is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1183, 18-05-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR STILLE UREN Wat de post bracht

H. B.—B. schrijft, hoe zij, gescheiden van haar man, met 5 kinderen, waarvan de oudste 11, de jongste nog geen 2, op de steun aangewezen, haar leven zo tracht in te richten, dat ze tegen het lot opgewassen blijft. „Als de kinderen naar bed zijn, ligt er op de leuning van mijn stoel, stopwerk en naaiwerk om te zorgen, dat het 's morgens weer heel aan kan. Ook de schoenen repareer ik zelf... Toch blijven er nog vele uren 's avonds over..." Zo hoopt deze moedige pge. een vreemde taal te kunnen leren, om later haar kinderen daarmee te helpen. Of dat verstandig is? Zeer zeker. Welk een vreugde, als de eerste zinnen, zij het hakkelend, over de lippen komen en welk een genot, wanneer we later boeken kunnen lezen in de oorspronkelijk geschreven taal, door de radio kunnen luisteren naar wat men vertelt in een ver, vreemd land. De grenzen wijken en we voelen ons verbonden met wie daar leven en werken en strijden voor éénzelfde ideaal als wij! Zachtjes verwijt deze schrijfster mij, dat niet ieder is aangelegd tot het genieten en waarderen van kunst. Maar ik wil daarop antwoorden: Het is niet enkel een kwestie van aanleg, maar vooral van oefening. Het kost ons inspanning in den beginne, om geest en gemoed open te stellen voor wijsheid en schoonheid, maar op de duur worden die pogingen rijk beloond en de rubriek „Voor stille uren" wil alleen maar opwekken om het te proberen en bij dit trachten wil zij behulpzaam zijn. Nooit immers zullen wij, arbeiders, vrij worden, wanneer we het beste en hoogste wat de mensheid voortbracht, achteloos voorbijgaan!

M. F.—C. herinnert zich zo goed het verhaal van Dick Wittington, dat haar op school verteld werd. Mismoedig zat het dood-arme kind op een steen aan de weg, even buiten Londen. De schemer viel. Waar moest hij heen? De grote

stad, wier geroes vaag tot hem doordrong, was hij ontvlucht. Waarheen? Toen luidden plotseling de klokken de avond in en het leek als zongen ze, veelstemmig: „Kom weerom, Dick Wittington, kom weerom Lord Major van Londen." De kleine Dick keerde terug; hij zwierf door de straten tot hij ergens een plaats gevonden had als jongst?knechtje. Vele jaren later, regeerde over Londen een rijk man, de Lord Major Dick Wittington. „Ziehier een schoolherinnering, die mij bijbleef." Maar: „Is een dergelijk iets in deze tijd nog mogelijk?" Mij dunkt van wel. Hoevele arbeidersjongens in onze dagen klommen niet tot hoge posten? Denken we aan den drukkersleerling Vliegen, die Kamerlid is, den diamantbewerkersjongen Henri Polak, die doctor honoris causa werd, den armen sigarenmaker Thorvald Stauning, Denemarken's populairen eersten minister, het arbeiderskind MacDonald, die eerste minister van Engeland en een der grootste politici van Europa werd, om alleen bij staatslieden te blijven. En van hen, die thans jong zijn, wie kan weten, op welke plaats zij zullen komen? Laat ons slechts de wil onzer kinderen sterken, hun leren, dat ontwikkeling macht is en moeilijkheden overwonnen dienen te worden. Juist thans, nu overal de werkloosheid drukt op ouden en jongen, nu geldt sterker dan ooit het voorbeeld van Dick Wittington en zijn navolgers. Geeft het niet op. Gebruikt uw tijd. Volgt vaken andere cursussen en houdt vol! Al worden we niet allen Lord Major, wie zijn gaven gebruikt, zo goed hij kan, heeft nooit vergeefs geleefd!

A. B.—v. d. M. schrijft: „Door mijn moeder, die lid van de Vrouwenclub was, trad ook ik toe. Zomaar vanzelf, zonder te denken waarom. Later begreep ik pas, dat er veel van je verlangd werd en verwacht, dat je wist, waarom je je geschaard had in hun rijen. Dat is nu 20

jaar geleden " „... In X, waarheen

ik verhuisde, kwam m'n eerste grote teleurstelling. Daar was een scheiding, tussen de „dames" en de „arbeidersvrouwen". Ik had geleerd, we streden

voor hetzelfde ideaal en waren allen evenveel waard voor de beweging als we onze beste krachten gaven. Maar de arbeidersvrouwen leken nu jaloers op de beter gesitueerden en zeiden lelijke dingen van hen. Toen kwam ik in Y. Ook daar die scheiding... Onze muziekclubleidster vertelde eens op de club, hoe bemoedigend muziek kan werken. En ze vertelde, dat als ze moeilijkheden had en ze speelde een stuk, waarvan ze hield, op de piano, ze de moeilijkheden lichter telde. Toen steeg er een hoongelach uit

de zaal op Er is herrie geweest, toen

een zangeres, die meewerkte op een vergadering, geld daarvoor vroeg. En het is haar vak! Maar dat er geen werkster of naaister bereid is, haar werkkracht voor niet te geven, is heel gewoon. Ziet u, uit zoiets kom ik niet uit..." Misschien ik wel. Bedenk eens, hoe veel eeuwen zijn de vrouwen onderdrukt geweest, achtergesteld bij de mannen, en de arbeidersvrouwen vooral. Zij werden gebruikt als lastdieren. Kinderen krijgen, onbeperkt — en werken van 's morgens tot 's avonds, was hun taak. Eerst nu, de laatste jaren, komt er een klein beetje gelegenheid ook voor hen, om zich geestelijk vrij te maken. Maar zet een blinde, die men het gezicht terug gaf, plotseling in het licht... hij zal de ogen krampachtig sluiten en naar het veilig duister terugverlangen. Zie verder het antwoord aan H. B.—B. Wat echter die betaling aangaat. Zou ook een naaister-partijgenote niet graag voor een Meispel, b.v. costuums naaien voor niets, tenzij ze het geld zeer nodig had? Werken de verspreiders, de huisbezoekers en vele anderen, niet allen voor niets, evenals de sprekers op de vergaderingen, omdat ze alles willen geven voor de partij, voor

1. Lord Major is de titel van den burgemeester van Londen.

2. Doctor honoris causa. Om de doctorstitel te behalen moet men aan de universiteit gestudeerd hebben en na afloop der studie een wetenschappelijk werk (proefschrift) voor de professoren verdedigd hebben. Soms wordt door een universiteit aan zeer verdienstelijke personen de doctorstitel toegekend, ook wanneer ze niet gestudeerd hebben. Zij worden dan eredoctor of doctor honoris causa.

Wie geeft het beste antwoord?