is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1208, 09-11-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de huisvrouw

VLEKKEN II

Van daag gaan de we strijd met de vetvlekken aanbinden. Vetvlekken op gekleurde katoenen en linnen japonnetjes kunnen het best door gewoon uitwassen verwijderd worden. Wanneer het maar een klein vlekje is, kunnen we het ook uitborstelen met wat zeep even na spoelen en de plek droogstrijken.

Vet lost op in benzine en in tetrachloorkoolstof. Kortweg tetra (spreek uit teetra) genoemd.

Het eerste is bekender, goedkoper, maar gevaarlijk. Zelfs zeer gevaarlijk en daarom is het zeer verstandig het nooit in huis te halen. De huisvrouw zelf is misschien wel voorzichtig, maar het kroost en andere huisgenoten? Tetra is duurder maar onbrandbaar, volkomen veilig, werkt nog beter en daar we er toch nooit zo'n grote fles van behoeven te hebben verre boven benzine te verkiezen.

Dus alle vetvlekken uit wollen en zijden stoffen kunnen we er uithalen met tetra. Vlug werken en weinig tegelijk gebruiken.

Bij alle satijnsoorten en sterk glimmende zijde wrijven we niet, daar hierdoor de glans verdwijnt. We leggen dan een papje van tetra en magnesia op de vlek. Magnesia is een fijn witpoeder, voor een paar centen bij de drogist te krijgen. Het vet trekt in de magnesia, na enige tijd is het papje opgedroogd en kunnen we het van de stof afschudden.

Als er Zondags pas een schoon tafelkleed op tafel ligt en er wordt jus gemorst, is het zonde het kleed direct in de was te stoppen. We nemen dan een kommetje met sterk sodawater, plaatsen dit onder de vlek en knijpen hem hier in uit. Even naspoelen en op laten drogen. Het is zo ongezellig de hele week tegen zo'n vuile vetvlek aan te kijken!

Kaarsvet. Deze vlek moet na de Kerstdagen nogal eens van de kleren afgehaald worden. Breek het bovenop liggende vet met de rugkant van een mes en stoot het er af. Leg een stuk vloeipapier (inktvloei) of dun wit vloeipapier of dof poreus grauw papier, onder en boven de vlek en zet er een warme strijkbout op. Verleg het papier net zolang tot de vlek niet meer afgeeft, haal de laatste rest weg met tetra.

Olie. Knijp een verse olievlek uit tussen dun wit vloeipapier. Strijk de vlek op dezelfde manier als de kaarsvlek en verwijder de rest weer met tetra.

Petroleum. Als er veel gemorst is, nemen we het eerst zo veel mogelijk weg met kranten. Daarna op dezelfde manier uitstrijken als de kaarsvlek. Niet een te heet strijkijzer gebruiken. De laatste rest kan men ook in de zon of in een warm vertrek laten verdampen. Blijft er nog een vlek achter, dan deze uitwassen in lauw zeepsop.

Melk- ei- en jusvlekken. Is de stof

wasbaar en de vlek nog vers, dan kunnen we ze „er uitgieten". Men neemt een kop of kommetje, spant de vlek er over heen en giet er langzaam lauw water over heen, zo dat het water in het midden wegzakt. Voor de kleurstof van de eivlek of jusvlek neemt men, als de stof niet uit een teer weefsel bestaat een lepeltje borax of natriumperboraat. De borax lost op in het lauwe water, trekt door de stof en neemt de kleurstof mee. Lukt het niet direct, dan de borax even op de natte stof laten liggen. E. J. BRUINS.

VRAAG

Wie heeft wat kleding en schoenen te missen voor 2 meisjes van 8 en 12 jaar.

Adres hiervoor kan men verkrijgen van de redactie, M. van Clevelaan 4, Amsterdam Z.

* * *

In Hilversum wordt voor een werkloos gezin een kinderwagen gevraagd. Transportkosten worden vergoed. Zich te wenden tot de tussenpersoon: C. van Maaren—Drie, Egelantierstraat 47, Hilversum.

„Robin Hood' als kSeuren-film

Al leent de charmante, luchtige film „Robin Hood" zich allerminst tot het aanknopen van zwaarwichtige beschouwingen, toch is zij een gerede aanleiding voor een kleine uiteenzetting over de „kleuren-film".

Tot nu is de kleurenfilm meer een technisch dan een artistiek probleem geweest; wèl zijn er vele film-kunstenaars, die zich bezig houden met de vraag, welke functie de kleur in de film zal hebben te vervullen, doch het weergeven van de natuurlijke tint der voorwerpen was op zichzelf zulk een zware opgave, dat men reeds tevreden was met iedere vordering op dit gebied.

In „Robin Hood" blijkt de techniek van het „opnemen in kleuren" echter reeds zo ver gevorderd te zijn, dat men zich geheel kan toeleggen op de scheppende functie van de kleur. Want weldra zal onze bewondering voor deze nieuwe technische triomf zijn verdwenen, en zal niets overblijven dan de vermoeiende verveling van een kleurenspel, dat geen artistieke waarde bezit.

U zult zich wellicht afvragen, wat dan de scheppende functie van de kleur kan zijn. U weet toch, dat elke kleur een stemming uitdrukt of oproept. Daarom kent men bepaalde kleuren een betekeins toe: rood, hartstocht; zwart, rouw; geel, haat; blauw, trouw; groen, hoop; wit, onschuld; enz.

Zodra men dit principe in de film gaat toepassen, hebben de kleuren een zelfstandige taak. Stel, dat men een gehele scène in een bepaalde kleur zou opnemen, dan zou die kleur de vereiste stemming oproepen. Of wel: men zou de spelers kleuren kunnen laten dragen, welke hun karakter aanduiden.

Nooit mag de kleur een lege attractie, een opluistering zonder zin zijn, zoals

zij tot nu toe is gsweest. Men mag zich niet bepalen tot het „opnemen in kleuren" zonder meer; met moet de kleuren, die worden opgenomen, bewust hebben aangebracht. Een film moet men als film kunnen genieten, zonder geluid, zonder kleur; de beelden mogen slechts ondersteund, versterkt worden door de daarvan onafhankelijke kleur en geluid.

In zekere zin betekent de kleurenfilm weer een beperking van het „afzetgebied". De zwijgende film ging over de gehele wereld: het publiek keek en begreep. De geluidsfilm dreigde een ogenblik de film binnen de taalgrenzen te zullen terugdringen; doch toen de verschrikkingen van de aan-één-stuk-door sprekende en zingende personen waren verdwenen, beeld en geluid tegen elkaar waren uitgebalanceerd, verdwenen de bezwaren: de wereld begreep weer, ook zonder te verstaan, de film. Weliswaar zijn de kleuren niet gebonden aan taalgrenzen, doch zij laten zich niet zo eenvoudig negeren als woorden. In China bijvoorbeeld, waar aan de kleuren geheel andere betekenissen worden toegekend, zouden beeld en kleur wel eens in zeer eigenaardige tegenspraak kunnen komen ...

* * *

In „Robin Hood" heeft de kleur geen scheppende functie; doch de verveling heeft men vermeden door een voortdurende snelle décor-wisseling. Er zou dus in dit blad aan deze film geen aandacht worden geschonken, wanneer er niet een andere factor was, welke haar voor een bespreking in aanmerking zou doen komen. Dat is het niet genoeg te prijzen élan, waarmee deze film ons terugvoert naar onze jeugd! Herinnert u zich, hoe u vroeger boeken verslond van Indianen, helden, ontdekkingsreizigers? Verhalen zonder enige probleem-stelling; de men-