is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1233, 03-05-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLEDING EN HANDWERKJES

Meisjesblousje

Leeftiid 13 jaar. Maten zijn: Boven¬

wijdte 88 c.M., taillewijdte 70 c.M. Men heeft nodig 250 gram Nomotta-Bouclé, en twee Inox-naalden no. 2£.

De berekening voor de boorden is 20 st. op 6 c.M. Beginnen met de boord van het voorstuk en zetten hiervoor op 108 st. Nu breit men 8 c.M. 1 recht, 1 aver., en verspringt hiermede om de drie toeren. Boven de boord breit men een toer recht, waarbij men van iedere 7e st. 2 st. maakt. Nu heeft men 123 st. en moet er voor het uitkomen van het patroontje nog 1 st. bijmaken. Omk. aver. overbr. Voor een sterke naad breit men aan alle naden van iedere aver. toer de eerste 2 st. recht. Na deze aver. toer begint het patroontje en heeft men dus recht voor

le toer: 2 st. recht, dit zijn de kantst., X omsl., 1 st. afh., 2 st. rechtsamenbr. en de afgehaalde st. over de 2 samengebr. halen, omsl., 3 st. r. Van af X herhalen, eindigen met 3 st. r. plus de 2 kantst.

2e toer: over., 2 eerste en 2 laatste st. recht.

3e toer: 2 st. r. X 3 st. r., omsl. 1 st. afh., 2 st. rechtsamenbr. en de afgehaalde st. over de 2 samengebr. halen, omsl. Van af X herhalen, eindigen mejt

2 st. r.

4e toer: aver., de 2 eerste en de 2 laatste st. recht.

Van af eerste toer herhalen tot men boven de boord 19 c.M. heeft, waarna met het armsgat begonnen wordt. Recht voor en beginnen met 4 st. afk., naald uitbr. Omk. en dit nog 3 keer herhalen. Nu 4 toeren, waarvan men aan het begin

3 st. afk., en 4 toeren, waarvan men aan het begin 2 st. afk. Men heeft nu 88 st. over. Recht voor 41 st. breien van het patroontje en 3 st. r. De overige 44 st. rijgt men op een draad. Omk. 3 st. r. aver. uitbr. Zo breit met 5 c.M., waarna men aan het armsgat 1 st. meerdert. Na de volgende 5 c.M. meerdert men weer één st. aan het armsgat. Aan de kant van het splitje kant men nu 5 maal aan het begin van de naald 2 st. af, en men heeft nu 36 st over. Nu 1 st. afk., tot men 27 st. over heeft. Aan de hals gaat men door met 1 st. afk.. terwijl men aan de kant van het armsgat voor schoudernaad telkens 6 st. afk., tot alle st. op zijn. De tweede kant breit men nu in tegenovergestelde richting.

Rug. Opzetten voor de boord 102 st., die weer 8 c.M. hoog wordt. 1 toer recht

en van iedere 7e st. 2 st. maken; men heeft nu 116 st., waar men in de aver. toer nog 2 st. bijmaakt; denken om de 2 rechte kantst.

Van het patroontje breit men nu 17 c.M. tot armsgat. Recht voor, en aan het begin van iedere toer 2 st. afk., tot men 94 st. over heeft. Daarna 1 st. afk., tot

doet wel goed de boorden enigszins stijver te breien. Voor het in elkander naaien legt men de delen op een vochtige doek, met de verkeerde kant boven en perst ze dan voorzichtig even op. De boorden heel weinig. Men zal nu ziet dat de zijnaad van het voorpand 2 c.M. langer is dan van het achterpand. Dit komt

mêMÊmmm.

men 82 st. over heeft, waarop men 6 c.M. breit. Voor de schouder kant men aan het begin van iedere naald 2 st. af, tot men 3 st. over heeft, die men in eens afk.

Linkermouw. Opzetten voor boord 68 st., 4 c.M. hoog, 1 toer recht en van iedere 2e st. 2 st. maken. Men heeft nu 102 st. De aver. toer begint men met van de le st. 2 st. te maken, verder van iedere 7e st. 2 st. maken. Van de laatste st maakt men ook nog 2 st. en men heeft nu 118 st., waarop men 8 c.M. van tiet patroontje breit. Denken om de 2 kantst. Nu volgt de kop van de mouw. Recht voor, 3 st. afk., naald uitbr., omk. 3 st. afk., aver. uitbr. Vervolgens aan het begin van iedere toer 2 st. afk., tot men 88 st. over heeft. Doorgaan met op d'e rechte kant aan het begin van de naald 1 st. afk. en op aver. kant 2 st. afk. aan het begin van de naald, tot men 21 st. over heeft, die men in eens afk. De kop van de rechtermouw maakt men weer in tegenovergestelde richting, dus beginnen met op aver. kant 3 st. afk. Voor het kraagje zet men 210 st. op. waar men 7 c.M op breit, zoals de boorden. Men

omdat er nu door het patroontje geen figurnaden ingebreid konden worden Deze 2 c.M. verwerkt men nu in de zijnaden. De naad van het mouwtje valt op de zijnaad. In het splitje zet men een ritssluiting in de kleur. Het kraagje haalt men in op halswijdte IJ c.M. vanaf de opzetrand. waardoor aan de hals een ruche ontstaat. M. O. B.

Swagger

Op verzoek.

Bovenwijdte 104 c.m.

Lengte 100 c.m.

Mouwlengte 44 c.m.

Men heeft nodig 2.25 m. grof geweven Eng. stof van 130 c.m. breedte, waar weinig of geen patroon aan is. Deze stof is het meest geschikt omdat de gebogen lijnen in het voorpand het patroon van de stof steeds doorbreken, dit ook niet meer op elkaar uitkomt en het geheel daardoor rommelig zou worden.

Op m-achter neemt men een vouw of, indien men dat aardiger vindt, een breed opgestikte naad. Ook het rugstuk