is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1247, 09-08-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wilhelmina Drucker (1847-1925)

Een Nederlandse voorvechtster

Op onze laatste jaarvergadering is gevraagd om levensschetsen van vrouwen te geven, die zich in het bijzonder hadden onderscheiden. Reeds gaven wij een schets van Harriet Beecher Stowe, de Amerikaanse strijdster voor de afschaffing der slavernij + 1850. Laten wij dit keer iets over een Nederlandse

Wilhelmina Drucker op 17-jarige leeftijd.

vrouw vertellen, die zeker wel met recht tot de pioniersters mag worden gerekend. Een voorvechtster in de strijd voor vrouwenrechten.

Wilhelmina Elisabeth Drucker heeft het in haar jeugd moeilijk gehad, niet zozeer materieel, als wel door allerlei treurige omstandigheden; daar deze echter nog betrekkelijk kort geleden zijn, zullen wij hierover zwijgen. Zeker is het, dat het geleden onrecht invloed heeft gehad op haar vorming tot strijdster.

De onmondigheid van de vrouw was haar een gruwel, de vrouw was immers mens, waarom moest zij slechts als sekse-wezen worden beschouwd! Vandaar dan ook haar tegenzin, haar afkeer tegen maatregelen, die de vrouw in 't bijzonder moesten beschermen; dit waren in haar oog slechts middelen om de vrouw op haar plaats beneden den man te houden. In 1893 roept zij uit:

„De eerste bede, die dan ook van uit de vrouwenvereniging moet opgaan is: o, aardse en geestelijke machten, behoedt ons voor bijzondere bescherming! De eerste stap, die zij te doen heeft is: protesteren tegen bijzondere bescherming!"

En van haar zijn in hetzelfde jaar de volgende woorden:

,.Bij voortgaande ontwikkeling en grotere beroepskeuze zal zij niet alleen een beroep kiezen om de zo zware

strijd om het bestaan met goed gevolg te kunnen strijden, maar ook omdat zij voelt, dat haar arbeidskracht niet ongebruikt mag blijven en meer en meer zal zij zich daarbij afvragen: „Hoe kan en moet ik mijn krachten gebruiken om de gemeenschap zoveel mogelijk van dienst te zijn?"

Uit deze beide korte aanhalingen spreekt de zeer bijzondere persoonlijkheid van Wilhelmina Drucker; zij is een felle strijdster — en daardoor eenzijdig, zoals uit de weigering van alle beschermende maatregelen blijkt — maar haar groots doel is om van de vrouw een waardig lid van de gemeenschap te maken.

In het herdenkingsnr. van „Evolutie'") Februari 1926, dat geheel aan haar gewijd is, en waaruit wij verschillende bijzonderheden putten, beschrijft Henriette Cohen een grote meeting in 1890 van de „Vereniging tot verhoging van het Zedelijk Bewustzijn" te Amsterdam, waar Ds. Pierson uit Zetten sprak over het „onderzoek naar het vaderschap." Een gevierd redenaar, 'n zaal, gevuld met z'n geestverwanten — en daar debatteerde een vrouw — dat wilde wat zeggen in die dagen. Het was mevr. Drucker, hoog opgericht, bleek als een lijk, met een stem bijna verstikt door

emotie"

Dat Wilhelmina Drucker niet de algemene sympathie verwierf, het is waarlijk geen wonder. Slechts 'n betrekkelijk kleine kring getrouwen had zij om zich heen, al is de waardering voor haar in later jaren zeer gegroeid. Zij ontzag ook niets of niemand, waarvan zij meende, dat 't haar doel in de weg stond. „Mannenhaatster" werd zij wel genoemd — onjuist natuurlijk, maar het grote publiek neemt 't nooit nauw met iemand, die tegen de stroom ingaat.

Het optreden van Domela Nieuwenhuis gaf haar moed, maar zij meende, dat een afzonderlijke vrouwengroep moest worden opgericht en in 1889 werd op haar initiatief de Vrije Vrouwenvereniging opgericht. Welk een spot, hoon en laster heeft die ondervonden! Maar zij was de laatste, die zich aan zo iets stoorde: „Het gaat er toch niet door dood, het vrouwenvraagstuk is geboren en laat zich niet meer terugdringen."

In 1891 deed „Mina Drucker", zoals zij meer en meer genoemd werd, een propagandatocht ploor het Noorden van ons land, om haar denkbeelden uiteen te zetten; zij |prak in allerlei kleine plaatsen meest ''tegenover een publiek, dat de ernst van het vrouwenvraagstuk niet begreep. Maar zij zette door.

De strijd voor het vrouwenkiesrecht heeft zij mede gevoerd, maar zij wilde

eerst het vrouwenkiesrecht en daarna het algemeen kiesrecht. In een van haar

brochures „Een woordje aan de vrouwen van Nederland" hekelt zij scherp de wetten, die behalve bij het strafrecht en de belasting, de vrouw behandelen als een kind van nog geen zeven jaar. En daar schrijft zij over het kiesrecht o.a. het volgende:

„Nooit zie ik een stomdronken kerel tegen een muur of brugleuning vallen of in zichzelf vloekend voortwaggelen, of ik zeg tot mijzelve: zié, dat kan voogd zijn, dat kan getuigenis afleggen, dat vertegenwoordigt de waarheid, terwijl de vrouw, die tobt en zwoegt en werkt om haar familie brood te verschaffen, of dagen en nachten blokt om kennis te vergaren, verre beneden zulk enen staat "

Neen, niet dadelijk algemeen vrouwenkiesrecht, wilde zij. Trouwens, de Vrije Vrouwenvereniging hield zich zorgvuldig afzijdig van elke politiek. Zij had maar één doel: de vrouw en haar rechten. Wel had mevrouw Drucker zich eerst hoopvol tot de opkomende arbeidersbeweging gewend, maar toen deze niets wilde weten van de afscheiding der vrouwen in afzonderlijk en onafhankelijk verband, toen was het uit met haar sympathie. Bovendien ondervond zij dikwijls weinig hoogstaande tegenwerking door het standhouden van ingewortelde vooroordelen. Want, zoals wij allen ook weten: de mannen zijn (of waren) over 't algemeen, wat hun persoonlijke machtspositie tegenover de vrouw betreft, zeer conservatief.

Mevrouw W. Drucker.

Toch was mevr. D.'s kiesrecht-standpunt onjuist; waarschijnlijk heeft haar verbittering over persoonlijke verdachtmaking haar de woorden in de mond gegeven, die Troelstra in zijn „Woorden van Vrouwen" (1898) aanhaalt. Deze woorden: „het feminisme in