is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 31, 1936, no 1100, 07-10-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR STILLE UREN

Huizen

„De straat is de Universiteit van heel het volk", zei eens een professor in de kunstgeschiedenis. De man bedoelde het goed, maar hij kende de mensen slecht. Want wie kijki op straat naar de gebouwen, waar hij langs gaat, naar de huizen die hij passeert? Feitelijk niemand! En dat is jammer, want kijken kost geen geld en weinig moeite; de schoonste kunstwerken staan er in iedere stad in bijna elk dorp, kosteloos tentoongesteld voor iedereen. Laten wij ze niet achteloos voorbijgaan. Wie zich heeft aangewend, te waarderen, wat hem geboden wordt, leeft eens zo gelukkig.

Daar zijn de oude kerkjes uit de Middeleeuwen, met hun typische spitsboogramen en hun sierlijk beeldhouwwerk. Bloemfiguren klimmen langs de

randen van het dak en van de toren, welke laatste soms als kantwerk tegen de lucht afsteekt. Grote middeleeuwse kerken, zoals het buitenland die kent, hebben wij weinig. Maar wie in 't Zuiden komt, die weet, hoe rijk en wondermooi de St. Janskerk te Den Bosch is, en dan de Cuneratoren te Rhenen en de Dom te Utrecht, om slechts enkele te noemen. Ouder nog, en uiterst eenvoudig zijn de kerkjes in Drente; steunend op zware keien, werden ze gebouwd midden in 't dorp, vaak door een aarden walletje omgeven. Ze kijken peinzend neer öp de hen omringende boerderijen, met hun langgerekte vorm en beschuttend strodak, die rustig in het landschap liggen, net als eeuwen geleden.

Na de middeleeuwen kwam de tijd (nu een 4 a 500 jaar terug), dat niet alle mensen meer geloofden hetzelfde katholieke geloof, dat niet allen meer werkten en leefden voor die éne macht, die allen volkomen beheerste: de katholieke kerk. De menselijke geest had zich na veel worstelen, vrij gemaakt; zij wilde eigen wegen gaan en niet zich door de kerk laten voorschrijven, wat ze wèl en wat ze niet mocht denken. Het was de tijd van de Hervorming, waarbij in Nederland kwam de 80-jarige oorlog, de opstand tegen den Spaansen (wettigen!) koning, tegen het gezag! Uit deze woelige, kleurige periode dateren de

frisse, Hollandse baksteenhuizen, met hun trapgevels, versierd door witte, stukjes steen. Het was nu niet meer voor de kerk, dat men bouwde, het was voor 't volk, de burgers. Er verrezen stadhuizen met hoge stoepen en veel beeldhouwwerk in de gevel. Te Delft,

Alkmaar, Bolsward, Zwolle in heel

Nederland vindt men nog van die, in het stadsbeeld zo vriendelijk staande, huizen.

En wat later, toen ons land rijk werd door zijn handel, en welvarend, kwamen de trotse koopmanspaleizen, statig, van grijze steen gebouwd, met eyen soms, iets vergulds. Van Campen ontwierp het Amsterdamse Raadhuis op de Dam (thans Paleis van de Koningin), ,,'s werelds achtste wonder". En dan zijn er de grachtenhuizen der hoofdstad, het Voorhout in Den Haag, het Rapenburg te Leiden, de Ossenmarkt te Groningen en de buitens langs de Vecht, zoals „Over-Holland", 't Natuurvriendenhuis, waar vroeger hoog-gekapte en wit gepoederde dames wandelden, met wijd-uitstaande rokken en ingesnoerd middel, begeleid door gepruikte heren, een degen op zij van de korte kniebroek en de driekante steek onder de arm.

In de vorige eeuw begon de afbraak. Oude stadspoorten, historische gebouwen, alles werd gesloopt en niets goeds kwam er voor in de plaats. Maar reeds Jos. Cuypers, de bouwmeester van het Centraalstation en het Rijksmuseum te Amsterdam en het mooie slot HaarZuilen bij Utrecht, kwam hier tegen in opstand, 't Was echter eerst Berlage, die

Oud-Hollands huis te Middelburg.

luid het nieuwe verkondigde: geen onnutte sierselen, geen wegmoffelen van goten en andere nodige zaken, en geen namaak vooral! Geen hout, beschilderd als marmer. Is er geen geld voor marmer, dan liever baksteen gebruiken. „Eerlijk werk!" werd de leus. En de door Berlage gebouwde Amsterdamse Beurs, werd het voorbeeld voor de jongeren.

Nu komen de buitenlandse architecten en bewonderen Hollands bouwkunst. Nergens bijna, behalve dan in Weenen (zoals het was onder het rode bestuur), ziet men zulke mooie en Jrisse arbeiderswoningen, zulke ruime," blijde scholen. En toch, overal heerst soberheid, zijn strakke lijnen. Onze tijd is geen tijd van luxe. Zie het Hilversumse stadhuis, rustig, zonder enige pronk. Zie de boerderijen in de nieuwe polder van de Wieringermeer, met hun rechte deuren en plaatijzeren daken. De moderne bouwkunst is ernstig als de eeuw, waarin wij leven.

IGNA

Ontvangen

Van Texel tot Walcheren met medewerking van A. Viruly, Jan P. Strijbos en D. L. Daalder en een voorwoord van Prof. Dr. G. A. van Poelje. Uitgave Contact te Amsterdam.

Dit is deel I van „De schoonheid van ons land".

Dit boek is een prachtwerk over de kustlijn van ons land, die men op het mooie titelblad in blauw getekend voor zich ziet. De tekst is van genoemde schrijvers met als slot een gedeelte uit „Mei" van Herman Gorter.

Dan komen de wonder-mooie foto's; ze zijn zo mooi, die zeeën, die duinen, die vogels, die stranden, dat wij er geen woorden voor vinden. Dit is een standaardwerk, waarvan men telkenmale weer kan genieten.

# * *

Bij de Uitgeversmij. Querido te Amsterdam zijn weer vier nieuwe herdrukken van vroeger uitgekomen romans, prijs ƒ1.50, verschenen: „De roode Flibustier door Herman Heijermans"; „Martha de Bruin door August van Groeningen; De bloeiende weg door Eugéne Demolder; Straat Magellanes door Johan van der Woude. Alle op de bekende keurige wijze gebonden. In het bijzonder lijkt ons de keus goed van „Martha de Bruin", in die tijd een nieuwe wijze van schrijven, en die van de interessante reis-beschrijving van Olivier van Noort in „Straat Magellanes".

* * *

Dag Meneer Chips door James Hilton. Uitgave Hollandia Drukkerij te Baarn. Prijs ƒ 1.50 en ƒ 1,90.

Een iet-wat trieste onderwijzersgeschiedenis.