is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1223, 22-02-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was daarvoor ongeschikt — te moeilijk en te zakelijk voor vrouwen, die zo zelden lazen. Tot de vrouwen en meisjes uit de klasse der proletariërs wendden wij ons. En zij hebben onze oproep beantwoord. De Bond van Soc.-dem. Vrouwenclubs met zijn uitgebreid apparaat van propaganda- en ontwikkelingsgelegenheden, met z'n kaderblad en z'n „Born" is er-het bewijs van, dat zich in de arbeidersklasse van Nederland een belangrijke groep van vrouwen heeft gevormd, ontwikkeld, strijdvaardig en geschoold. Zien wij niet velen onder hen in vertegenwoordigende lichamen en in belangrijke commissies!

Terwijl deze veranderingen zich langzamerhand voltrokken, hadden er ook in de andere groepen wijzigingen plaats. Vooral na de wereldoorlog, en nog meer ten tijde der crisis kregen ook de vrouwen uit de middenstand, uit de intellectuele groepen, uit de kringen der zelfstandigen het moeilijk. De zekerheid van veler bestaan ging verloren en ook wijzigden zich bij sommigen de opvattingen, opgeschrikt door het wereldgebeuren. Zodat onze krant zich vanzelf ook tot die vrouwen ging richten en daar dikwijls gehoor vond — bij vele intellectuelen ongetwijfeld ook, omdat de S.D.A.P. de enige partij bleek te zijn, die door alles heen voor de vrijheid der vrouw opkwam.

Zo klopte langzamerhand de naam van ons blad niet volkomen meer met de vrouwen, die het lazen.

Wij zeggen: „niet volkomen", want ons allereerste, ons voornaamste doel is en blijft om te spreken tot en voor de vrouwen uit de arbeidersklasse. Om met ons blad in haar huis een tegenwicht te vormen tegen oppervlakkige amusementblaadjes, waarvan ik u de namen niet behoef te noemen.

Ja, nog altijd is ons streven, ons geïnspireerd streven, om met ons woord door te dringen tot al die vrouwen, 't zij dat ze vonen in steedse kazernewoningen, of in vriendelijke nieuwbouw, of buiten in afgelegen dorpen en dorpjes.

Maar wij spreken tegenwoordig óók tot die andere groepen van vrouwen, die wij zo even noemden. De kunstrubrieken, de binnen- en buitenlandse politieke overzichten — om maa~ iets te noemen — zij moeten ook haar belangstelling wekken. Al is 't geenszins onze bedoeling om eenvoudige propaganda — wij denken o.a. aan Hendriek's brieven en Treesje's beschouwingen — na te laten.

Nóg was echter onze gehechtheid aan een oude, eensgegeven naam (in een tijd

van onzegbare moeilijkheden) te groot geweest om wijziging gemakkelijk te kunnen aanvaarden. Vier en dertig jaar is een lange tijd en ons blad draagt een eigen sfeer met zich mee.

Evenwel — toen nu deze grote verandering en uitbreiding werd voorbereid, toen leek de tijd daar om de naam met de lezeressen-kring in overeenstemming te brengen. Het Bondsbestuur stelt voor om „De Proletarische Vrouw" voortaan te noemen „Wij Vrouwen". Het lijkt ons toe, dat dit een goede naam is. Als men dan met ons blad op stap gaat, zal de naam ook gemakkelijk worden gezegd en begrepen.

Zelf echter moeten wij allen, die hierin te beslissen hebben, goed verstaan, dat de krant dezelfde blijft.^Geen enkele concessie betreffende de inhoud wordt gedaan. Alleen zal ze uitgebreider en véél mooier van uitvoering zijn. En waarom zou een soc.-dem. krant slechter uitgevoerd zijn dan een of ander blaadje, dat wordt uitgegeven om er winst uit te halen? Wij weten, dat de prijsverhoging, die met de verwerkelijking van dit plan zou gepaard gaan voor velen een struikelblok zal zijn. Er over vallen mogen wij evenwel niet, want de helft (een cent) komt aan de bezorgers') ten goede — iets dat jarenlang door de clubs op de jaarvergadering is bepleit.

Onze conclusie is dus deze: het zal voor ons allen goed zijn de vleugels wijder te kunnen uitslaan.

Als redactie, hebben wij gemeend ons fieze uiteenzetting te mogen veroorloven. De discussie zal echter niet in de krant, maar op de club-vergaderingen en later op de jaarvergadering moeten geschieden.

') In sommige plaatsen zal de club hiervan profiteren.

Wat de openbare mening vermag

„Vrede en Vrijheid" het blaadje van de internationale Vrouwenbond van dia naam, wijst er op hoe groot de sympathie van het Engelse volk is voor regerings-Spanje. Uit een Engels blad geeft het de volgende aanhaling:

„De reden waarom Franco tot nu toe geen oorlogsrechten heeft verkregen, die hem in staat zouden stellen het Spaanse volk geheel uit te hongeren, is met drie woorden te zeggen: De Britse openbare mening. De wijzen, waarop deze tot uiting is gebracht, zijn veelvuldig: door openbare vergaderingen, demonstraties, optochten, deputaties en ontelbare brieven aan parlementsleden. Maar, de belangrijkste is geweest, welke tal van democratische organisaties hebben gevoerd onder leiding van de Internationale Vredescampagne. Daarbij werden in zeven dagen, zeven millioen vlugblaadjes verspreid, bevattend het verzoek om zich te verzetten tegen het toekennen van oorlogsrechten aan Franca. In 't geheel zijn tien millioen van deze blaadjes verspreid over het land. Parlementsleden en Regering zijn daardoor tot het besef gekomen, dat het Britse volk er zich ten volle rekenschap van geeft wat er bij het Spaanse conflict op het spel staat." Dit schrijft de News Chronicle.

Hoe dikwijls overvalt ons moedeloosheid, als we zien dat het demonstreren of propagandamaken vergeefs is geweest. En toch, somtijds blijkt onverwachts, dat er wel degelijk invloed van uitgegaan is, al was het niet direct waarneembaar. Houden wij ons principe steeds hoog en vertrouwen wij er op dat van het goede toch altijd invloed ten goede uitgaat! M. WIBAUT—B. v. B.

De kwartaalprijs van de nieuwe krant

Tot onze spijt is onder de kop van de proefkrant „Wij Vrouwen", de kwartaalprijs van de tegenwoordige „Proletarische Vrouw" blijven staan.

Willen de clubs en commissies er echter nota van nemen, dat de kwartaalprijs van de nieuwe krant niet 50, maar 75 cent bedraagt?

WAT MEN AL ZO BELEEFT

Hij liep in gezelschap van een vriend (beide Joden) toen hij een zoontje van een restauranthouder, bij wie zij beiden veel kwamen, tegen kwam. En zoals het wel meer gebeurde het kind om een hand vroeg. Het kind gaf die hand, doch toen ook de ander om een hand vroeg, kwam prompt het antwoord: „Ik geef geen hand aan Joden". Deze jonge man had n.1. een zuiver Joods uiterlijk, wat bij den ander niet zo zeer het geval was. Uit bovenstaand blijkt weer eens het smartelijke van deze tijd, dat ouders zelf het kinderhart al trachten te vergiftigen door anti-semitistische vorming. Laten w ij toch onze kinderen opvoeden in zuiver humanisme en naastenliefde, zodat Joden en niet-Joden als gelijkwaardigen worden beschouwd, hetgeen ze immers ook zijn.