is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Nederlandsche Vereeniging van Staatsburgeressen, jrg 12, 1928, no 4, 15-04-1928

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom zouden we haar eens rustig bij de hand willen nemen, en zeggen: zie naar Famke's middelen om het alleen zalig makende huwelijk te bevorderen. Kijk toch eens hoe zij dat aanlegt! Aan die allen die, volgens haar hunkerende zijn naar het eenig levensgeluk, geeft zij een preek !

Ik zal hem niet geheel overschrijven hoe verleidelijk het ook zijn zou! Maar zij ziet nu toch gelukkig dat er voor een huwelijk twee moeten zijn, en de opvoeding van den man, die moet 't hem dus doen. Hij moet opgevoed worden, tot opvoeder en meester over zijn vrouw.

Het is bijna 40 jaar geleden dat een Fransch beeldhouwwerk het ontluikende feminisme voor ons vertolkte. Het had tot naam: Romeinsch huwelijk, en het stelde voor een man en vrouw, waardige flinke menschen, naast elkander gezeten, hand in hand, en elkander rustig en vertrouwend in de oogen ziende. Die 40 jaar zijn ongemerkt aan Famke voorbijgegaan.

Maar dan verder: „Weg met die ellendige humeuren, die een geheele gezinsverband verkommeren, ge leeft niet om U zelfs wille, ge leeft omdat God het wil, ge moet voor de Uwen leven".

Zijn dat nu niet van die woorden waarvan de dichter gezegd heeft: Ich hör die Kunde wohl, allein mir fehlt der Glaube.

Maar we zijn er nog niet. Hier komen nu de laatste imperatieve woorden :

Zoekt U een vrouw gij jonge man.

Weest lieve innige vrouwen en moeders gij jonge vrouwen.

Ouders zouden we willen zeggen, denkt aan Uw eigen jeugd, toen ge Uw gezin gevormd hebt. Heeft een Uwer dat ooit gedaan omdat men U beval, in 't generaal, een vrouw te zoeken, een moeder te zijn ?

Of waart ge gedrongen door dat onnaspeurlijke wonderbaarlijke geheimenis, de aantrekking tot één ander menschenkind, die het leven voor U tot volmaking zou brengen ?

Laat de herinnering daaraan Uw kind beschermen voor den waan dat ooit dat groote mooie anders dan zóó te bereiken zou zijn.

En ge zult het ware feminisme begrijpen en haar bestrijders, medelijdend, kunnen uitlachen.

M. C. T.

INDRUKKEN VAN DE STUDIE-CONFERENTIE.

(Vervol g).

Wat ons dus te doen staat, is dat wij onszelve en onze omgeving een zuiver inzicht bijbrengen in het werken voor den Vrede.

Daartoe zijn vele wegen:

Daar is allereerst, voor haar die talen lezen, dat na de studieconferentie uitgegeven Rapport van de studieconferentie, dat gouden boekje, dat in extenso alle redevoeringen, daar uitgesproken bevat en ons kennis doet maken met de verschillende economische en politieke kwalen waaraan de maatschappij lijdt en die de grondoorzaken van den oorlog zijn, dat ons, en op zoo boeiende wijze, verhaalt van het werken van den Volkenbond, van de Econ. Conferentie, het Ontwapeningsvraagstuk te land en ter zee, de financieele probleemen, het bevolkingsvraagstuk, de emigratie,

de productie, het vrije ruilverkeer, het arbeidsvraagstuk, en nog zooveel belangwekkends en leerzaams meer, vraagstukken diej alle in nauw verband staan met den Wereldvrede en evenveel klippen zijn waarop het Vredesschip kan stranden.

Het boekje bevat uitspraken van de meest eminente personen op elk gebied. Ik zou ze wel met namen willen noemen, maar mijn hart. klopt van vreugde als ik bedenk, dat het bestek van dit artikeltje veel en veel te klein is om ze te noemen. Want er zijn er velen, die ons den weg kunnen wijzen en onder die velen, ook een respectabel aantal landgenooten, vrouwen, zoowel als mannen. Het gulden boekje is dus één van de middelen om ons wegwijs te maken en mag op geen boekenplank ontbreken. Wie het bezit is er rijk mee in alle opzichten. Het is een van de grootste' waarden, welke men zich voor ƒ 1,50 kan verschaffen.

Een ander middel is weer, het oude beproefde, om de onder-1 werpen te laten behandelen in leden- en openbare bijeenkomsten.

Wij hebben ook hiervoor de beschikking over eminente krachten. Wij mogen ze niet ongebruikt laten.

Vrouwen als Mw. Kluyver, Mr. Bakker-v. Bosse, Mw.' Ramondt-Hirschman, Mr. Bakker-Nort, Mr. Lizzy v. Dorp en vele anderen, economisten als Ir. Plate, die het vrijhandelsvraagstuk behandelt, Oudegeest, die wel „Nieuwe Geest" mocht heeten en meerderen, zijn goud waard, om onze dorstige harten te laven en hongerenden geest te voeden.

De vraag is maar: Zijn wij werkelijk dorstig van hart en hongerig van geest, zijn wij, vrouwen in 't algemeen, wel zóó-j bezield met warme belangstelling voor deze groote vraagstukken,^ als noodig is om tot oplossing mede te helpen?

Ik durf het bevestigen noch ontkennen. Wel weet ik, dat d2' vergaderingen tot dat doel belegd, dikwijls al te slecht zijn bezocht en de gulden woorden der sprekers als parelen van een gebroken snoer gedeeltelijk verloren gaan. Maar zelfs dat moet ons niet ontmoedigen. Wij weten al van oudsher, uit de schoon^ gelijkenissen, die eeuwig wellende bronnen van troost, dat bij het zaad, dat verloren gaat, een, zij het dan ook klein deel, to' ontkiemen komt. Hoe meer wij dus zaaien, hoe meer zal ef groeien.

En dan — wie weet hoeveel zaad zal ontkiemen door dat aller' nieuwste vervoermiddel onzer gedachten, die groote overbrenge' onzer innige verlangens, die met z'n machtige vèrdragende sterf' heel de wereld bestrijkt: de Radio !

Ook dat moet een hulpmiddel worden in onzen kamp om dei1 Wereldvrede

En zijn niet de artikelen der leidende couranten, over de zit' tirigen van den Volkenbond, over de resultaten der gehoudei1 conferenties, over de voorbereidselen tot nieuwe, goede bronnC van voorlichting voor wie weten wil. Lezen wij niet dagelijks me' smart hoe de besprekingen over het Arbitragevraagstuk wordei1 bemoeilijkt door den tegenstand van lord Cushenden, den Engel' schen vertegenwoordiger. Inderdaad de symptomen van „Engel' sche ziekte" treden in den Volkenbond nog bij voortduring aa'; den dag en dreigen zijn groei te belemmeren. Ook voor de tweed'' ontwapeningsconferentie, die door onzen grooten landgenof1 Loudon wordt voorbereid, dreigt uitstel. Met spanning grijpen \Vl eiken avond weer naar de courant

Zoo zijn er velerlei middelen om ons sterk te maken, om ons i1' te lichten, op te voeden, deelgenoot te maken van de grootf strevingen der Vredesbouwers.

Laten wij dan geen middelen onbeproefd laten om het in ongestelde vertrouwen te beantwoorden.