is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1215, 28-12-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mensen met los kruit schieten of ander lawaai maken. Maar al dat leven maakte men vroeger om de boze geesten op de vlucht te jagen. Toen vierde men ook Oud- en Nieuwjaar maar dan half Maart, als bij ons de lente begint. Ja, dat is héél lang geleden, lang voor onze jaartelling in verre Oosterse landen. De Joden hebben er wat van overgenomen en zo is het ook naar ons toe gekomen. Daar in het Oosten dacht men toen, dat de goden op de laatste dag van het jaar een vergadering hielden, waar ze besloten wat er het volgend jaar zou gebeuren. En terwijl ze vergaderden konden ze zich natuurlijk niet met de mensen bezig houden. Dat wisten de boze geesten — en die hadden die dag vrij spel, de goden waren er niet om de mensen tegen hen te beschermen. Nu probeerden de mensen zich dan maar zelf te beschermen, ze maakten veel lawaai om de boze geesten op de vlucht te jagen, ze verkleedden zich ook wel, met maskers voor, opdat de geesten hen niet herkennen zouden. Ook carnaval, dat immers ook om die tijd gevierd wordt, herinnert er nog aan."

Elsje stopte de maasbal weer in een kous. Hu, wat een groot gat! Ze keek er peinzend naar, maar ze dacht eigenlijk aan heel wat anders. „Er zijn geen boze geesten, hè, tante Greet?" „Nee, zei tante Greet, „en daarom hoeven we ook geen lawaai te maken om ze weg te jagen. Boze dingen, lelijke streken, ze zitten in je eigen hart. En die raak je alleen kwijt door er flink tegen in te gaan, niet door met deksels te slaan of je te verkleden alsof je een ander bent." „Nee",

lachte Elsje, „verbeeld je " en ze stak een lange draad in haar

naald voor dat grote gat. „Voor ons is Oudejaarsavond eigenlijk de avond waarop we er over denken of we in het afgelopen jaar de dingen er een beetje behoorlijk hebben afgebracht. Weet je wat ik een aardige gewoonte vond? Iets wat ze vroeger, ik meen in Denemarken, de kinderen lieten doen. Die moesten op Oudejaarsavond in het voortuintje van hun huis komen met alle dingen, die ze dat jaar niet afgemaakt hadden. Daar kreeg je dan natuurlijk zo wat te zien! Wat een handwerkjes, tekeningen, bouwplaten, wat niet al. En alle

voorbijgangers konden het zien. Dat was niet zo leuk Ik denk,

dat menig kind de laatste dag nog maar gauw een en ander af mssktc

„O, tante," riep Elsje en ze zwaaide haar kous in de lucht, „als we dat hier ook eens deden! Alles uit de kasten halen wat niet af is —

en dat in de tuin."

„Ik denk, dat de mensen niet zouden begrijpen wat het betekende, lachte tante Greet, „en het lijkt me wel een beetje koud om vanavond in de tuin te gaan staan. Maar we konden het de kinderen, tenminste de ouderen, wel vertellen. Wie weet wat ze voor twaalf uur nog afkrijgen!"

„Ik zal het ze aan tafel zeggen," zei Elsje, „dan kunnen we dadelijk na het eten beginnen."

Dat werd een bedrijvige Oudejaars-avond! Er zal op die avond wel nergens zo hard gewerkt zijn als in het Kinderhuis aan Zee. Ze zaten te kleuren, te passen, te meten, te timmeren, te borduren. Ze hadden bijna geen tijd voor de chocola en de oliebollen. Wat nog af kón moest af. Maar lang niet alles kon af. Want daar was me wat uit de kasten gekomen! Dingen, die ze eigenlijk al lang vergeten waren. „Toch zonde van de tijd, die je er aan gegeven hebt," zei tante Greet. „Aan al die onafgemaakte dingen heeft niemand iets." Chris kwam

met een paar planken aan, die hij eens opgezocht had om er een konijnenhok van te maken. Maar de konijnen zaten nu al lang in een ander hok, door een anderen jongen getimmerd. Dan had hij nog wel acht tekeningen die niet af waren. En ook nog een portretlijst. Nee, Chris kwam zeker niet klaar, hij zou wel erg te kijk hebben gestaan in het tuintje. „Misschien waren de tekeningen wel gauw

weggewaaid," hoopte hij. Ze hadden allemaal wat zelfs tante

Greet en de juffen. Maar die konden het niet helpen, zeiden de kinderen eenparig, die hadden het te druk., „Dat weet ik nog zo net

niet," zei tante Greet, „ik voel me toch schuldig " En ze haakte

ijverig aan een kanten kraagje, dat eigenlijk al op haar zomerjapon had moeten zitten.

Alleen Elsje.had niets kunnen vinden. Er was een boek, dat nog gekaft moest, maar verder werkelijk niets. „Wat een voorbeeld," zuchtte juffrouw Jopie, die een hele stapel verstelgoed naast zich had. Maar Elsje liet zich dat niet zeggen. „Niks, hoor," zei ze, „ik heb

ook een heleboel onafgemaakte dingen, je kan ze alleen niet zien "

En ze dacht aan al haar goede voornemens, telkens weer, bijvoorbeeld

aan dat kousen stoppen en wat weinig daarvan terecht gekomen

was. Tante Greet begreep haar wel en zei: „Ja, er zijn ook dingen, die je niet in het tuintje neer kunt zetten, al je mooie plannen, waarvan je misschien iets uitgevoerd hebt om ze dan weer los ^e laten. Plannen om niet meer te jokken, niet driftig te zijn, — enfin,

jullie weet 't zelf wel."

Ja, ze wisten het zelf wel. Er was een heleboel niet af, niet alleen dat wat nu op de tafel lag. Maar het zou af komen, beloofden ze zichzelf plechtig, in het volgend jaar werd het allemaal afgemaakt. En als het dan weer Oudejaarsavond was, zouden ze niet met zo'n

rommeltje zitten als nu.

Om half twaalf zei tante Greet: „Nu houden we op. Ik vind, dat we ons best gedaan hebben!" En toen vertelde ze nog een kort verhaal tot slot. a

„Gelukkig nieuwjaar," jubelden ze allemaal om twaalf uur. „kn

Allés afmaken, hoor! Een reuze voornemen!"

Pats! pats! pats! klonk 't in eens in de tuin. Wat was dat? Henk en Chris die niets van tante Greet's verhaal gehoord hadden, waren vlug naar buiten gelopen en hadden voetzoekers laten ploffen. En

tante Greet vond 't toch wel aardig en Els had er echt schik in.

KIJKJES IN DE NATUUR

l-N A I -.^1

ue MaraapH**1

Wat een geluk dat Columbus Amerika ontdekt heeft! Want zonder Amerika zouden we geen aardappelen hebben. Zonder de aardappels zouden we altijd de hologige ruiter, de honger, in het land hebben. De aardappels, de brave dikkoppige aardappels hebben hem voor een goed deel verjaagd. Toen de aardappels 500 jaren

J 1 XrAAK Hn mooi

geieaen in ons ueei van n.uiupa vwi ^

opdoken, begreep niemand welke betekenis zij eens zouden hebben. Niemand bekeek hen met ernst,