is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1165, 05-02-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEVANGEN GENOMEN!

Ook deze strijdster

In Oostenrijk, in het christe# lijk#geregeerde Oostenrijk met z'n vrolijke hoofdstad Wenen, hebben in de vorige maand een aantal arrestaties plaats gehad. Onder hen zijn acht vrouwelijke partijgenoten: „allen behorende tot de flinkste, de dapperste, de meest toegewijde van onze strij# ders", zo lezen wij in de brief waarin deze treurige tijding wordt vermeld.

Onder deze acht gearresteer# den bevindt zich ook de jonge vrouw, waarvan wij nu en dan berichten ontvingen over de toe# stand in Wenen, welke berichten wij dan voor „De Proletarische Vrouw" verwerkten. Wij maak* ten kennis met haar in 1936 in

Uccle bij Brussel, waar zij deel# nam aan de Internationale Vrou# wenweek, en waar zij vertelde van de toestand in Oostenrijk. Zij was belast met de distributie van de illegale geschriften. Een opgewekt, sympathiek, jong meisje („die schone blonde pro# letarische Wienerin" zegt de briefschrijfster van haar.) Met een vrolijk woord voor ieder, maar diep#ernstig, als zij over haar werk sprak: „het moet wor# den gedaan en het is toch ook heerlijk om het te kunnen doen."

Zij voelde het als een heilige plicht om voor haar ideaal te blij# ven werken. Gevaar achtte zij niet; wat kon de politie haar ten slotte doen! Zo sprak zij in 1936 en haar afscheidsgroet was „Vrij# heid!"

Reeds toen had

zij geen vast

adres, maar moest van den een naar den ander zwerven om de politie te ontgaan. Ten slotte is zij toch in de woning van een partij# genote gearres#

teerd. Haar naamsverande# ring was blijk# baar bekend ge# worden. En met haar nog zeven an# dere vrouwen

en verschei# dene mannen. Ons aller ge# dachten gaan naar deze dap# pere strijders uit.

Kerkspitsen in Wenen — zij wijzen naar de oneindigheid.

WAT MEN AL ZO BELEEFT!

Bij ons op het dorp is een bus. Daarme# gaan we naar de stad, als we wat nodig hebben.

Vlak bij de standplaats staat eens in ckl week een dame met een N.S.B.-blad te col» porteren. Soms is 't een heer, maar meest een dame.

Laatst moesten we lang op de bus wacb* ten. Twee jonge meisjes en ik. Zij schenen de; N.S.B.-dame te kennen en wilden zich ami» seren door het aantal kranten, dat ze vei* kocht, te tellen. Ze hoopten — kinderachtig* he — dat ze niets zou verkopen. En ze juich* ten haast, als iemand voorbij liep zonder van het Volk en het Vaderland notitie te nemen. Toen een auto stopte om een blad te kopen, waren ze teleurgesteld. Maar weer blij, toen een jonge man — een beetje opzettelijk —• de kranten stond te bekijken en de koppen las, maar toch weer doorging.

Daar kwam de bus, de twee ondeugende meisjes gauw aan het raam, waar zij de colportrice konden zien. Weg reed de bus.

„Tien minuten hier gewacht," zei triomfantelijk de een, „en er is maar één krant verkocht. Zie je wel, dat de N.S.B. foeisie is!" •

K/laar de andere zei wijs, „ik geloof toch, dat 't goed is om op ze te letten, je weet nooit, wat ze in stilte doen. En 't komt er toch maar op aan, dat de N.S.B. foetsie blijft."

Ik hoorde alles stil aan.

U HEEFT OPGEMERKT

dat de bladzijden in ons vorig nummer in een verkeerde volgorde zijn geplaatst,

MAAR TOCH WEL BEGREPEN,

dat de plaat met de lachende kinderen („Onze hoop") naast de 2e bladzijde hoorde.

INHOUD:

„Arbeid adelt". — Gevangen genomen. —* Wat men al zo beleeft! — Feuilleton. — Vaccinatie. — Huishoudelijke wijsheid. — Kleding en handwerkjes. — Filmbespreking. — V.A.R.A.vrouwenhalfuur — Reisbrieven. — Ingezonden. — Uit de Gewesten. — Clubberichten. — Advertentiën.