is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1170, 16-02-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UITSTEKEND GESLAAGDE PROTESTVERCADERINC

Niet vergeefs is een beroep gedaan op de Amsterdamse vrouwen om hun verontwaardiging over het voorontwerp van minister Romme tot uiting te brengen: toen de voorzitster de vergadering van 7 Februari opende, was het Concertgebouw tot de laatste plaats bezet, terwijl velen nog onverrichterzake naar huis moesten terugkeren.

Vrouwen van geheel verschillende levensomstandigheden en van vaak zeer uiteenlopende overtuiging, hebben hier eensgezind een klinkend antwoord gegeven op de aantasting van hun recht op arbeid.

Verheugend was, dat ook een groot aantal mannen zich deze vrijheidsbeperking bewust was.

Van alle kanten deden de verschillende spreeksters en sprekers een fel licht schijnen op het voorontwerp, waartegen dit geenszins bestand bleek te zijn.

Al dadelijk was dat 't geval, toen onze partijgenote mr. Ribbius Peletier de inhoud ervan uiteenzette en toelichtte.

Als eerste na de opening wees deze spreekster de fouten en onrechtvaardigheden van 't ontwerp aan:

Alleen de vrouwen in huiselijke dienst blijven vrij te werken. Daar „levert de

aard van het

werk geen grond tot ingrijpen op". Maar ziet: ook juist daar vallen de arbeidsters niet onder de Arbeids- en Ziektewet!

En tot hoeveel achterklap zal gelijkstelling van huwelijk en concubinaat niet aanleiding geven! Immers: de werkgever is ook strafbaar als hij een vrouw, die in concubinaat leeft, in dienst heeft.

Nu gaat spreekster over tot de uitzonderingen voor de vrije beroepen, de vrouwen van ondernemers en de arbeid uit noodzaak.

Bepaald slechter zal de toestand voor vrouw en gezin in 't eerste geval worden, zeker niet beter in de beide laatste. Nu staan de vrouwen van ondernemers onder de macht van hun echtgenoot. Dit zal voor den minister misschien aanleiding geweest zijn, denkt spreekster, te veronderstellen, dat t hier wel los zal lopen.

Maar hoe staat het met de vrouwen, die arbeiden uit noodzaak? Ook deze arbeid is vrijgelaten, immers: „de zorg voor het levensonderhoud is hier een plicht van de eerste orde". Hier moet de vrouw het verder dus maar stellen met

E. Ribbius Peletier

het respect van den minister. Dan is er nog het maximum gezinsinkomen. Telkens weer zal daardoor een pijnlijk ambtelijk onderzoek moeten plaats vinden, wil de vrouw als voornaamste kostwinster mogen doorwerken. Dus alleen materiële motieven, niet de begaafdheid enz. komen hier in aanmerking.

Tot slot zei spreekster: De S.D.A.P. is tegen het wetsontwerp, vóór vrijheid en zelfbeschikkingsrecht voor de vrouw.

Arbeid uit nood betreuren wij ook, maar laat men die nood dan wegnemen, dan zal de vrouw vrij kunnen beslissen.

De volgende aanval deed mevr. Ch. L. Polak—Rosenberg, die de maatschappelijke taak van de gehuwde vrouw behandelde: De minister bedoelde, dat de enige taak voor de vrouw in het gezin en het verzorgen der kinderen ligt. Hij vergeet hierbij, dat 25 pet. der gehuwde vrouwen geen kinderen te verzorgen hebben. Bovendien, al verricht ze geen beroepsarbeid, toch kan ze zeer veel buiten dat gezin doen, b.v. een goede domineesvrouw. Dat een vrouw iets betekent voor haar kinderen in de uren, dat ze er is, dat is het belangrijkste!

Behoeft een man niet alles zelf te doen om het bedrijf te doordringen van zijn geest, voor hetzelfde zal een vrouw kunnen zorgen ten opzichte van haar gezin. Ook de problemen van haar kinderen zal zij beter kunnen begrijpen als zij zich in de maatschappij beweegt.

De heer Deering sprak namens de vrijzinnig-democratische jeugd: De jongeren zijn door de grote problemen van deze tijd dichter tot elkaar gekomen. Zij zullen enthousiast een offer brengen als dit werkelijk verantwoord is...

Na de pauze zou de Belgische mademoiselle G. Hannevart spreken. De minister meende dit te moeten verbieden; tegen het voorlezen van haar rede had hij echter geen bezwaar.

Zo kon haar boodschap toch het oor van de Nederlandse vrouwen bereiken, waarin ze op de solidariteit van de Belgische academisch gevormde vrouwen met de werkende vrouwen uit alle landen wees en haar hoop uitsprak, dat onze actie hetzelfde resultaat zou opleveren als eens bij een dergelijk geval de hunne.

Voor de Liberale Staatspartij werd het standpunt uiteengezet door mr. Wendelaar. Misschien, zei deze, was er nog met de liberalen te praten geweest, als dit ontwerp ter bestrijding der werkloosheid was aangediend. Een principe echter, dat de individuele vrijheid aantast, kan nooit hun steun verwerven.

Valt er bovendien niet veel meer te verwijten aan de boemelende, dan aan de werkende vrouw?

Zullen niet alleen de gehuwde, maar straks ook de andere vrouwen naar de keuken terug moeten? Mr. Wendelaar is er bang voor.

Een andere vrees heeft mej. dr. N. A.

Bruining, van de Centrale Commissie van Vrijzinnig Protestanten, n.1., dat niet alleen de vrouw onder curatele van den man, maar het hele gezin onder die van de regering zal komen te staan. Het „natuurlijk bestel" hangt volgens spreekster af van het levensdoel: de ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid. Het trouwen is voor de vrouw een persoonlijke daad. Ze zal dan samen met haar man verder haar gezin moeten opbouwen, 't Is wel erg, dat men in een land, waar een koningin regeert, met zo'n voorstel aankomt. Moet prinses Juliana zeggen: ik heb man en kind, dus kan ik niet regeren?

Men zegt: een man moet weten, dat thuis zijn vrouw op hem wacht. Deze zal echter veel meer begrip voor zijn moeilijkheden hebben, als ook zij werkt.

De vrouw houde dus het recht op eigen persoonlijkheid.

Ook de christelijk-historische mevr. J. C. van Amstel—Von Löben Seis verzette zich scherp tegen het voorontwerp. Voor haar was „natuurlijk bestel" een zwevend begrip. Immers alleen de Heilige Schrift vertegenwoordigt vastheid voor haar en hier wordt de vrouw niet in de eerste plaats als geslachtswezen, maar als mens beschouwd: de zij-mens.

In het slotwoord van mej. mr. M. A. Teilegen dook nog even een nieuw geluid op: „Klinken de argumenten, waarmee dit ontwerp verdedigd wordt, niet sterk fascistisch. In elk fascistisch handboek zijn ze te vinden", zei zij waarschuwend.

Deze vergadering, die wel op een zeer hoog peil stond, sloot zij met de volgende oproep: „Aan de Nederlandse vrouwen de taak, te zorgen, dat deze eerste stap op het pad van de aantasting der vrijheid, nooit gezet wordt!"

Wij hopen, dat de vrouwen inderdaad al hun kracht zullen aanwenden om te verhoeden, dat dit gebeurt. C. d. B.

Logies gevraagd voor deelnemers aan het Religieus-Socialistisch-Congres

Voor het 5e Religieus-Socialistisch Congres, dat op 26 en 27 Februari te Amsterdam wordt gehouden, blijkt grote belangstelling te bestaan. Amsterdam zal een vijfhonderd congresgangers van buiten voor de nacht van 26 Februari ■— van Zaterdag op Zondag — moeten onderbrengen.

Vele Amsterdamse medestanders hebben zich reeds gemeld voor het herbergen van een gast, maar we komen nog een paar honderd slaapplaatsen tekort.

Wie één of meer mensen 'n onderdak kan bezorgen voor die éne nacht, melde zich bij het bureau: Stadionweg 312, Amsterdam-Z.