is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1206, 26-10-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

ONS KINDERBLAADJE

de hand en reikte die in haar plaats aan den zieke. Deze keek hem enige malen aan, maar hij gaf geen teken van herkenning Toch bleef zijn blik steeds aandachtiger op hem gericht, vooral wanneer de jongen zijn zakdoek voor de ogen hield.

Zo ging de eerste dag voorbij, 's Nachts sliep de jongen op twee stoeien in de hoek van de zaal en 's morgens begon hij weer met zijn liefdevol werk. In de middag scheen het, alsof de ogen van den zieke toonden, dat het bewustzijn terugkeerde. Wanneer hij de liefkozende .stem van den jongen hoorde, leek het, of er een vage uitdrukking van dankbaarheid in zijn ogen glinsterde en eens bewoog hij de lippen alsof hij zijn kleinen verpleger iets zeggen wilde. De dokter die tweemaal aan het bed gekomen was, merkte een kleine verbetering op. Tegen de avond toen hij een glas aan de mond van den zieke bracht, meende de jongen op de gezwollen lippen een flauwe glimlach te zien. Nu vatte hij nieuwe moed en begon te hopen En in zijn vurig verlangen om, al was het maar een weinig begrepen te worden begon hij te vertellen; hij vertelde uitvoerig van moeder

-dre*leT ZUSj6S' Van hUn aller verlangen naar zijn thuiskomst f" £ * warme en liefdevolle woorden hem moed en vertrouwen

wrtSJahHWS £ J Z8ker WlSt' °f hij werkel«* begrepen werd,

verte-de hij toch verder, want het leek hem, dat de zieke zijn stem

oeze ongewone klank vol genegenheid en medegevoel, met een zeker p^riP v^n ^anh00^de- °P deze wijze ging de tweede dag en de derde

ter eini ^ ïet dan W6er eens beter' dan weer slech-

h • ! J°nêen was door de verpleging zo in beslag genomen

toL t mafr !6maal per dag' op een beetje brood en een stukje Kaas kauwde, wat de zuster hem bracht; verder zag hij bijna niets

van hetgeen om hem heen gebeurde, noch van de stervende zieken

van het plotseling in de nacht aan komen lopen van de zusters het

schraen en de treurigheid der bezoekers, die donder hoop weggtage?

noch van al die pijnlijke en donkere tonelen van de dag in het gast-

T anderS verschr"rt e" *"">'*»> zooden hebben De uren de dagen gingen voorbij en hij was altijd bij zijn Tata — oplettend en verzorgend, bevend bij elke zucht en bij elke blik opgewonden of onrustig, naarmate een schemering van hoop hem gelukkig maakte, of de angst zijn hart deed inkrimpen.

(Wordt vervolgd.)

Qs

DE WINGERD

De wingerd trok een jurkje aan, een jurkje, geel en roze.

Daar staat ze nu mee aan de

[muur

te blussen en te blozen.

Ze mocht de hele zomer door van dauw en regen drinken en luist'ren hoe het leeuw'riklied hoog in de lucht kon klinken.

Ze hoorde hoe de zuidenwind aansuisde, heel van verre, en leerde van de zilv-ren maan het sprookje van de sterren.

Nu is de zomer heengegaan,

maar heeft voordien nog even de wilde wingerd aan de muur een afscheidskus gegeven.

S. FRANKE.

VAX "DE PROLETARISCHE VROUW" VAN 26 OCTOBER 1938. No. 1206 *fi" IWIN r" jaaR«ANC. No. 1088 VAN „ONS KINDERBLAADJE". VERSCHIJNT WOENSDAG. RED.-ADRES: FRANS VAN MIERISSTRAAT 10S I, AMSTERDAM Z.

IN HET KINDERHUIS

ZATERDAGAVOND

De Zaterdagavond was altijd een bijzonder gezellige avond in het Kinderhuis, vooral als de zomer voorbij was. Dan mochten de oudsten van het hout dat ze in de schuur gekapt hadden een haardvuurtje stoken en als de jongsten naar bed waren, las tante Greet voor, terwijl de kinderen om haar heen in de dansende vlammen van het vuur keken. Deze keer vlamde het vuurtje bijzonder lustig op, want de storm gierde om de schoorsteen. Een echte herfststorm de bladen dwarrelden langs de ramen en als een orgel in de verte klonk het doffe geluid van de golven.

Tante Greet zei: „ik heb een oud boek te pakken gekregen, dat heel bijzonder is. Het heet „Jongensleven"1), het is een soort dagboek, geschreven door de leerlingen van een gemeenteschool in Tunjn in Italië. Ze vertellen allerlei verhalen over hetgeen er op school en buiten school met de kinderen gebeurd is. Iedere maand komt er een verhaal bij van den onderwijzer. Een van die „maandelijkse verhalen" heet: „De Ziekenverpleger van Vadertje". Het is een bekend, ja ik mag wel zeggen een beroemd geworden verhaal, ik denk dat je t allemaal mooi zult vinden. Dat zal ik lezen. - Jaap hou nu op met scharrelen aan het vuur, er is nu genoeg op en luister "

Dus begon tante Greet te lezen:

TATA'S ZIEKENVERPLEGER

Op een regenachtige morgen in Maart meldde zich een boerenjongen aan bij den portier van het grote ziekenhuis voor vreemden van Napels ). Hij was doornat en van onder tot boven bemodderd.

ij vroeg naar zijn vader en liet den portier een brief zien Het was een mooie jongen met een bruine, maar toch bleekachtige tint en grote

hpldpmüfe t°ger: t^Se^1 de volIe' halfgeopende lippen schitterden helderwitte tanden. Hij kwam uit een dorp in de buurt van Napels.

Zn vader was vóór een jaar naar Frankrijk gegaan om daar werk

te zoeken, maar nu weer naar Italië teruggekeerd. Enige dagen

geleden te Napels aan land gestapt, was hij daar plotseling ziek

geworden. Nauwelijks had hij tijd gehad, een paar regels naar huis

') Napels is een stad in Italië.