is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1201, 21-09-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zwitserland

Op 18 en 19 Juni hield de socialistische Zwitserse vrouwenorganisatie haar jaarvergadering. Er waren vele gasten, terwijl ook vertegenwoordigsters van het Wereldcomité tegen oorlog en fascisme aanwezig waren.

Redevoeringen werden gehouden door p.ge Kagi Fuchsmann over de nieuwe Zwitserse strafwet en door p.ge Siemsen over „Kunnen wij vrouwen de Europese catastrophe tegenhouden?", waarbij zij er op wees, dat alleen krachtsinspanning der volken zelf de verwoesting van de Europese cultuur kan verhinderen.

P.ge Kissel, de voorzitster, besprak de gezinsmoeilijkheden der arbeidersklasse. De vrouwen moeten de partij ondersteunen in haar strijd voor arbeid en

behoorlijk loon, voor verbetering der werkloosheidsverzekering, voor moederschapszorg en tegen de belasting op levensmiddelen. Ook werd een onderzoek verlangd over de toestand in de huisindustrie.

Zweden

De Zweedse soc. vrouwenorganisatie is in het laatste jaar met 2505 leden toegenomen; telt nu meer dan 22 duizend leden in 572 groepen. Zij bezit 11 vacantiehuizen. Met haar blad „Morgonbris" is een actie gevoerd om het aantal vrouwelijke leden in parlement en gemeenteraden uit te breiden. Zij werkte met de partij en de vakverenigingen mee bij de boycot van Japanse waren, terwijl zij zelf een anti-oorlogsspeelgoed

actie voerde. Aan ontwikkelingscursussen werd veel tijd en zorg besteed.

Tsjecho-Slowakije

Onze bekende Franse partijgenote, Martha Louis Levy, heeft in Juni een reis door Tsjechoslowakije gemaakt. In dit mooie land, vol heerlijke bossen en vriendelijke heuvels zou men oppervlakkig geen gevaar verwachten. Alles bleek toen nog zo rustig.

Martha Levy vertelt verder van de vele vrouwen, die in de industrie werken, o.a. in de textiel- en porceleinfabrieken, ruim 40% van de leden van de vakbonden zijn vrouwen. In dit land hebben de vrouwen trouwens volkomen vrijheid, zij bezitten de rechten, die haar in andere landen werden ontnomen.

Wat betreft het gebied der Sudetenduitsers vertelt zij van de terreur, van de vervolging, waardoor niet het minst de vrouwen lijden. Zij zegt, dat er echter heel veel moedige vrouwen zijn, die door de mannen als voorbeeld gesteld worden.

Sociale en culturele opbouw in het republikeinse Spanje

DERDE GEDEELTE

Bibliotheek-wezen

Hiervan is een boekje verschenen in Parijs, 1938, van de hand van Juan Viens, die jarenlang als ambtenaar bij deze dienst werkzaam is en inspecteur van de organisatie, die zich met de distributie der boeken over de verschillende bibliotheken belastte. Het boekje is getiteld „Spanje herleeft".

Voor de burgeroorlog reisde de schrijver geheel Spanje door en deed allerlei ervaringen op, waarvan hij in dit boek volgens de recensent levendig vertelt.

Er waren twee organisaties voor de burgeroorlog. Eén voor de aankoop en ruil der boeken, één voor paedagogische doeleinden. De eerste organisatie beschikte over een groot aantal boeken, 300 tot 500 exemplaren. De andere, kleinere bibliotheken bevatten niet meer dan 100 boeken.

De talrijkheid van de bevolking van een dorp of gehucht bepaalde natuurlijk of het een groter of kleiner aantal uitleenboeken kreeg.

Deze aantallen werden door den inspecteur, die een enthousiast minnaar van zijn vak was, niet voldoende gevonden, hij zag het ook alleen als een beginwerkzaamheid van de jonge republiek. In het boekje worden allerlei bijzonderheden verteld, hoe ze op verschillende dorpen wordt en werd gewerkt. De bibliothecarissen arbeidden meestal zonder salaris; de gemeente verschaft de lokaliteit en de eenvoudige meubels die nodig zijn.

In sommige plaatsen constateerde hij groei van het aantal lezers, in andere viel het weer wat tegen. B.v. in de pro¬

vincie Malaga trof hij bij 300.000 bewoners slechts 500 boeken. Vele lezers lazen de boeken op de banken der parken, waarin de gebouwen van de bibliotheken zich bevonden. De ijver der bibliothecarissen wordt geprezen, maar de schrijver meent dat het aantal boeken veel groter moest zijn.

Aan die tochten door het land waren allerlei moeilijkheden verbonden, soms moest de inspecteur vier uur een steile berg beklimmen om kleine, verlaten gehuchten te kunnen bereiken.

Veel van het eenmaal begonnen werk werd in het begin der opstand weer teniet gedaan, verschillende bibliotheken door de rebellen verwoest, tal van bibliothecarissen gefusilleerd. Hiermede werd dan het woord van de Markies de Losoya gestand gedaan, dat lezen en schrijven vergif voor het volk is.

De republiek poogt nu, gesteund door de ervaringen van dezen toegewijden en bekwamen inspecteur, de bibliotheken uit te breiden en zo in te richten, dat ze aan de behoefte der lezers zoveel mogelijk ten goede komen.

Bibliotheken voor de jeugd, voor de meer ontwikkelden en pas-beginners, moeten naast het onderwerp helpen het culturele peil van het volk te verhogen.

De paedagogie ten opzichte van de jeugd heeft volgens minister Negrin een geheel andere strekking gekregen. Zij moet er voor waken dat het peil van de massa omhoog gaat.

Herdenkingen

In December 1.1. is in Barcelona het eeuwfeest gevierd van de wederoprichting der universiteit. In 1714 was deze bij een decreet van Philips V naar Car-

vera overgebracht. Haar wederoprichting in 1837 werd voor de Catalanen tot een zinnebeeld van de wedergeboorte hunner vrijheden.

De minister van Onderwijs, toen nog Jean Hernandes, merkte daarbij op, dat deze plechtigheid volkomen beantwoordde aan de wensen der arbeiders, die op het ogenblik gedwongen worden met de wapenen te strijden voor de verdediging van de democratische en vooruitstrevende geest. Enerzijds heersen barbaarsheid en vernietiging, aan de andere kant streeft men naar vooruitgang op algemeen menselijk en intellectueel gebied.

Godsdienstige vrijheid

Hierover kunnen wij belangrijke verklaringen meedelen van Don Manuel de Irujo die sinds 1936 deel uitmaakt van het ministerie en een zeer gelovig Katholiek is. Zijn vader was advocaat, boezemvriend van Satino Arana, den kampioen van het Baskische nationalisme. Deze man werd zijn hele leven lang vervolgd door de monarchisten. De vader van Irujo verdedigde voor de rechters herhaalde malen deze strijder.

Manuel Irujo in Estella (Navarra) geboren, was altijd de rechtse richting in de politiek toegedaan, wars van elk revolutionair verzet. In zijn redevoeringen en geschriften openbaren zich (zegt men) de eigenschappen van het Baskische volk: arbeidslust, edelmoedige gezindheid en moed, als het er op aankomt voor zijn mening uit te moeten komen. Hij is verwoed tegenstander van de dictatuur, omdat zij de autonomie der volken in Spanje niet erkent.

Irujo is één van die gelovige Katholieken die niet ondanks, maar krachtens hun geloof de republikeinse zaak trouw blijven.

SANDRIEN VAN GELDEREN.

(Slot volgt)