is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 31, 1936, no 1101, 14-10-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLEDING EN HANDWERKJES

Boekenkast-gordijntjes

Ten eerste geef ik u een raad voor kruissteek in twee kleuren. Echter is het patroon zó gekozen, dat u het gerust in één kleur kunt nawerken. Misschien hebt u ook wel een boekje D.M.C.-voorbeelden, dan kunt u ook andere randen gebruiken.

De bedoeling is, die rand toe te passen op boekenkastgordijnen.

Hiervoor neemt u de benodigde hoeveelheid beige of crème linnen of jute, die met één of twee kleuren niet te fijne wol bewerkt wordt. Hebt u een modern interieur, neem dan hardrood of hardblauw, en als tweede kleur zwart. Is uw interieur niet zo modern, neem dan eens enkel donkerbruin of zwart op beige of crème stof.

Ik voor mij zou maar één kleur nemen.

U haakt eerst onderkant en zijkanten met vasten of stokjes van de een óf de twee soorten wol om. Die rand moet 2 c.M. breed worden (let erop met de afmeting van het goed). Daarna borduurt u tweemaal de rand op de gordijntjes, zoals de figuur aangeeft. Neem de kruisjes zo groot, dat de rand a 12 c.M. breed wordt. Maak de rand niet te smal, dat staat zo dun in een breed gordijn. Begin en eindig niet helemaal aan boven- en onderkant. M. S.—B.

Mantelpak maat 44

(Op verzoek.)

Bovenwijdte 102 c.m.

Heupwijdte 110 c.m. op 20 c.m. onder de taille.

Mouwlengte 44 c.m. voornaad.

Roklengte 82 c.m.

Het pak wordt gemaakt van z.g. Engelse stof. Hiervan heeft men 2.75 M. nodig.

Het manteltje is getailleerd op 90 c.m., de tailleband van de rok is 78 c.m. wijd. De voorbaan moet dan iets ingewerkt, en deze ruimte weggeperst wor¬

den, wat bij Engelse stof gemakkelijk kan.

De rechtervoorbaan slaat met een plooi over de linkervoorbaan. De breedte van deze plooi is bij het patroon aangetekend, de diepte, van boven 18 c.m., van onderen 14 c.m, moet nog aangeknipt worden. Is de rechterbaan met plooibreedte en -diepte op de stof getekend, dan vouwt men van het patroon de breedte van de plooi voorbij m. voor af en tekent de linkerbaan op de stof om.

Indien het met knippen voordeligst uitkomt, kan op het midden van de plooidiepte desnoods een naad vallen, hierin valt dan meteen het split.

Het belegstuk van het manteltje kan tot de taille aangeknipt worden. Het bovendeel wordt met een dwarsnaadje in de taille aangezet.

Van de zak wordt de ene helft aan het voorzijpand geknipt. De andere helft stikt men aan het voorpand, vouwt de zak op 2" c.m. breedte om (dit deel steekt er dus boven uit, zie tekening) slaat hem verder naar binnen, waar de zijkanten op de andere helft gestikt worden.

De bustenaad kan smal opgestikt, of als binnennaad gestikt worden. Hierbij er goed op letten dat de buste- en taillepunten op elkaar uitkomen.

Het plooitje in het rugpand wordt gestikt en opengeperst, de rugnaad op qen reepje stof geregen en breed doorgestikt. Alle naden moeten in de taille ingeknipt worden, daar ze anders trekken.

Van de mouwen zet men eerst de voornaad in, stikt deze en de achternaad van het onderstuk. Nu zet men het onderstuk op en stikt daarna de