is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 31, 1936, no 1112, 30-12-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thomasvaer en Pieternel komen de Minde* ren iaa het Kiiiderblaadjje h.min gelukwensen voor liet Nieuwe Jaar aanbieden.

Pieternel: Wel, Tomasvaer, ben jij daar weer, zoals verleden jaar? Tomasvaer: Ja, Pieternel, zoals je ziet en steeds van zessen klaar. Pieternel: Ik dacht zo bij mezelve aan 't eind van dit seizoen: „Wij konden onz' Nieuwjaarswens ook aan de kinders doen." Tomasvaer: Je hebt gelijk, de grote en ook de kleine mensen, ze

hebben allen recht op onze goede wensen.

Pieternel: Ik vind het toch zó lief, dat week'lijks „Kinderhoekje"

en stil, niet zeggen, hoor, 'k verzamel z' tot een

boekje. En, zit ik met mijn kinders om ,,'t hoekje van de haard", d&n lees 'k ze daaruit voor; is dat niet heèl veel waard?

Tomasvaer: En, weet je Pieternel, wat ik zo prettig vind? Er is voor

„elk wat wils", voor 't grote en 't kleine kind.

Pieternel: De éne tekent graag, of schildert keurig net naar 'n

voorbeeld, dat ook steeds in 't Blaadje wordt gezet. Tomasvaer: En die verhaaltjes, sprookjes, wat zeg je daarvan, Nel? Pieternel: Nu, ik kan je verzeek'ren, die zijn bij mij in tel. Tomasvaer: Wij zullen nü toch maar onze heilwens af gaan steken voor heel 't volgend jaar, voor twee-en-vijftig weken. Tomasvaer) We wensen jullie allen, die trouw dit Blaadje leest, een en ) goed voorspoedig jaar, gezondheid 't allermeest. Heb Pieternel ) steeds je makkers lief, wees opgeruimd van geest en maak van Nieuwjaarsdag, vereend van zin, een feest.

S. SALOMONS—SOUGET.

ro

Wat de Kabootertjes en Elfjes op Oudejaarsavond doen

In het bos is het donker, pik-donker. Het is ook al heel erg laat, ai elf uur en het is doodstil, net of alles slaapt, de bomen, de bloemen, de kaboutertjes en de elfjes. Maar dat is niet zo. Als je heel goed luistert en heel stil bent, dan hoor je ze heel zacht fluisteren en heen en weer lopen.

Want het is 31 December en de kaboutertjes en elfjes hebben het juist heel erg druk, omdat ze straks het Nieuwe Jaar, dat nu nog slastpt bij de mensen moeten brengen. Dan nemen ze meteen het Oude Jaar mee terug. Dat is een reuze werk, want het moet feestelijk gebeuren. Ze zijn nu bezig het bedje, waarop de kleine 1937 gedragen zal worden, klaar te maken. Het matrasje van dennen naaien is al gereed, alleen het kussentje van mos moet er nog opgelegd worden.

Maar eindelijk is toch alles in orde en kan de tocht beginnen, de lange tocht. Want het is een heel eind. De kabouters wonen diep in het bos en het kabouterweggetje slingert erg. Telkens staat er een grassprietje of een mosplantje in de weg. Dus moeten ze nu gauw weggaan. Het is allemaal goed af3?s~rck«m. Tien kabouters zullen het bedje met 1937 erop, dragen. Om de kabouters zullen de elfjes

dansen, een vuurvliegje zal vooruit vliegen, omdat het anders te donker is onder al die zware bomen en kleine struiken. En achteraan komen nog een heleboel kabouters met rode puntmutsjes.

Nu be-int het hoor! De kleine 1237, die neg steeds slaapt, omdat hij pes om twaalf urr wakker hoeft te worden, wordt zachtjes opgetild en op zijn heerlijke, bedje gelegd. En alle kabouters staan k aar. Maar wat is dat? Het vuurvliegje is er niet. Zou die zich verslapen hebben? Dat is toch verschrikkelijk.

— Dan moeten we zonder lichtje gaan, — zegt een oude, wijze kabouter, met een he'e lange baard, — het is wel jammer, maar we kunnen niet op hem blijven wachten. En zo gaan ze op weg. Het is een hele optocht. De elfjes dansen-en lachen, die vinden het fijn, dat ze mee mogen. Wat is het toch donker, zo zonder lichtje. Ooooo, daar struike't al een elfje over een takje en verstuikt haar voetje. Nu moet z? thuirblijven. Wat is dat vreselijk. Ze huilt of haar hartje breken zal. De oude, wijze kabouter krijgt medelijden met haar en verzint er wat op. Hij trekt allemaal rimpels in zijn voorhoofd.

— Weet je wat, zegt hij, laat ze maar op mijn schouder komen z'tten. En omdat deze wijze kabouter het zegt vinden ze het allemaal goed. Zo wordt dus het kleine elfje gedragen door de sterke kabouter. Misschien is straks het voetje wal beter! Maar het vuurvliegje, die lelijke langslaper, is door haar gehuil wakker geworden. Hij strekt zijn vleugeltjes eens heerlijk en trekt ze weer in. En dan ineens schrikt hij. Wat is dat? Daar in de verte gaat de stoet. En hij is er ni^t bij. O, wat heeft hij een spijt van zijn domheid.

Vlug klapt hij zijn vleugeltjes weer open, laat zijn lichtje gloeien en vliegt, zoals hij nog nooit heeft gevlogen. Gelukkig haalt hij ze gauw in.

— Kijk, daar is mijnheer de vuurvlieg, — zegt de wijze kabouter als hij het lichtje ziet. — Wel foei, mag jij zo je afspraak vergeten? —

Maar het vliegje kijkt zo bedroefd en hij doet zo zijn best om het li htje helder te laten schijnen, dat de wijze kabouter niet boos meer kan zijn.

Ze gaan verder. Het vuurvliegje geeft zoveel licht, dat de elfjes goed kunnen zien en niet meer struikelen. Maar intussen is het al erg Iaat geworden. En ze moeten toch op tijd komen.

Wat zullen de mensen gek kijken, als het Nieuwe Jaar te laat komt, denkt een klein kabouter jongetje (één van de tien die het bedje draagt) en hij moet heel erg lachen. Hij stoot zijn buurman zo hard aan, dat 1937 bijna wakker wordt van het schudden en hij fluistert:

— Zeg, we moeten heel langzaam lopen, dan komt het Jaar te laat en hebben we de mensen fijn voor de gek gehouden. — De buurman vindt het prachtig en al gauw doen alle tien kabouters met het spelletje mee. Alleen de oude wijze kabouter weet van niets en denkt, het lijkt wel of ze moe worden, zo langzaam lopen ze. Dan moeten de andere kabouters, die er achter lopen, maar een poosje het bedje dragen. Dat gebeurt en het ondeugende kabouter jongetje kijkt erg op zijn neus.

Het is nu kwart vóór twaalf geworden en ze lopen wat ze lopen kunnen. De elfjes zijn nog niet moe en dansen nog steeds. Ze beginnen nu ook te zingen. Het klinkt zo fijn in die stille donkere nacht, net of er allemaal fijne zilveren klokjes klingelen.

Aan de rand van het bos zit het Oude Jaar geduldig te wachten met z'ln za-^o^-T. die bijna leeg is. Over een kwartier is die zandloDer geheel leeg. Dan komt het Nieuwe Jaar; 1937, die neemt de