is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Nederlandsche Vereeniging van Staatsburgeressen, jrg 11, 1926-1927, no 6, 15-06-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook wij zouden in deze laatste bepaling zonder meer slechts een theoretische verklaring zien, maar de Commissie zorgt er voor dat deze algemeene bepaling door nadere uitwerking beteekenis krijgt. Zoo 'blijft in 't Ontwerp aan den man behouden de keuze van woonplaats; samenwoning is verplicht, tenzij op grond van gewichtige redenen de rechter de vrouw van dezen plicht ontslaat. De leidende positie van den man wordt bovenal bevestigd door zijn rechten van beheer en beschikking der goederengemeenschap, tenzij anders is bepaald. Wel zal volgens 't Ontwerp de vrouw handelingsbevoegd worden. Maar bij gemeenschap van goederen als wettelijk stelsel heeft de vrouw als regel niets waarop haar crediteuren verhaal hebben. Deze bevoegdheid zou alleen bij scheiding van goederen, waarbij de vrouw de rechten over eigen goederen en inkomsten behoudt van practische beteekenis zijn.

Handelingsbevoegdheid der vrouw is als een nieuwe lap op een oud kleed, een fraaiigheid zonder groote waarde bij 't voorgestelde stelsel. Evenmin past o.i. in. het stelsel der Staatscommissie de hoofdelijke aansprakelijkheid der beide echtgenooten, dus ook van de vrouw voor huishoudelijke schulden. Dit is logisch en billijk in een stelsel, waarin de vrouw de beschikking behoudt over eigen goederen, maar niet in het systeem der Staatscommissie, waarin de man alle macht over het inkomen en kapitaal van beide echtgenooten bezit.

De omvang van 't begrip huishouding en van de wijze waarop de wederzijdsche verplichtingen tot levensonderhoud kunnen worden voldaan, wordt in het Ontwerp, gelijk in onze Schets ruimer gesteld dan in de geldende wet. Doch de Staatscomm. heeft verzuimd de 'nakoming dezer verplichting mogelijk te maken ook bij onwil van een van beiden.

Algemeen wordt het als een groote leemte in onze wet beschouwd, dat we niet een eenvoudig rechtsmiddel bezitten om iemand te dwingen zijn wettelijke verplichting tot levensonderhoud na te komen. Wij stelden voor in onze Schets de vrouw het recht te geven, na rechterlijke machtiging, beslag te leggen op een deel van het loon of het inkomen van haar man,, indien

hij niet vrijwillig voldoet aan zijn plicht voor het gezin te zorgen. Als we nu het Ontwerp der Staatscommissie toetsen aan de eerste van de drie eischen die wij Staatsburgeressen hebben gesteld vooi een gemeenschappelijke Actie voor Herziening der Huwelijkswet n.1. afschaffing van de maritale macht, en de vernederende gevolgen voor de vrouw — verplichting tot gehoorzaamheid en handelingsonbevoegdheid — dan zien we dat dit voorstel een stap in de goede richting doet, meer niet. Want wel wordt de opheffing voorgesteld van de handelingsonbekwaamheid en de plicht tot gehoorzaamheid van de gehuwde vrouw en zou ze een eigen domicilie kunnen hebben, maar het beginsel van 't mannelijk gezag in het huwelijk blijft gehandhaafd. Zelfs wordt niet voorgesteld art. 1759 te wijzigen, waarin met uitdrukkelijke woorden staat, dat de vrouw staat onder de macht van den man. Dit kan echter ook wel een verzuim zijn.

Maar aan onze beide andere wenschen, n.1. uitoefening van de ouderlijke macht te zamen, en behoud van beheer en beschikking der vrouw van eigen goederen en inkomsten wordt nog minder tegemoet gekomen.

Over de kwestie van de ouderlijke macht spreekt het Ontwerp niet. Men wil gelijk thans bij meeningsverschil tusschen de ouders, alleen aan den vader het beslissingsrecht over de kinderen laten. Zelfs zonder beroep op den rechter te openen, wat

;e \

,r12

Sur

in andere gevaJlen als nieuwe waarborg tegen machtsmisb'^le van den man in 't Ontwerp is mogelijk gemaakt.

Het beroep op den rechter is wel merkwaardig in dit onW s 1 I: van conservatieve strekking. Men heeft dit immers altijd grootste bezwaar genoemd tegen ons stelsel van eeliikffere1.,^ v

fifïllpiH Hot- Knirlo XT.. 1. i , .

nu uuüc ctnigcnuuieii. inu oenoort de regeling ouderlijke macht niet in 't Huwelijksrecht, doch wordt

trnffpn r»rv ppn nnHüi-q nloo+o :*< ^„ t~> wt t\ > < . , wei

pmaiö ui uiib .D. w. uai Kan eenter é>i, reden geweest ziin voor de r.nmmissip He c^n

— J ———— «WMIV «V- WVli VAIVUlg UC1 yw

tegenover de kinderen niet onder het oog te zien. Men *

toch ook wel WUzieinff voor van anHprp art!1/o1on h;q

J *-> O «..Vtv^v ui unwivn, \_iiv^ I,.

7lin hllifon ho + Q1

«Miivii nv.1 HU wcujtt.oiccill.

En we zaeen reeds Haf hii hpt hphmiH „«li

^ , uvhuuu v Cl 11 Iici W Cl l Cl IJK. Q .

van algeheele goederengemeenschap, met beheer en besd1' L king van den man ook van onze derde eisch weinig terecht Qp

Nieuw en als zoo vele verbeteringen vergeleken bij de teg' woordige absolute rechten van den man over de goederen! L meenschap zijn de beperkingen, die 't Ontwerp voorstelt. I ^ Art. 180 Ontwern benaalt. dat Hp hphpprpnrip / i

' -V..W.VHUV, *-v-ll IgCllUUl \| y* Q-

tr

■fcht.

>ch

'ge

°P de

'eeft

■geli

este;

kan ook de vrouw ziin") zonder machtimnrr «i(

J / VC4.11 ucj1 dllUCl I

mag wegschenken of kwijtschelden. Ook zal hii /nnHpr Hp mefl

werking van de vrouw onroerende goederen en schenen fl0i

ten haren naam staande effecten, goederen of inschulden kunnen vervreemden of bezwaren.

Indien deze machtip*in.cr wrtrHt o-pwpirrprH /ïfl'

o-"ö V» V*, Oiaai uciucp I

op den rechter. Terwijl genoemde handelingen zonder

macntiging verricht vernietigd kunnen worden znnwpi nn v

w , " - - .. v,* v^r

zoek van dengeen die 't beheer niet heeft als van dengeen wel het beheer gevoerd heeft.

Natuurlijk wordt voorgesteld Hat Hp

J o ' vlij

bij huwelijkscontract af te wijken van het wettelijk goedere'psct

bieisei. z,eiis zouden deze huwelijksvoorwaarden even gö tijdens als vóór 't huwelijk kunnen worden gemaakt met w33'

borg van de verkreeen rechten V^n HpfHpn T n Ho t-onrolil'lk)

* c_. — *• UL lCg»-' I

van het vermogensrecht is meer dan bij de onderlinge verliopgel

ding der echtgenooten, gestreefd naar gelijkheid van rechten v man en vrouw.

Zoo wordt voorgesteld dat ook bepaald kan worden dat vrouw met het beheer der gemeenschap belast kan worden,

dat zii tiidens het hphppr van Hpn

j J _ * Iiictn ICIVCUIU^ cil VCIciniW^ ,1

ding, en gemakkelijker dan thans, scheiding van goederen ^ I

Kunnen vorderen. Dit zijn natuurlijk technische groote verl

nngen van ons Destaand huwelijksrecht. Maar men mnpt fl

k

En de echtelijke verhoudingen moeten al heel slecht zijn, ^

ten vrouw daartoe overgaan. Een procedure van den eenen ec"

genoot tegen den ander, zelfs in den vereenvoudigden vorm ^ wordt voorgesteld, levert altijd het gevaar op, dat de huiselijk

steer daardoor tot het uiterste zal worden gesnannen Het

slechts een ultimum remedium, dat slechts in uiterst* <rPva.0

toe^enasf kan wnrHpn ï-ïool ïo+o i . - ,

.. nvvi cxiiLiciö ia uii ueroep op ^

rechter in ons systeem waarbij de gelijkgerechtigde echtgenoot11 van dezen als arbiter een beslissing vragen bij meeningsversd1''' Veel beter is het o.i., de vrouw de rechten over eigen goedfi^

te laten behouden dan haar, bij misbruik van macht door

man een hprnpn nn Ho tl f 0/-.T-1 4-r%

^ lV,Lllltl IC ^C V CU.

Merkwaardig is het, dat de meerderheid der Staatscominis5'8

nog altijd aankomt met de in Hpn innn H/H* +11 Hom oKoAlnif^ r\t\

— - * acouxuui U"

6.

r«ner

Aa

'ege

]a

2'i iu:

'en i

nd

lVijs

On

l00o

'as :

°^st

h0r