is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1183, 18-05-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan hebben tegenover de afschuwelijke moord op Rathenau! Rathenau die de vrede voorstond, die de verbroedering der volken propageerde — ook met Frankrijk.

Zulken werden echter beschouwd door de veemmoordenaars als verraders van het Duitse volk, dat wél wraak, wel oorlog moest willen, al had ongetwijfeld de verkeerde politiek der overwinnaars van de wereldoorlog aan deze terugval, deze ontaarding niet weinig schuld!

Maar hoe moest het nationaal-socialisme — in het voorjaar van 1933 aan de macht gekomen — dezen Ossietzky, dezen onverschokken vredesvriend haten en vrezen! En hoe spoedig kwam hij terecht in de kelders, waar de nationaal-socialisten de opleiding voor hun stelsel plegen aan te vangen...

Mishandeld werd hij van toen af, lichamelijk en geestelijk. Vernederd tot het uiterste, gedwongen en hoe — om handenarbeid boven zijn krachten te verrichten in concentratiekampen. En toen een ernstige hartkwaal zich openbaarde, spaarde men hem noch de vernederingen, noch de schoppen en slagen.

Toen werden de stemmen uit het buitenland, die zich om Ossietzky bekommerden, duidelijker en krachtiger. Zelfs kreeg hij de Nobel-prijs voor de vrede. Wel heeft hij van het geld niet kunnen profiteren, maar waarschijnlijk zal hij toch voldoening hebben gevonden in de wetenschap, dat zovelen zijn werk voor de vrede als hoogst waardevol erkenden. Hoewel — reeds toen was zijn lichaam, en misschien ook zijn geest, gebroken.

Carl van Ossietzky is gestorven.

Geen nationaal-socialist, uit welk land behoeft meer te vrezen, dat hij nog eens zelf zal kunnen spreken over wat hem is aangedaan. De martelingen zijn ten einde, de pijlen zijn uitgetrokken.

Maar zijn werk blijft, zijn naam blijft, zijn martelaarschap blijft.

„Het bloed der martelaren is het zaad der kerk", is een oud gezegde maar nog altijd vol waarheid. Deze martelaar voor de vrede zal tallozen ten voorbeeld strekken. Want zijn leven bewijst weer, hoe een groot ideaal een strijder tot alles, ook tot alle offers en alle lijden in staat stelt. Had hij zijn werk opgegeven, had hij — al was 't maar om tijdelijk van de martelingen verlost te worden — toegegeven om zijn werk te staken en de regering van het Duitse Rijk te prijzen, dan zou hij z'n ideaal ontrouw zijn geworden. Dat deed hij niet — hij heeft gedragen, geleden — en hij is aan dat lijden gestorven.

Zo zijn er ook in deze tijd martelaren voor een grote zaak. In de eerste eeuwen der Christelijke jaartelling, in de tijden der hervorming, in alle tijden van grote beroering en vooral van herleving der hoogste waarden, waren er zulken.

St. Sebastiaan — wien we als voorbeeld namen — stierf als martelaar voor zijn ideaal in een lang vervlogen eeuw — Carl von Ossietzky onderging

hetzelfde lot, omdat hij de grote vredesidee liefhad; beiden gaven hun leven.

Ziet, we herhalen 't nog eens, men klaagt tegenwoordig wel eens, dat de tijd zo dor is; men meent, dat er alléén maar wordt gedacht aan eigen voordeel, aan dode techniek, aan banaal amusement, aan sportbuitensporigheden. Echter, het leven en de dood van dezen vredesstrijder bewijzen weer, hoe oppervlakkig deze klacht, dit oordeel is. Deze tijd geeft ons óók grote figuren, die zichzelf zonder voorbehoud geven. Uit de ellende en onderdrukking bloeien levens op, die wonderen zijn van taaie strijd, van onvergelijkelijke overgave aan de eenmaal omvatte idee.

Carl von Ossietzky leefde zulk een leven.

Ook ons allen ten voorbeeld.

In afwachting

De gehele moderne arbeidersbeweging leeft deze dagen in afwachting van wat in de Tweede Kamer binnenkort gebeuren zal. De aangevraagde interpellatie van professor Van Gelderen over het werkloosheidsvraagstuk, die wel ongeveer gelijktijdig behandeld zal worden met de door de regering nieuw aangevraagde credieten voor de werkverruiming, heeft spanning in het land gebracht. Deze spanning is nog verhoogd door de vijf grote betogingen, die in verschillende steden zijn gehouden en als krachtige steun aan de interpellatieVan Gelderen zijn bedoeld.

Het opvallende en tevens hoopvolle van de laatste tijd is, dat ook in burgerlijke kringen wordt ingezien, dat het zó niet langer gaat met de misère van de werkloosheid. S.D.A.P. en N.V.V. hebben jaar in jaar uit betoogd, dat de politiek van Colijn moést stranden, omdat je permanent met | deel der bevolking als steuntrekkers nooit het economische leven weer op gang kunt brengen. Al de plannen en richtlijnen voor welvaartspolitiek, door onze beweging nu al jaren lang aangegeven, zijn gehoond. Maar met honen en uitlachen komt men er niet. Dat heeft de practijk bewezen.- Want het is berg-af gegaan, steeds verder berg-af met de Nederlandse volkswelvaart.

De opleving na de devaluatie, waar Colijn zich nu precies een jaar geleden

zo op beroemde in de verkiezingsdagen, zijn we al weer hopeloos kwijt. Steeds duisterder wordt het economisch vooruitzicht, terwijl vreselijke gebeurtenissen in 't buitenland hun schaduwen werpen en gevaren wekken, waardoor eindelijk in 't kamp onzer tegenstanders bezinning schijnt te komen.

Oer-conservatieve kranten als het „Handelsblad", dat nooit anders dan schimpscheuten over had voor onze „Plan-politiek" schrijft nu een fraai artikeltje, waarbij men zich de ogen uitwrijft. Het blad komt waarlijk tot de conclusie, dat met inspanning van alle krachten middelen moeten worden gezocht en gevonden, om het werklozencijfer van 400.000 aanmerkelijk te doen verminderen.

Het Handelsblad is blijkbaar wakker geworden door de duidelijk aanwijsbare onrust, die er bij het katholieke volksdeel heerst over de steeds meer beangstigende werkloosheid. Dat zelfs een groot katholiek blad als „De Tijd" middelen aanbeveelt, die eigenlijk allemaal in ons „Plan" te vinden zijn, moet vele behoudende politieke partijen te denken géven en — hun veranderde zienswijze verklaren.

Wat deze behoudende elementen waarschijnlijk met onrust aanzien, doet bij ons de hoop herleven.

Steeds is door onze beweging, na het optreden van het nieuwe ministerie, de katholieke Kamerfractie aansprakelijk gesteld. De oude koers, die het kabinetColijn ook in dit nieuwe zittingsjaar weer voert, is door de katholieken ondersteund. We denken terug aan de troonrede, waaruit bleek, dat de katholieke ministers de welvaarts-politiek, door hun partij bij de verkiezingen gepropageerd, volkomen hadden verloochend, wat grote verontwaardiging en beroering in het land verwekte.

Het schijnt nu, dat er een kentering komt. De regering heeft nieuwe credieten voor werkverruiming gevraagd. De Roomse pers slaat luid op de trom en kondigt met forse, ingrijpende plannen een nieuwe koers aan.

De moderne arbeidersbeweging heeft „verzamelen" geblazen. Zij heeft haar strijdmachten mobiel gemaakt, die met machtig geluid verkondigden, dat zij achter de interpellatie-Van Gelderen staan.

Het antwoord is nu aan de katholieken. Van hen hangt in de komende dagen de welvaartspolitiek in Nederland af. Wat zullen zij doen?

Wij leven in afwachting. H. W.