is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Nederlandsche Vereeniging van Staatsburgeressen, jrg 11, 1926-1927, no 10, 15-10-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

he!

de

idl'andpunt in dezen steeds uitkomen. In alles was zij actief. Zoo

pgen wij haar in volle actie onder de baanbreeksters, aie ae zoo Noemd geworden Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid in

'898 op touw hebben gezet. Die tentoonstelling inspireerae naar '°t daden: er zou en er moest iets gedaan worden aan de ver"erfelijke toestanden voor de vrouw in de huisindustrie — de

WpWoi- mkqi-h rvno-Arirhtt Hierbii kwam oorspronKeiijK een uei

i vvv-i u uKo

^velincsideeën van Margaretha Meijboom, het beginsel der

[^operatieve bedrijfsvoering, mede tot zijn recht.

I r J « . 1.: „U4-

Het positieve in den strijd voor net vrouweruueM^ui »au iar volle sympathie en spoorde haar aan om met kracht mede

e werken aan den strijd tot opheffing van economie u..8cUJ1'eid onder de menschen. Zij ging zich sedert 1905 wijden aan

let Werk der coöperatieve propaganda onder de vrouwen en r^ot zich met haar eigen kring Westerbrö aan bij de Coope'Htieve Handelskamer. Daarbij paarde zij de daad aan de gees-

'fliikp richting, welke laatste zich later weder culmineerde in

p mede door haar opgerichte broederschapsfederatie. Deze is % het ware een getuigenis van de ontwikkeling van haar ^estesleven, dat zich, zooals ook blijkt uit haar litterairen aibeid. ^ar zoo diep-menschelijke vertalingen, steeds meer bleef oefenen in de reinste menschenliefde, tot de dood haar den 26sten ^eptember aan haren arbeid ontrukte.

Margaretha Meijboom was, behalve vertaalster van Scandina-

v'sche litteratuur, in welke hoedanigheid geheel Nederland haar

ent pri waardeert, oprichtster van Westerbrö, van de Wekker,

van de Broederschapsfederatie, van de Scandinavische Biblio¬

theek van het Damesleesmuseum; bestuurslid van den Bond van

o ti rl cnho Vprl/r ui 1/cpnnnpfïiti van het Tnternational6

r 'vu^jjunuownv. v viuiuimjvuv^vium.v/, ■

Coöperatieve Vrouwengilde; secretaresse van den Nederlandschen

Coönpra+io„Qn \7rmiwpnHnnH• rpdar.tricp van de Vrouwenrubriek

'n het Coöperatief Nieuws.

L. ROMEIJN—TUCKEKMANN.

!

,te,

VERPLEEGSTER.^

„Verpleegster", als we dat woord hooren of geschreven zien staan, dan ondergaan velen een bijzondere gewaarwording. De Verpleegster was in huis toen Jantje zoo ziek was; wat heeft ze '°en met ons meegeleefd en wat wist ze hem later aardig bezig houden toen hij beter werd. Daar hoorde wat geduld toe, Want Jantje was leelijk verwend in dien tijd en zijn meegaandheid was soms ver te zoeken. Gek, dat je in zoo'n tijd zooveel ^et iemand doormaakt en dan nooit meer weet, hoe het verder

^et haar gaat. >

De „Verpleegsters" waren dengenen die mij hielpen,, toen ik 'n het'ziekenhuis lag. Wat konden die er moe uitzien; ze hadden °ok heel wat heen en weer te dribbelen op een dag, en wij Patiënten hadden heel wat noten op onzen zang. Later dringt e'genlijk pas tot je door, hoeveel er wel van zoo'n verpleegster ëevergd wordt, en van hoeveel markten ze thuis moet zijn, om

goed verpleegster te zijn.

De „Verpleegster". Praat me niet van de verpleegsters, want a's je een beetje buiten de gfoote stad woont, dan heb je zoo n Moeite om er een te krijgen en dan zijn er zooveel verschillende ^Ureaux waar je ze krijgen kunt, dat je niet weet, waar je e'genlijk toe te wenden. Het zou toch wel heerlijk zijn als er een vast punt was. waar je terecht kon.

De „Verpleegster". De verpleegster in huis dat beteekent veel ^®ld uitgeven en moeilijkheden met de dienstboden.

Achter al deze uitlatingen liggen groóte problemen voor de verpleegster zelf; hoe zorgt zij voor haar ouden dag; hoe kan haar werk in het ziekenhuis geregeld worden, dat zij niet oVei>moe wordt ? op welke wijze moet zij opgeleid worden tot verpleegster? hoe zou men kunnen komen tot eenheid van organisatie in de particuliere verpleging?, hoe zouden zij, die niet de volle som voor de particuliere verpleegster kunnen betalen, op minder kostbare wijze toch goed geholpen kunnen worden ?

Zoo zijn er zooveel vragen op het gebied der verpleging, wier oplossing niet alleen den verplegenden, -maar vooral ook den verpleegden en de algemeene gezondheid ten goede zouden komen. v

De verplegenden zelf hebben een vereeniging „Nosokómds", waarin met kracht gewerkt wordt, om tot oplossingen te komen, maar het is vaak moeilijk nieuwe inzichten te doen ingang vinden; dat kan alleen als de algemeene opinie dezelfde richting gaat, en dat dit nog niet altijd het geval is, ligt veelal daaraan, dat buitenstaanders nog niet geheel begrijpen wat de bedoeling iS) en hoe het in de verpleegwereld eigenlijk toegaat.

Daarom wil „Nosokomos" trachten aan buitenstaanders een goed begrip te geven, van wat er in het belang der verpleging gedaan zou kunnen worden en zij heeft gemeend daartoe eerst contact te moeten zoeken met de Vrouwenorganisaties in Nederland, omdat verplegen een zoo bij uitstek geëigend beroep is voor de vrouw, en omdat ook de huisvrouw bij een goede verpleging van haar gezin, zeer gebaat is.

Wie weet of het na eenigen tijd niet mogelijk zou zijn, dat de verplegenden in hun streven naar verhooging van het peil der verpleging en verbetering in de organisatie daarvan, gerugsteund zouden kunnen worden, door de Vrouwenorganisaties in Nederland.

Er zou dan een groot volksbelang gebaat zijn.

M. KEHRER, Presidente van „Nosokómos".'

Noot van de Redactie. De Ver. v. Staatsb. heeft Nosokómos steeds in haar streven gesteund.

CONFERENTIE COMITé VOOR DE VROUW BIJ DE POLITIE.

Behalve het Internationaal comité „voor Vrede en Volkenbond" dat in Nov. a.s. een studie conferentie zal houden, zijn er nog verschillende andere comité's door de „Alliance" ingesteld, o.a. „het Internationaal comité inzake de Vrouw bij de Politie". Aan de Unie voor Vrouwenbelangen is opgedragen daaarvoor in Holiand een afgevaardigde aan te wijden.

Presidente is mej. Rosa Manus, secretaresse Mi^s Allan, commandant of the Women's Auxiliary Service te Londen.

Dit comité is eerst ingesteld gedurende het laatste congres van de Alliance in Parijs, en heeft gemeend de gelegenheid, dat nu in November verscheidene vrouwen uit verschillende landen bij elkaar komen, te moeten aangrijpen, om een bijeenkomst te houden.

Er is voor de vrouw bij de politie een prachtige taak weggelegd en in verscheidene landen wordt reeds uitstekend werk door haar geleverd; ieder richt het werk in naar eigen opvatting en er heerscht nog veel verschil van meening, ook in elk land afzonderlijk, omtrent de vraag welke de taak van de vrouw bij de politie is. Het zij deze een speciaal preventieve, of ook een repressieve zou moeten zijn, d. i.: of de vrouw bij de politie alleen maatschappelijk werkzaam zal zijn, of dat zij ook een