is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1243, 12-07-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDRUKKEN VAN DE WEEK

Zweeds bezoek

Twee Zweedse partijgenoten bezochten Nederland in de maand Juni. Dr. Svartengren en zijn echtgenote Elsa Svartengren. De laatste behoort tot de redactie van het blad der sociaal-democratische Zweedse vrouwen „Morgonbris".

Ook ons brachten zij een bezoek, in 't bijzonder met het oog op ons blad. Misschien weten sommige lezeressen, dat „Morgonbris" een bijzonder mooi uitgevoerd blad in groot formaat is, met prachtige foto's. Maar — het verschijnt — in tegenstelling tot ons blad — maar éénmaal per maand. Dat vond onze Zweedse partijgenote van het onze weer zo mooi, en zij bladerde in de laatste nrs. Zij kon ze niet lezen, maar haar man wel, en hij was blijkbaar verbaasd, dat hier in Nederland nog zulke toestanden voorkwamen als in de partij brochure over Drente werd gemeld *) en waarvan hij in de P.V. had gelezen.

„Morgonbris" gaat vooruit, vertelde zijn vrouw, maar dat komt, omdat onze beweging in Zweden vooruitgaat. Wanneer wij 20 ontstellend veel werklozenhadden, als waarvan wij hier gehoord, hebben, dan ging ons blad ongetwijfeld achteruit.

Wat zij bijzonder graag wilde weten, was dit: „nemen de clubberichten ook zoveel plaats in bij u, of beter, heeft u evenveel moeite om ze te beperken als wij? In Zweden zijn ongeveer 400 clubs, en 't is absoluut onmogelijk om meer dan uiterst kleine berichten te plaatsen". Nu, ook „De Prolet. Vrouw" kent dezelfde moeilijkheden; al ontkennen wij de belangrijkheid van de clubberichten niet, 't is toch onmogelijk om ze anders dan heel kort te houden.

En dan was er nog iets — dat ging over de verhalen of de romanbij lage. „Willen de vrouwen bij u ook zo graag gewone verhaaltjes, liefdesgeschiedenissen of zo iets? Onze redactie .(van „Morgonbris") wil altijd iets goeds geven, maar 't schijnt, dat heel velen aan zo iets oppervlakkigs de voorkeur geven".

Wij moesten denken aan sommige brieven uit onze „prijsvraag", hoe daar ook hetzelfde tot uiting kwam. Eén lezeres schreef zelfs, dat het verhaal zo braaf en saai was — dat ging over de beroemde roman „Samba Diouf" van de Tharauds2). En ik moest toegeven, dat de roep om korte verhalen toenam. „Wel" antwoordde pge Svartengren, „het is in Engeland precies zo, Mary Sutherland heeft mij van dezelfde moeilijkheid gesproken".

') Zie ons artikel in het nr. van 14 Juni 1.1. *) Tharaud, die onlangs tot lid van de Académie fran?aise werd benoemd, (tot de „onsterfelijken")!

Wij onderstelden, dat 't misschien kwam, omdat de tijden zo zwaar zijn, en dat vele vrouwen niets anders verdragen kunnen dan zo'n luchtig kort verhaal, als de dagbladen geven, maar dat vanzelfsprekend oppervlakkig is.

Nog 'n ding bespraken wij over de krant. „Morgonbris" is o. i. betrekkelijk weinig op de arbeidersvrouwen ingesteld; het zou bijna ook een blad voor anders georiënteerde vrouwen kunnen zijn. Volledig gaven de beide partijgenoten dit toe. „De prolet. Vrouw" is meer „proletarisch", en dat moest „Morgonbris" eigenlijk ook zijn, oordeelden zij.

Het laatste, wat pge Svartengren ons vertelde was, dat zij, (evenals haar echtgenoot), wat de militaire maatregelen betreft, op het minderheidsstandpunt hunner partij stond; zij had evenwel vrijheid om daarvan in „Morgonbris" te getuigen.

Toelatingsexamen 'tls bijna 2 jaar geleden, dat een emigrantengezin uit Duitsland zich hier in de buurt kwam vestigen. De laatste barbaarse uitspattingen tegen de Joden hadden nog wel niet plaats gehad, maar voor hun plezier of hun voordeel kwamen zij zeker niet naar Nederland.

Wij waren toevallig aanwezig, toen zij hun aanstaande woning bezichtigden, die natuurlijk in veel opzichten anders was, dan zij het in hun vaderland gewoon waren.

Enige bedeesde kinderen — waarschijnlijk ook onder de indruk van deze gedwongen verhuizing — liepen achter moeder aan. Zeker bracht al dat vreemde, vooral ook de andere taal, hen in verwarring.

Nu 2 jaar verder, lazen wij in de plaatselijke pers — in kleine gemeenten wordt van de verrichtingen der plaatsgenoten altijd notitie genomen — dat de oudste van dat troepje voor het toelatingsexamen van een middelbare school geslaagd is met nog een aantal andere meisjes en jongens.

Opgewekt en blijkbaar in de begrijpelijke triomfstemming van geslaagd-zijn en dan nog vacantie-krijgen, let ik op haar. Ik peins over wat er van haar zou zijn geworden, als haar ouders toen niet de kans van emigratie gehad hadden... En ik verheug mij in haar vrolijke zwier en blijde stemming, die de jeugd eigen moet zijn, maar die — schande genoeg — aan zovele kinderen van heden onthouden wordt.

„Rechten van den mens" De kranten vertellen uitvoerig over het aanstaande 14 Juli-feest in Frankrijk,

wanneer men zal herdenken, hoe voor 150 jaar de Franse Revolutie een aanvang nam. De destijds gepubliceerde „Rechten van den mens" worden weer afgedrukt.

O, ze zijn heel mooi, die „rechten van den mens", waarbij de vrijheid van elk mens wordt erkend. Maar wij willen er hier toch aan herinneren, dat de vrouwen van die rechten waren buitengesloten. Het was de burgeres Olympe de Gouges, die dat in Frankrijk begreep en een verklaring publiceerde „van de rechten der vrouw". Zij zegt daarin o.a.:

„Alle burgeressen moeten evenals alle burgers persoonlijk, of door middel van door haar gekozen vertegenwoordigers, aan de vorming der wetgeving deelnemen.

De vrouw draagt evenals de man tot het vermogen van de staat bij, zij heeft hetzelfde recht als hij om over het beheer daarvan rekenschap te eisen.

De vrouwen hebben het recht om het openbaar spreekgestoelte te beklimmen, omdat zij reeds het recht bezitten het schavot te bestijgen."

Maar — de mannen van de Nationale Vergadering lieten zich niet vermurwen door haar welsprekendheid. In 1793 viel haar hoofd onder de guillotine, omdat zij zich heftig tegen Robespierre's bloedig schrikbewind had verzet. En ook Chaumetet verklaarde, dat vrouwen niet tot regeren in staat waren, niet onpartijdig konden oordelen en geen kennis bezaten. Terwijl andere revolutionnairen meenden, dat het kiesrecht indruiste tegen de eerbaarheid der vrouw, dat zij niet in 't openbaar met mannen moest debatteren, maar thuis kinderen en huishouden moest verzorgen.

Zo waren met „de rechten van den mens" niet de vrouwen bedoeld.

Nog geen ministers

Nog geen ministers. Alleen lange besprekingen, waarvan het grote publiek de inhoud niet kent.

Wel weet men, dat twee belangrijke punten in het geding zijn: defensie en werkloosheidsbestrij ding.

Wat de defensie betreft, de hoogste militaire autoriteiten waren, als specialisten op dit gebied, mede opgeroepen om aan de oplossing mee te werken.

En de kenners, de specialisten op het

terrein der werkloosheidsbestrijding

waar waren die?

Wij vernamen niets van een uitnodiging aan hun adres

* * *

Intussen — nu het Dr. Colijn niet gelukte — is aan den katholieken mr. Kooien de opdracht gegeven om een nieuw ministerie samen te stellen. „Het Handelsblad" schrijft, dat mr. Kooien een solide financier is. Dat mr. Kooien werkelijk verstand heeft van financiën, is bij verschillende gelegenheden uitgeko-1 men. Of hij echter deze kennis ten behoeve der werkloosheidsbestrijding zal gebruiken, lijkt nog onzeker.

10 Juli 1939.