is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1191, 13-07-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor stille uren

Bouwkunst I De vroege middeleeuwen

„Ik ontmoet nogal eens mensen, die mij vragen: Zeg, kun je mij niet eens een goed hoek opgeven over bouwkunst. Ik vind het een sympathieke vraag, maar 't antwoord er op is moeilijk. Veel geschikte boeken zijn er niet. Als ik tijd heb, dan zeg ik: Ga maar eens 'n middag met me fietsen, dan zal ik je wel leren wat je er van weten moet."

Jan Jans „Bouwkunst en cultuur".

Omgeven door brede grachten, ligt het ridderslot, als een onneembare sterkte. Hoog zijn de meterdikke muren, van boven gekar¬

teld. Door de spleten, die er op regelmatige afstanden in werden aangebracht, schieten in

oorlogstijd de schutters hun puntige pijlen.

De wachter op de tinnen, de hoge

toren-omgang, blies luide de trompet, ten teken dat de zon het Oosten in rode gloed zette en de dag was aangebroken.

Op het binnen plein, waar kippen scharrelen om de mesthoop en twee knechten de paarden roskammen tot

de huid der dieren Beeld van een apostel glanst in'tmorgen± 1400. licht, heerst leven

en bedrijvigheid. Vrouwen en meisjes lopen met melk¬

emmers, mannen en jongens trekken naar de weiden om te hooien.

Doch in het ruime, kille slaapvertrek met de spaarzame heel kleine vensters, diep in de muur, sluimert nog de edelvrou^e achter dikke bedgordijnen. Haar heer en echtgenoot trok in de nacht reeds uit om wild te jagen.

De wachter boven op de toren, die heel de nacht daar waakte, wordt afgelost. Even, voor hij de smalle wentel¬

trap afdaalt, ziet hij naar dorpje in de verte, waar de horigen wonen in

lemen hutten met strooien daken. Een kerkje steekt met spitse toren er boven uit. Daar zingt de priester de ochtendmis. Door de van boven rond gebogen vensters van groenig glas, dringen schuchter de eerste zonnestralen. Het kerkje is klein en het gewelf laag, steunend op plompe, ronde pilaren. Een paar heiligenbeelden staan in nissen langs de muur. De lichamen zijn overmatig lang en de gezichten tonen een verdwaasde glimlach, ten teken van hemelse gelukzaligheid. De menigte daarbinnen in 't kerkje knielt. Vuil en armelijk zien zij er uit, deze mannen en vrouwen, met zorgelijke gezichten en donkere, veelal gescheurde kleren. Zij werken van vroeg tot laat voor den heer, die ginder woont in het machtig slot en aan wien zij toebehoren met lijf en ziel, wiens eigendom zij zijn, zo goed als 't land dat zij bebouwen en de hut, waarin zij wonen. Zonloos is voor hen het leven en kommervol hun bestaan.

Is het wonder, dat ook de bouwwerken, die hun tijd voortbrengt, somber zijn, $ uiting van vreugde¬

loze knechtschap en een voortdurend bedacht zijn op zelfverdediging?

Oud

ridderslot.

Nog zijn enkele bouwwerken over uit deze eeuwen, de tijd der vroeg-middeleeuwse, z.g. Romaanse kunst en zij kenmerken zich door dikke muren met weinig vensters. Deuren en raamopeningen zijn rondgebogen van boven, als een slavenrug. Maar deze gebouwen staan stevig geplant op de grond, (de kerkjes rusten vaak op zware keien) stoer en onverzettelijk, als wie door tegenstand

Romaanse kerk (Friesland)