is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1168, 05-05-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAT MEN AL ZO BELEEFl!

Hoe prettig het voor de huismoeder in het Derde Rijk is kunnen we uit het volgende leren: Bij een firma in Berlijn kocht iemand lakens en slopen. Toen het pak thuis werd uitgepakt viel er een biljet uit, waarop gedrukt stond: „Dit linnengoed mag bij het wassen slechts tot 40 graden verhit worden."

Een poging, om de niet kookbare goederen om te ruilen en het geld terug te krijgen, had dit gevolg: „Zeker, we nemen het goed graag terug" verklaarde de goed onderrichte verkoopster, „voor u echter het geld terugkrijgt, moet u mèt uw man, hier dit briefje onderteke-

II

nen.

En nu werd een gedrukt briefje over de toonbank gereikt, waarop stond te lezen:

„ik heb geweigerd, Duitse waren te kopen."

De koopster zag er maar van af. Ze nam het goed weer mede naar huis.

Een nieuw geluid!

brief van het platteland

U hebt misschien opgemerkt, dat ons platteland zich mag verheugen in grote belangstelling van vele partijgenoten. De A.J.C. vestigt telkens weer in proza en zelfs in poëzie („De Wielewaal" met haar radio-uitzending) haar aandacht op ons en volgende week wordt in een van onze grote werklozeninternaten het gehele programma gewijd aan studies over het leven en werken op het platteland.

Daarom meende ik goed te doen iets te vertellen over een geheel nieuw geluid, dat hier en daar in onze dorpen al gehoord wordt en dat voor de toekomst der S.D.A.P. èn voor onze vrouwenbeweging hier zéér belangrijk kan zijn.

In het Groningse dorp waar ik woon en werk, is een vrouwenclub met vooruitgaand ledental, veel goede wil, en

met een uitstekende leidster. Maar over 't algemeen is èn ontwikkeling èn belangstelling voor de geweldige vraagstukken van deze tijd beperkt. Dit is allerminst als verwijt bedoeld, integendeel, eerder als aanklacht tegen het kapitalistisch stelsel en de aanpassing, die de levens van deze vrouwen meedogenloos hard aanpakt. En het vervult mij telkens weer met grote bewondering, dat zij zo voorbeeldig trouw zijn aan onze beweging en hierin al haar hoop en vertrouwen stellen.

Van de jongere vrouwen, ook wel eens van een oudere, hoor ik vaak de klacht:

„Toen wij kinderen waren, hadden wij de A.J.C. moeten hebben, dan wisten we nu heel wat meer. Als je ouder wordt en het gezin wordt groter, dan kom je er niet zo gemakkelijk meer toe, veel te lezen en te leren".

Op de meeste dorpen is er geen A.J.C., meestal is het vinden van goede leiding moeilijk, de contributie is voor de ouders wel eens bezwaarlijk, enz. En nu heeft het Hoofdbestuur er een mooie oplossing voor gevonden. In elk dorp,

waar het maar even mogelijk is, wordt overwogen het oprichten van z.g. Jongerenkernen. In ons dorp bestaat onze kern nu al bijna een jaar. We hebben leden van 13 jaar en de oudste, tevens de hulp en steun van de leidster, is al 20 jaar. Contributie is zéér laag, pl.m. 4 cent per week. Deze kernen staan in A.J.C.-verband en de leden hebben plichten, maar ook rechten.

Sedert de oprichting ben ikzelf leidster van onze jeugdgroep en we hebben mooie resultaten. Toch is het niet mijn bedoeling propaganda te maken voor dit „nieuwe geluid in de jeugdbeweging!" Eerder zou ik u vrouwen willen vragen: „Ligt er ook voor u hier geen taak, of een deel van een taak?" En vooral de vrouwen, die het grote geluk en het voordeel hebben te beschikken over wat meer kennis en leidingkwaliteit, zou lk met nadruk willen wijzen op dit werk. En wel in de eerste plaats óm en vóór onze S.D.A.P. èn onze vrouwenbeweging. Als wij onze kinderen mogen vertellen over het leven en streven in onze rode beweging, zullen wij straks weten welke weg zij zullen inslaan. En onze jonge meisjes worden straks de jonge vrouwen, de toekomstige moeders, die ook eens, hoop ik, hun plaats zullen innemen in onze vrouwenclubs. Onze jeugd op het platteland heeft het zo bitter hard nodig! Hun jonge leven is dikwijls zo gedrukt en zo eentonig in het stille dorp. En er zijn in deze tijd zoveel invloeden, die hen wegtrekken van onze rode vanen! En voor dit werk behoeft u niet zo verschrikkelijk knap te zijn. Als je maar van kinderen houdt en wat beschaafde leiding geven kunt, kom je al heel ver. Het Hoofdbestuur èn het Gewestelijk Bestuur der A.J.C. staat u trouw terzijde. En uw werk in de vrouwenclub behoeft er vast niet onder te lijden, u doet een schat van kennis op bij het omgaan met kinderen, dit werk verruimt uw blik en dwingt u tot denken over veel waar u eerst in 't geheel niet aan dacht. In de Jongerenkernen van het platteland is werk te doen èn voor de mannen èn voor de vrouwen, werk dat op de duur een zegen kan zijn óók voor de vrouwenbeweging!

Onze kinderen onze hoop èn de

hoop van onze hele rode beweging! Over het eigenlijke practische werk, over het mooie opbouwende werk ervan, zal ik een andermaal nog eens schrijven.

J. L. V.

Religieus Socialistisch Congres

Het Vijfde Religieus-Socialistische Congres, te houden op 25 en 26 Februari a.s. te Amsterdam wil een antwoord geven op de vragen: Wat doen wij met ons leven? Waarheen gaat onze maatschappij? Hoe handelt onze „christelijke" regering? Inleiders zijn ds. L. H. Ruitenberg en dr. W. Banning, terwijl dr. Horreus de Haas een wijdingsbijeenkomst zal leiden.

Nadere inlichtingen verstrekt het bureau: Stadionweg 312 te Amsterdam.