is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1247, 09-08-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een boek over Groningen

„Het menschelijk leven in 't Groninger land", door G. J. Huizenga—Onnekes. Uitg. Van Gorcum te Assen. Prijs in linnen band ƒ 2.50. Geïllustreerd.

Een boek (geschreven op verzoek van de Lustrum-Commissie van het Groninger studentencorps) over Groningen. Over de oude gebruiken, over de geestesgesteldheid, over het zieleleven in het Groninger land.

Het boek is bestemd „voor student en landbouwer, middenstander en industrieel, ja voor alle Groningers maar ook voor allen, die belang stellen in de Gro-: ningers en in de volkskunde", zo lezen wij.

Drs. T. D. Berghuis schreef een kort voorwoord met een motto van de BritsIndische dichter Tagore:

„ .... Het is goed er aan te herinneren, dat de groote tijden van wedergeboorte in de geschiedenis die waren, toen de menschen ■plotseling ontdekten de zaden van gedachten in de graanschuur van het verleden."

De schrijfster zegt, dat zij haar materiaal slechts bij uitzondering uit boeken en tijdschriften genomen heeft, neen, het is ontvangen uit het volk zelf.

Zo vertelt zij van de geboorte, waaromheen in die streken zo tal en tal van verhalen zijn geweven. Van de stenen en de bomen, de bronnen en wat niet al, die bij de geboorte vroeger een rol speelden, en voor 'n deel misschien nog spelen. De kleine kinderen uit de stad Groningen heetten destijds o.a. te komen uit een put op de Groote Markt.

De beschrijving van de gewoonten bij bevalling, kraambezoek e.d. is zeker merkwaardig; trouwens verschillende uitdrukkingen daarover bestaan nog, ook in andere streken. Op de vraag waarom moeder ziek was, antwoordde men: aiber het moeke in 't bain beten", diezelfde zegswijze is in allerlei variaties door het hele land te vinden. Dat de kindersterfte groot was, zoals de schrijfster ons herinnert, is begrijpelijk bij de wonderlijke hygiënische omstandigheden.

Natuurlijk ontbreekt de beschrijving van de doopplechtigheden niet, evenmin als die van de oude kinderspelletjes; van sommige is alleen nog maar de overlevering behouden. Er zijn er, die nog van oud-Germaanse oorsprong zijn, zoals die van de „steerndraaierslaiden" en van Sint-Maarten, wanneer de kinderen met hun zelfgemaakte lantaarns (uit wortelbiet of koolraap) de buurt aftrekken. En die van de Pinksterbruid of Pinksterblom eveneens. Typisch zijn de gewoonten van de jongelui, die een meisje zoeken en b.v. op feestdagen er een vonden. Na het feest gaat dan de jonge man met z'n meisje naar haar huis. ,,Dat is het lands gewoonte en absoluut geoorloofd. Ze drinken koffie, eten een boterham en al etende, drinkende en vrijende brengen ze het grootste deel van de nacht door en bij het scheiden tracteert

het meisje haren vrijer wel eens op een f ladderrakje".

Het gedwongen huwelijk wordt door het volk niet afgekamd. „Men koopt

Bruidspaar in Appingedam + 1840.

toch geen kat in de zak", wordt er dan gezegd. De diepere oorzaak — zegt de schrijfster — van deze opvatting ligt in oeroude rechtsopvattingen over het huwelijk.

Ook over de bruidschat en over het uitzet, waaraan het doodshemd, enz. (met een zwart lintje aan elkaar geknoopt) niet mocht ontbreken, lezen we tal en tal van merkwaardige bijzonderheden, vele uit zeer oude tijden afkomstig. Zo verbood het stadboek, dat de bruiloftsgasten even fraaie kleren droegen als het bruidspaar — er stond zelfs straf op.

In Westerwolde was het de gewoonte, dat de bruidegom met zijn vrienden de bruid op kwam eisen — een gebruik waarschijnlijk herinnerend aan de oude bruidroof.

Bijzonder belangwekkend zijn (waren) ook de gewoonten bij dood en begrafenis. >

Als de dood is ingetreden, wordt de klok stilgezet en de spiegels bedekt. Het rondzeggen geschiedde door iemand met een dikke stok. Die sloeg driemaal op de voordeur en wachtte. Eerst als hij zijn boodschap had gezegd, mocht hij binnenkomen; hij stond n.1. met de dood in verbinding en was daarom gevaarlijk. De dode werd in een lang kleed gehuld, dat men in het Noorden van Groningen „hennekleed" noemt, dit mag niet de rechterhand bedekken, want het volksgeloof zegt: „Als Jezus weerkomt, dan moeten allen hem begroeten en dit moet met de rechterhand gebeuren: dus moet die boven liggen. De voeten mogen niet bedekt zijn, anders zou men er bij de opstanding over struikelen, want allen moeten Jezus tegemoet gaan." Zo vertelt de schrijfster van de meest verschillende gebruiken van vroeger en nu uit allerlei Groningse plaatsen. Zo zien wij een afbeelding van een begrafenis in Slochteren, per schip: de kist staat boven op met de mannen, en de vrouwen zitten in de roef. In de Veenkoloniën worden nog,

Rouwvlaggetje.

wel eens 'n enkele keer zwarte rouwvlagge tj es gebruikt, met een zwarte boom op witte grond in het middenbeeld van levensvernieuwing en opstanding.

Men ziet: een merkwaardig boek, dat zeker in Groningen, maar ook daar buiten, zijn lezers moet en zal vinden.

Begrafenis te Slochteren.

3