is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1183, 18-05-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De opvoeding van onze kinderen

Omrastering

In de duinen wandel ik en kom aan een gedeelte, dat op bijzondere wijze beschermd is. Een rasterwerk is om de hoge, fraai begroeide duinen aangebracht. Wie er wandelen wil, kan het slechts doen op de paden, die tussen de hekken lopen. Er overheen klimmen is niet wel mogelijk zelfs voor knappe klauteraars, want overal is ook prikkeldraad aangebracht.

En zo loopt de natuurliefhebber op een afstand van al het schoons der prachtige duinen. Geen enkele plant kan hij van dichtbij bezien.

Tegen vernielende en rovende handen van kinderen en volwassenen moet het bijzonder mooie plekje door de omrastering beschermd worden.

Met elkander verdringende gedachten ki k ik om mij heen.

ir is iets beschamends in het feit, dat di werende noodzakelijk is.

Sij ervaring weet ik hoe veel er door baldadige en roofzuchtige handen verwoest en beschadigd wordt. En al heeft het plekje, waar ik wandel, voor alle natuurliefhebbers door al dat afsluitende zijn bekoring verloren, toch kan

ik niet anders dan de noodzakelijkheid van al dat verdedigende tegen kinderen en volwassenen erkennen

Mijn gedachten gaan naar andere gebieden, die niet afgerasterd worden en waar het zeker in andere betekenis nodig zou zijn om kinderen en jongeren, ook volwassenen te beschermen tegen wat er achter ligt, om verwoesting en ontaarding te voorkomen in het zieleleven.

Vvaar is de omrastering in andere betekenis dan die op dat prachtige plekje duingrond, die het plukken van giftig onkruid op het gebied van de lectuur tegen gaat?

Waar de bescherming tegen al het ontaardende, dat maar al te dikwijls bij kinderen en jongeren van hand tot hand gaat?

Waar de afrastering, die de bioscopen in iets verandert, welke ze voor het bezoek tot een opvoedend iets maakt?

Waar de schouwburgen, welke kind en jongere doen groeien naar de geest?

Waar het toezicht, dat de straten door reclames en wat dies meer zij, niet maken tot een geheel soms, waar giftige dampen uit opstijgen?

Waar de radio, die ook aangezet kan

worden door jeugdige vingers en de kamers niet maar al te dikwijls vullen met schetterende muziek en van allerlei wat niet des kinds is?

We beschermen het schone buiten zo veel mogelijk met afrastering tegen baldadigheid en diefstal.

Maar we verdedigen kinderen, jongeren en volwassenen, welke naar de geest evenmin volgroeid zijn, niet door omrasteringen tegen het plukken van al datgeen, wat ziel en lichaam bederft.

Het ontaardende ligt nog voor het grijpen, loert op allen, die geen innerlijke weerstand bieden.

Kinderen, die aan zichzelf worden overgelaten op een leeftijd, dat school en gezin nog het grootste deel der vormende taak hebben te verrichten, worden niet gewaarschuwd, dat er op het gebied van de geest, terreinen liggen, waar het binnendringen gevaren oplevert.

We beschermen wel mooie, zeldzame plekjes natuur.

We verdedigen niet met alle middelen, waarover we beschikken kunnen, kinderen en jongeren, en evenmin volwassenen, die niet naar de geest als zodanig te beschermen zijn, tegen al het giftige, dat op hen loert.

IDA HEIJERMANS.