is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1170, 16-02-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de publieke vrouwen huisden. In kleine kamertjes lagen ze heel lui op een divan uitgestrekt. De gezichten onbeweeglijk, alleen de donkere ogen flitsten. Als we groetten, zeiden ze ons vriendelijk goedendag. Ook hier schijnt dit oudste beroep nog welig te tieren.

In een tijdschrift las ik, dat het nog veel moeite kost om door te dringen in de gezinnen van de Arabieren, en vooral om het vertrouwen van de vrouw te winnen. De verloskundige, die gesluierd rondgaat, bereikt wel wat. Er is nu een jonge Arabische vrouw, die in Parijs voor dokter studeert en zich hier vestigen zal, doch dan de sluier zal aannemen, om het vertrouwen van de vrouwen te winnen.

Maar toch zagen we hier in de stad een plaat hangen van de socialistische j eugdorganisatie.

En we zagen een optocht van gemeentewerkers-Arabieren, die naar het stadhuis trokken, omdat ze loonsverhoging wilden hebben. De frank was gevallen; ze wachtten er niet te lang mede om te protesteren. Ook aan boord, waar de lading door Arabieren werd verwerkt, was gestaakt, ook hier moesten ze meer loon hebben.

(Slot volgt). T. v. DOORN—VONK.

REISBRIEVEN

VI.

AFRIKA

Als kind heb ik graag de sproookjes uit Duizend en Een Nacht gelezen. En een verwachting als bij een sproookje beving me, nu we de kust van Afrika naderden.

Sfax is een stad met een grote inlandse bevolking. Vlak ligt het aan de blauwe zee, de stad van de phosfaten en olijven.

Gloeiende hitte met steeds een frisse zeewind. Nooit regen, in drie jaar was er geen druppel regen gevallen.

Europeanen-Fransen, want het is hier Frans protectoriaat-Arabieren inbournous, vrouwen in Haïk, een soort mantel als sluier over het hoofd, alleen één oog vrij; geuren van olijfolie en kouskouseen meelgerecht met kruiden en vis; ezels en kamelen, rustig tippelend langs de wegen, waar zo nu en dan een auto met Arabieren voortsnelt.

Een Arabische stad binnen de muren, benauwd, vol geuren en geheimzinnige doolhoven. En steeds het getrappel van blote voeten achter ons, voortgaande als wij verder gaan, stilstaand als wij blijven staan. Vriendelijk en behulpzaam, maar toch er op uit om iets te verdienen, zo is de Arabier.

Vele oogziekten, velen die ogen missen. Nog zie ik dat kleine meisje, dat 's avonds op het terras van een café bij ons kwam staan in haar donkere haïk, met een hoofddoekj e. Hoe ze haar ene kleine handje uitstak, met een onbewuste sierlijkheid en schuchter zei: Manger Madame (eten Mevrouw). En met haar andere handje veegde ze telkens met een tip van haar hoofddoekje haar ontstoken ogen af. Arme kleine, wie weet hoe spoedig ze blind zal zijn.

En ik zie weer de sierlijk uitgedoste Arabische op haar ezeltje schommelen, terwijl haar man, gekleed in bournous met fez, met de fiets aan de hand naast haar wandelde.

Zonderlinge vermenging van oud en nieuw.

Of die familie in auto, man met fez en bournous aan het stuur, naast hem een gesluierde vrouw met kind, achter nog een vrouw met kinderen. Zijn beide vrouwen! Want dat is hier nog toegestaan. Ook zonderlinge vermenging van oude en nieuwe tijd!

We waren buiten de stad, vijgebomen stonden overal. We namen een kiek van een hutbewoner en gaven een frank. Toen moesten we wachten en kregen een schaal vol heerlijke verse vijgen,

nen heeft. Dan zou een bespreking in het parlement en wellicht het aftreden van de regering de gewenste opheldering geven en de atmosfeer zou gezuiverd zijn. Het is weer eens een duidelijk bewijs van de gebrekkigheid van een dictatuur, dat nu zelfs het eigen volk niet weet, naar welke kant het door zijn regeerders gevoerd wordt.

Hilda Verwey-Jonker

die voor ons geplukt werden.

Of die kleine jongens, die voor de poort van het Arabische dorp stonden en allemaal mijn mand met druiven en vijgen wilden dragen. Een gaf ik de mand om naar boord te dragen. Een aantal liep mede en al zeiden we telkens: restezla (blijf waar je bent), ze

liepen mede tot de boot, hoewel het nog een heel eind was en gloeiend heet. Toen bedelden ze „Manger Madame". Ik vroeg de kok een paar boterhammen, hij maakte er een paar klaar met jam en ze hapten er in als spreeuwen. De volgende avond, toen we tegen donker naar boord gingen, lagen bij de haven enige mannen en jongens op de grond; dat ziet men hier veel. Een klein comfoortje met een klein theepotje er op stond er bij. Plots stond een van de jongens op en liep me achterna. Bonjour Madame, riep hij, het was een van de boterhameters. Maar hij bleef op een afstand en toen ik hem riep en een halve frank gaf, kwam hij met glinsterende ogen naar me toe.

Het leven van de vrouw is er nog primitief. Veel vrouwen ziet men niet op straat, wel Europese. In het Arabische dorp zie je een enkele ongesluierde, die blijkbaar al vooruit is, of een menging is van inlandse en een van de talrijke legionairen, die hier in garnizoen liggen. En een enkele gesluierde beweegt zich, geheel in het wit, door de nauwe straatjes, waar ezeltjes met manden doorheentippelen, zodat je je tegen de muur moet drukken of een hof binnengaan, om ze te laten passeren.

We hebben een hof en huis bekeken; de vrouw, in inlandse kleding, doch ongesluierd, sprak ons in vrij goed Frans aan. Wat een primitieve leefwijze. De binnenplaats leek wel een keuken, van alles stond er, op een tafel een oliestelletje, waarop een pot stond te koken. Aan de tafelpoot was met een touw een kip vastgebonden.

We zijn door de straatjes gegaan, waar

Bezoek aan de Maggi-film

De film is een van de aantrekkelijkste en beste reclame-middelen van onze tijd, vooral als het een goede betreft. En dat is bij de Maggi-film zeker het geval.

Houdt men 't meest van natuur en landleven, dan krijgt men in 't eerste stuk volop zijn deel.

Hierin wordt immers het kweken van de groenten, de aardappels en tomaten en het verbouwen van het koren, alles nodig voor de Maggi-producten, getoond.

Vaak heeft de filmer daar de gelegenheid aangegrepen stukjes Hollands natuurschoon op harmonische wijze in 't geheel te verwerken.

Het tweede gedeelte leidt ons rond in de fabriek. Wat een kunstige machines, die de soepsubstantie tot blokjes persen en deze weer verpakken! De techniekliefhebber kan hier z'n hart ophalen. En de huismoeder moet wel haast op de gedachte komen, dat deze producten, waar zo'n zorg aan wordt besteed, die zo hygiënisch behandeld zijn, wel eens te pas kunnen komen. Om haar nog beter te overtuigen, liet de directie kopjes bouillon en soep ronddelen en gaven twee huishoudleraressen een uiteenzetting wat men allemaal met Maggi kan doen. En dat is nogal wat! Waarlijk, als u na zo'n avond nog geen Maggi-gebruiker geworden bent, dan ligt dat niet aan de organisatoren!

C. d. B.