is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1183, 18-05-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het socialisme, dat we geen oiier willen weigeren?

E. d. J.—D. „Het is dikwijls heel moeilijk voor een huisvrouw om een stil uurtje te bemachtigen. Vooral wanneer er grotere kinderen in het gezin zijn en je zelf over de veertig bent en dus veel gauwer moe. Overdag komt er ook al niet veel van een echt stil uurtje. Vooral niet wanneer de man en kinderen op verschillende uren van de dag en 's nachts, zoals dat hier op de mijn gebeurt, moeten werken... Maar af en toe lukt het toch wel eens en dan lees ik een goed boek... Ook luister ik graag naar zang en muziek... Enige jaren geleden hebben we hier een groot modern warenhuis gekregen. Ik was daar werkelijk een beetje trots op. Ik vond het een prachtig gebouw. Maar om diezelfde tijd is Piet Bakker hier blijkbaar geweest, want er stond toen over mijn mooi warenhuis een artikel in de krant van zijn hand met als opschrift: „Het schandaal van X." 'k Heb later natuurlijk nooit meer durven zeggen, dat ik het warenhuis mooi vond."

Dat is geen goed besluit! Als we zelf Iets mooi vinden, laat ons dan trachten na te gaan, waarom, om welke reden een ander het afkeurt. Maar niet, omdat een ander het niet met ons eens is, eigen mening laten varen. Ik wil eerlijk zeggen, dat ik volkomen met u instem en het gebouw zeer bewonder. En toch begrijp ik Piet Bakker's verontwaardiging en deel die eveneens. Wie van de lezeressen kan, bijgaande foto's bekijkend, dit raadsel oplossen? Het beste antwoord wordt beloond met een boekje over schilderijen!

Inzending vóór 30 Mei aan de redactie. De volgende „Stille Uren" zullen dan aan de bouwkunst worden gewijd! En tenslotte het verzoek: Schrijf, schrijf veel en over alles wat u interesseert of wat u moeilijk vindt. Uw brieven worden graag beantwoord door IGNA.

Is een gesteunde werkloze geen heer?

Het volgende verbijsterende feit heeft zich enige tijd geleden voorgedaan: Op de gemeentesecretarie te Leiderdorp, worden voor de correspondentie enveloppen gebruikt zoals ook bij vele andere lichamen, waarop het gebruikelijke „Aan den Heer" reeds gedrukt staat, zodat men verder slechts naam en woonplaats heeft in te vullen.

Op de Leiderdorpse gemeentesecretarie dan, moest ook een mededeling worden gedaan aan een werkloos arbeider. daarvoor gebruikte men ook zulk een enveloppe doch schrapte het woord „heer" door en zette hiervoor in de plaats „Aan den steuntrekker P. v. d. H."

Is het niet verbijsterend, ja bijna ongelooflijk in onze huidige samenleving, die prat gaat op haar democratische denkbeelden?

Men is dus volgens de opvattingen van deze secretarie geen heer, mevrouw of dame meer, wanneer men door de ontreddering der economische toestanden of welke oorzaak ook, geen kans krijgt door hoofd- of handenarbeid in zijn levensonderhoud te voorzien

Deze vernedering voor den werkloze

— wordt zij op alle secretarieën doorgevoerd — zal de maat der vernederingen, die de arbeiders, die buiten hun schuld zonder arbeid zijn en in de rij moeten staan, om zoals het heet te stempelen, doen overlopen.

Is het nog niet genoeg, zo vragen wij

— de bedeling van het spaarkwartje, de aanvulling van de armbesturen of liefdadige instellingen, het met slijk gooien naar den werkloze, die zoals de eigengerechtigde brute „men" zegt, liever steun ontvangt dan te werken? Ook dit nog? Een heer, ja wat verstaat men eigenlijk onder een heer?

O ja, ik weet wel, naar het uiterlijk

— keurig gekleed, vouw in pantalon, helder linnen kortom goed „gesoigneerd"

— maar, naar het innerlijk, de beschouwing van binnen uit „een echte heer" of zoals men het in het Engels meer karakteristiek kan uitdrukken „een gentleman"? En dan ben ik er diep van overtuigd, dat er heel veel arbeiders, ondanks hun werkpak, of werklozen, ondanks hun sjovele kleding, meer gentleman in hun hart zijn, meer gevoel en beschaving bezitten, dan de heer met een pak naar de allernieuwste snit en goed verzorgd uiterlijk, en zeker meer heer, dan de heer van de Leiderdorpse Gemeentesecretarie, die alleen reeds met deze daad het heer-zijn heeft verbeurd. B. BULSING—V. BESOUW.

Bertha Jas-Bosscha overleden

Zo juist bereikt mij het bericht, dat onze medewerkster, Bertha Jas—Bos.scha op 76-jarige leeftijd is heengegaan. Onze lezeressen kennen haar slechts onder de letters B. J. B., die zo menigmaal onder gedichtjes of ook wel onder oorspronkelijke of vertaalde stukjes van haar hand voorkwamen.

Bertha Jas was heel haar leven een diep-voelende socialistische vrouw. Trots haar omgeving, die haar gestadig hield in de kringen der voorname Intellectuelen, was zij als partijgenote onze beweging, en daarin speciaal ons blad, met geheel haar ziel toegedaan.

Wij hebben haar lange, lange jaren gevolgd, eigenlijk vanaf dat zij een jonge vrouw was, al bepaalde zich dit nu reeds geruime tijd slechts tot correspondentie. Persoonlijke correspondentie en briefwisseling over haar medewerking. Maar altijd is zij dezelfde gebleven: in hoofd en hart het ideaal van het socialisme en vol vertrouwen, dat het meest waardevolle daarvan moest zegevieren. Haar smart over de wereldgebeurtenissen had zij, vurig pacifiste als zij was, juist in een gedichtje weergegeven, dat wij voor dit nr. bestemden zonder nog te weten, dat de hand, die dit schreef, reeds voor altijd bewegingloos neerlag.

Bertha Jas—Bosscha is heengegaan; voor bijna niemand in onze beweging was zij een bekende. En toch was zij een stille werkster met grote gaven, die, op de achtergrond, haast verborgen, haar aandeel verrichtte in de socialistische strijd. Wij, die haar gekend hebben, wij weten echter, welk een grote plaats deze strijd in haar hart innam. Tot het allerlaatst waren haar gedachten bij het werk voor de vrede.

Bertha Jas, onze dank voor wat gij in stilte ook voor ons blad hebt gedaan. Wij willen, evenals gij, vertrouwen op een uiteindelijke zege van recht en menselijkheid.

WAT ZIJN WIJ?

De mens? )ïgm vechtdier of een denkend wezen? ...

Ligt voor cïïe vraag de hele wereld krom?

Is in een eindstrijd 't Monster hooggerezen en raast daarom de furie van 't geweld alom?

Zoals een brand haar vlammen hoog doet stijgen eer zij in walm en gore stank vergaat,

zo doet dit hellevuur ons van ontzetting hijgen en walgt ons van 't verstikkingswerk de daad.

Kan onrecht dan op aarde zó afzicht'lijk groeien?

kan 't kwaad, in schijngestalt', als een weldaad bloeien?

zo vraagt ons diepbewogen hart.

Kan dwaling zó den mens bevangen

en zó des duivels macht erlangen,

Is nog de maat niet volgemeten,

de doden-last op 't Algeweten?

Zo roept de Mensheid in haar smart. B. J.-B.

(Bertha Jas-Bosscha.)