is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Nederlandsche Vereeniging van Staatsburgeressen, jrg 12, 1928, no 9, 15-09-1928

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stateert hetzelfde vorengenoemde Inlandsche Volksraadlid, — deze methoden falen, omdat de vrouwen, die deze methoden in toepassing moeten brengen, niet lezen kunnen en niet schrijven, in één woord te onontwikkeld zijn. Zou een vrouwelijk Volksraadlid het bij deze erkenning gelaten hebben? Zou zij er niet op aangedrongen hebben, om in alle; raden, van de geringste af tot de hoogste gemeenschappen toe, vrouwen te brengen, die voor hare medevrouwen op de bres konden staan, opdat haar die hoeveelheid kundigheden bij worde gebracht, die noodig is om de goede bedoelingen van eene tenslotte goed willende Regeering te leer en begrijpen. Zou men op die wijze zooal geen 100% nuttig effect van die maatregelen bereiken, dan zou men toch tenminste een veel hooger percentage daarvan verkrijgen dan nu het geval is. Zouden Regeering en Volksraad beiden dus niet gebaat zijn door de aanwezigheid van vrouwen in dien Raad?

Indien men de Volksraadstukken leest, dan hoeft het niet te verbazen, dat eene eenzijdige mannenregeering zoo weinig denkt

, aan, en doet voor de vrouw. Wat echter wèl verbazen moet, is, z dat het onvermijdelijke gevolg van deze eenzijdige behartiging niet ingezien wordt, waardoor het mogelijk is, dat de Vereeni-

ging van Vrouwenkiesrecht in Indië nog steeds geen antwoord heeft op haar request in Maart 1928 aan den Volksraad toegezonden. waarin het verzoek gedaan wordt, de vrouw in Nederlandsch Indië, de Hollandsche evenals de Inheemsche, althans het passieve kiesrecht te geven voor alle raden behalve voor den Volksraad.

De commissie voor verzoekschriften uit den Volksraad heeft besloten het request ter lezing te leggen op de griffie van den Volksraad.

Weet gij, wat dit beteekent?

Dat niet één van de 61 Volksraadleden de zedelijke moed heep voor een alleszins billijk verzoek op te komen!

Gebrek aan inzicht? Angst?

Waar blijft de man, die voor de vrouwen in Indië zal pleiten, zooals eenmaal van Houten het deed voor de Hollandsche?

De Inlandsche vrouwen hebben gelukkig haar tekort ingezien, en, hoewel hare middelen gering waren, hebben zij sinds eenige jaren verdienstelijk werk gedaan door het stichten van scholen en van vereenigingen, waarin ontwikkelingsbijeenkomsten gehouden worden.

In de maand December van dit jaar zullen de Inlandsche Vrouwenverenigingen bijeenkomen om hare belangen te bespreken. Wij constateeren dit met vreugde en wenschen haar een groot succes toe. Moge op dit congres ook ter sprake gebracht Worden het kiesrecht voorde vrouwen en het besluit in den een of anderen vorm ter kennis gebracht worden van de Regeering.

Moge dan door dit feit de oogen van Regeering en Volksraad geopend worden, en zij leeren inzien, dat het goed is, bijtijds aan billijke verlangens tegemoet te komen. Is het wenschelijk en Politiek juist, onnoodig een groep van ontevredenen te vormen?

En staat bij dit alles de Hollandsche vrouw in Indië afzijdig? Neen, Goddank niet geheel, maar daar is dan ook alles mee gezegd. De Ver. van Vrouwenkiesrecht, in 1926 weder opgericht, heeft gedaan wat zij kon, evenals eenige andere vrouwenvereenigingen of enkelingen, maar aan de groote massa der Hollandsche vrouwen in Indië gaat het voorbij, dat naast haar een groote groep vrouwen leeft, die ook verlangens koesteren naar opheffing uit de achterlijkheid, waarin zij lange tijden Waren.

De Vereeniging van Vrouwenkiesrecht heeft o.a. een enquête

gehouden onder de Inlandsche vrouwen; daardoor vermoedelijk velen de oogen geopend, en velen gesterkt in hare wenschen. Of een kleine groep van 500 vrouwen echter veel vermag tegen de Chineesche muur die manneninzicht heet, moet de toekomst leeren. Ook Chineesche muren echter moeten wijken, laat ons dat iOt troost en hope zijn!

Van de vele Nederlandsche vrouwen, die dank zij den arbeid van onze pioniersters in Nederland, zonder moeite en vanzelfsprekend hare studiën hebben kunnen maken en voltooien, steunden maar enkelen de Ver. van Vrouwenkiesrecht in haar moeizaam en noodzakelijk werk om niet alleen Regeering en Volksraad, maar daarnaast vele mannen en vrouwen tot het inzicht te brengen, dat een zaak eenzijdig behartigd, alle kiemen van mislukking in zich draagt. De anderen voelden niet, dat zij een moreele verplichting hebben en hadden na te komen, de verplichting n.1. om in Indië pioniersters te zijn voor haar, die oók verlangen naar ontwikkeling, naar medezeggingschap, naar mede-arbeid ten behoeve aan de gemeenschap en in het belang van de gemeenschap.

Den Haag, M. STIBBE—KNOCH.

20 Augustus 1928.

Mw. Mr. A. E. v. d. HOEK—KOK. f

Te Rotterdam had op 23 Aug. onder groote belangstelling de uitvaart plaats van de op 47 jarigen leeftijd overleden Mw. Mr. A. E. v. d. Hoek—Kok, de eerste vrouwelijke advocate van Rotterdam, en een der eersten die in ons land de advocaten praktijk uitoefenden. Aan de geopende groeve gaf de deken der Orde Mr. E. Jacobson uiting aan de groote waardeering die zij zich in haar vijf en twintig jarige werkzaamheid had weten te verwerven. Hij roemde haar oordeel, haar scherpzinnigheid, haar rechtskennis, maar bovenal haar warme hart, en de toewijding voor de haar toevertrouwde zaken. Ondanks een langdurig lijden, waarvoor zij wist dat geen genezing te vinden was, had zij haar geestkracht niet verloren; haar heengaan zou een leegte achterlaten, ook vooral onder hare ambtbroeders en zeker onder de vrouwelijke advocaten, dien zij een voorbeeld geweest was.

Mw. v. d. Hoek was een studiegenoote van het oud-Kamerlid Mr. E. C. v. Dorp die ook bij haar begrafenis tegenwoordig was.

Vijf en twintig jaar nog maar geleden! 'En vergeten zijn alle sombere voorspellingen, alle honende woorden, alle minachtende bespotting, vergeten zelfs de namen van wie daaraan uiting gaven. Waarlijk de vrouwen „die den moed hadden", — nu vijf en twintig jaren geleden, — zij hebben niet te vergeefs geleefd. Hulde zij hare nagedachtenis.

Binnenland.

Onderwijs.

Een onzer leden schrijft, dat aan onderwijzers met hoofdacte, die naar Indië gaan, een premie van ƒ2400 wordt uitgekeerd, mits zij deze som niet hebben getoucheerd voor opleidingskosten voor de hoofdacte. Maar aan onderwijzeressen met hoofdacte, die naar Indië worden uitgezonden, wordt deze extrapremie niet uitbetaald.

Indien na onderzoek blijkt, dat dit inderdaad juist is, dan behooren we op te komen tegen dit meten met twee maten.

De betaling voor den arbeid behoort te geschieden naar den aard van het werk en niet naar het geslacht van den arbeider.