monnik, die van 1182 tot 1220 in Italië leefde, een groot vriend van mens en dier. Zingend en predikend en weldoende trok hij door het land. De vogels noemde hij z'n kleine broeders en zusters. Waar hij zag dat ze gevangen werden, wist hij ze op zijn vriendelijK verzoek te verlossen, zodat ze vrij de lucht in vlogen. Een sterke wolf, met wie hij z'n voedsel deelde, volgde hem overal. „Broeder wolf", zo noemde hij hem, deed niemand kwaad. Er ging geen dag voorbij of Franciscus deed een liefdedaad aan een of ander dier.

Wij kunnen het voorbeeld van Franciscus niet precies volgen. Maar wel kunnen wij goed voor dieren zorgen, ze beschermen en trachten wreedheid tegenover hen tegen te gaan. Dat willen onze lezers zeker allen. En op 4 October besluiten mensen en kinderen uit vele landen om dat zoveel mogelijk te doen.

En wie een hond of poes heeft, of een ander dier kent, laat die op 4 October iets vriendelijks doen voor hem, een klein feestdagje voor

hem maken. M. WIBAUT—B. v. B.

De gezellige familie van „De Rijzende Zon"

DOOR NAN JANSEN I.

„Kukeleku", roept Peter, de witte haan, hardop, als hij pas, tegelijk met de zon, is opgestaan, dat is een hele poos voordat de meeste mensen en kinderen uit de grote steden uitgeslapen hebben. Hij bedoelt er natuurlijk mee: wordt nu eens wakker, jullie langslapers, de dag is toch al begonnen. En het helpt ook wel goed, want gauw antwoordt zijn buurman, een goede vriend van hem, met wie hij als kuiken mee opgevoed is, van de boerderij „Welgelegen" en samen kraaien ze nu beurt om beurt om de boer en de vrouw en kinders te wekken, maar Peter stelt er altijd een grote eer in het allereerst te kraaien, omdat zijn baas de boerderij toch naar de opgaande zon heeft genoemd. Wat zou hij zich schamen als hij zich versliep! Nu is gauw alles op de been en het eerste werk is, de dieren van het nodige te voorzien. De boer en zijn zoons helpen de koeien, de melk doen ze in blank geschuurde bussen en intussen zijn er eeh heleboel goeie vrinden aan komen lopen, die wachten op hun ontbijt, wie denk je dat het zijn? 2 mooie poezen, waarvan er één 3 snoezige jonge katjes bij zich heeft, dan een grote bruine herdershond en natuurlijk een familie dwerghoenders, dat zijn van die kleine kippetjes, die ook al zijn ze volwassen, toch maar half zo groot worden als de gewone kippen. En dat hele stelletje kijkt oplettend toe of de bussen met melk klaar zijn, want die melk wordt eerst allemaal door een doek gezeefd, zodat er helemaal geen stof en vuil in blijft als de mensen ze drinken, maar je begrijpt dat alle dieren dat bezaksel uit die zeef verrukkelijk vinden voor hun ontbijt. Moedertje kip, het kleine kloekje wil er ook graag van drinken,

maar wordt zo geplaagd door die lastige poesjes, eindelijk verveelt het haar, ze zet haar veren op, nu lijkt ze wel tweemaal zo groot als ze eigenlijk is en vliegt op het brutaalste katje af — dat zou hem slecht kunnen bekomen, want met de scherpe snavel van het vertoornd? kippetje valt niet te spotten en met lange sprongen vlucht de plaaggeest naar zijn moeder, die het geval rustig aanziet: ze weet wel, dat er geen echt gevaar is. zolang zij zelf of haar kroost de kleine kuikentjes maar ge?n kwaad doet — en daar denkt niemand aan. Nu heeft de boerin nog een paar stukken grof roggebrood neergelegd, waar vooral de hond van smult, ze let ook op, dat ieder zijn deel melk krijgt, dan gaat ze naar binnen om voor de koffie te zorgen en de dikke sneden mik, een soort grijs brood, met boter klaar te maken voor de mensenfamilie, die ook al graag ontbijten wil. Als dan de varkens hun eerste portie hebben gehad, — die slokops moeten wel zes keer per dag een flinke maaltijd hebben —, en de paarden en koeien ook emmers water hebben opgedronken, komt iedereen binnen en je kunt begrijpen hoe lekker dan hun het brood smaakt. Nu is de dag echt

begonnen en Peter, de grote haan, heeft alle eer van zijn werk.

Een kleine kapelle

Er was eens een kleine kapelle, met vleugeltjes, heerlijk getint; die danste van bloempje tot [bloempje

en speelde met zon en met wind,

Ze danste omhoog en omlaag [weer,

ze fladderde hierheen en daar; soms koos ze een roos voor een [zitje

en rustte, heel eventjes maar.

Toen kwam er, gezongen, gesprongen

een blozende spring-in-het-veld; die zag het kapelleke zitten en is er vlug henen gesneld.

De vlinder was moe van h«> [spelen

en hoorde den Wildebras niet; die heeft in zijn hoed haar ge-

[vangen, het was in een oogwenk geschied.

Och arme! die kleine kapelle,

haar pootjes, haar vleugeltjes • [stuk!

Ze kon met de zon niet meer [spelen,

't was uit met haar vlindergeluk.

S. FRANKE.

*

Heimo in 't moeras

Omdat het Dierendag is, moeten we het opnemen van het slot van „Heino in 't moeras" in ons kinderblaadje nog een week uitstellen. Het is jammer van 't mooie verhaal, maar terwille van de gelegenheid om van onze liefde voor de dieren op Dierendag te getuigen, willen we wel een weekje geduld hebben. Niet? REDACTIE. L. T.