is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Nederlandsche Vereeniging van Staatsburgeressen, jrg 13, 1929-1930, no 11, 15-11-1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o t

FINLANDS' NIEUWE HUWELIJKSWET.

Over de nieuwe huwelijkswet, die op 1 Januari 1930 in Finland ' Werking treedt en volkomen wettelijke gelijkheid voor man en r°üw in het huwelijk zal brengen, schrijft Ilrni Hallsten in het ^tobernummer van het ..Bulletin" van de „Internationale

v»ii7nnhprhpHpn waaruit wii kunnen

«wv-niaau vtiouniiciiuv j

*en, dat wat wij wenschen te bereiken, daar in Finland over een

maanrlpn \rprwP7Pn Hikt 7a1 wnrHen.

Reeds in 1907, toen er vrouwen in de Volksvertegenwoordiging

L 7

lvamen, was er een commissie ingesteld om het vraagstuk van ^ huwelijkswetgeving te bestudeeren, maar praktische resultaten lverden daarmee niet bereikt en eerst in 1928, nadat Finland

^afhankelijk was geworden werd het weer ter hand genomen.

nam gedeeltelijk als voorbeeld de huwelijkswetten van ^'eden, Noorwegen en Denemarken, die op een moderne leest

'eschoeid ziin en nu zal de oorspronkelijke wet, 4ie uit het jaar

'f^4 dateert, vervangen worden door een, die gebaseerd is op de

eUwere opvattingen, wat betreft de wettelijke verhouding van

"lan pn vrnnw in lipt hl!we1iik_

De nieuwe wet breekt met het beginsel dat de man alleen ver-

^'twoordelijk is. Zij bepaalt, dat man en vroüw samen zullen

erken voor hun gezin op den voet van volkomen gelijkheid in

Milten en plichten. De gehuwde vrouw kan zonder bijstand van

ar man verbintenissen aangaan, zelf in rechten optreden, enz.

erwijl de oude wet het beheer en de beschikking over de

lederen der gemeenschap aan den man toekende, krijgen nu e'de echtgenooten het recht om naar welgevallen te beschikken °ver de bezittingen, die ieder bij het sluiten van het huwelijk ^zat en ook over hetgeen gedurende het huwelijk afzonderlijk "°or één van beiden verworven is.

Dit laatste, zegt de schrijfster, „was een geheel nieuw beginsel 1,1 de juristen, die het wetsontwerp maakten, gaven zich er vol^ïïien rekenschap van, dat het een sprong in het duister was, een S'aP, die mogelijk den geest van saamhoorigheid, welke de ^r°ndslag is van het huwelijk, zou ondermijnen."

De commissie heeft echter dg middelen gevonden om dit ^evaar te ondervangen. In de wet Oip het huwelijksgoederenrecht 's de bepaling opgenomen, dat bij echtscheiding of overlijden der echtgenooten of zijn of haar erfgenamen, recht hebben de helft van het bezit van de andere echtgenoot, na betaling an alle schulden. De bedoeling van den wetgever is blijkbaar, Erdoor het bewustzijn van de eenheid in het huwelijk te verJ'erken en aan te moedigen tot zuinigheid en overleg bij alle 'andelingen.

Er is ook een bepaling, die het recht van ieder der echtge-

°ten waarborgt, op vaste goederen, huisraad of werktuigen,

'e'ke niet verkocht of verpand kunnen worden zonder toestem-

van de eigenaars, huwelijksvoorwaarden kunnen gemaakt worden niet alleen van 'ev°ren, maar ook gedurende het huwelijk.

Dok wat de opvoeding en verzorging der kinderen betreft,

et>ben de ouders gelijke rechten. Beiden zijn zij verantwoordelijk

TV

lo

°r de bescherming van de kinderen en het onderhoud van het 2in. En hierbij zien we het reeds lang door ons erkende

®nsel tot zijn recht komen, dat de arbeid van de vrouw in de

^'''shouding wordt beschouwd als haar bijdrage in dat onder°ud en dat zij niet beschouwd wordt als een lid van het ^in dat door de verdiensten van den man wordt onderhouden,

ar gelijk met hem opwerkt.

I_ Gedeeltelijk krijgt de nieuwe wet terugwerkende kracht, wat e*reft jjg huwelijken welke vóór de inwerkingtreding gesloten 'in- H. v. B.—H.

WONINGOPZICHTERESSEN.

De 5e conclusie uit het praeadvies van den heer Ir. A. Keppler op de vergadering van 16 Nov. a.s. over de sociale zijde van het Woningvraagstuk luidt: „Het instituut der Woningopzichteressen dient beperkt te worden tot bepaalde groepen van bewoners".

In de eerste plaats op grond, dat de arbeidersbevolking die bevoogding, hoe goed ook gemeend, ontgroeid is. Is dit inderdaad zoo ? Is h'it bevoogding of verricht de woninginspectrice niet in die huisgezinnen in alle opzichten opvoedend sociaal werk?

Die arbeid zou volgens hem alleen passen in blokken voor asocialen en voor blokken, waar verdreven krotbewoners worden gehuisvest en de woningopzichteres zou overigens vervangen kunnen worden door een wèlvoelend man.

Zou men hieruit in de eerste plaats geen lof kunnen afleiden voor de thans werkende woningopzichteressen, dat de groote massa der arbeidersvrouwen zóó goed ingelicht en voorgelicht zijn, dat toezicht in die gezinnen niet meer noodig is, terwijl daarenboven de vrouwen juist bijzonder geschikt zijn voor het zeer moeilijke werk, asociale menschen te leeren hun huizen goed te bewonen en tot sociale bewoners op te voeden.

Doch als lof lijkt het niet bedoeld; eer als bedreiging. En wij zouden willen antwoorden : een welvoelend man is niet geschikt voor dit werk, daar de wijze van bewoning, de inrichting en het schoonhouden van een huis niet door een man, maar wel door een vrouw kan geleerd worden.

Het meest treffende is hier weer, dat wat onze sexe altijd voorgehouden wordt, als te zijn specifiek vrouwenwerk, nu plotseling geschikt genoemd wordt voor mannen.

CATO M. VAN DER PIJL, Arts.

VOETBAL.

Wat nu, zult ge U afvragen, krijgen wij in ons Maandblad een voetbalrubriek? Neen, laat ik U dadelijk geruststellen. Ook wij zijn van meening dat men dit beter aan de mannen en de

pers kan overlaten tenminste zoolang hun doelwit niet

anders is dan de lederen bal. Anders staat het wanneer zij hun sportieve neigingen gaan botvieren op ons vrouwen, en onzen arbeid gaan maken tot hun stootkussen. Dan zijn wij wel verplicht om onze aandacht te wijden aan hun spel. En dan richtten zich dezer dagen onze waakzame oogen op het voetbalspel, dat de gemeenteraad van Scheemda speelde met als doelwit de arbeid der gehuwde onderwijzeres. Voor- en tegenstanders van dezen arbeid spelen daar met wisselend succes. Mochten bij een vorigen wedstrijd de voorstanders als overwinnaars uit het veld komen, bij den laatsten wedstrijd droegen de tegenstanders de zegenpraal weg en trapten met mannenmoed de gehuwde onderwijzeres weer uit haar werk.

Wie zal nu een volgend maal winnen? Zóó wordt de zekerheid, de bestendigheid van den arbeid der gehuwde vrouw tot een aanfluiting. Er in, er uit ! er in ?

Wordt het geen tijd dat hier rechtszekerheid komt en de beslissing niet langer wordt gelaten aan gemeenteraden met wisselende bezetting !

Hoe lang nog? C. S. GROOT.

RECTIFICATIE.

In het artikel voorkomend op pag. 4 van het Aug.-nummer van ons blad : „Het Resultaat onzer Verkiezingsactie", is door een drukfout in het gebruikte cijfermateriaal een fout ingeslopen, die wij alsnog willen herstellen. Er staat n.1. vermeld, dat Mw. Marcus-Nijland (V.D.) 14 stemmen behaalde, hetgeen moet zijn 74, daar zij in den kring Arnhem niet 5 maar 65 stemmen verwierf.