is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1250, 30-08-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Achtste geschiedenis van Gezas

Thugater') melkte de koeien van haar vader, en ze melkte goed, want de melk die zij thuis bracht, leverde meer boter dan de melk die thuis werd gebracht door haar broeders. Ik zal u zeggen hoe dit kwam, en let goed op, Fancy, dat ge 't weet... als ge eenmaal mocht uit melken gaan. Maar ik zeg u dit, niet opdat ge zoudt melken als Thugater, maar om u te wijzen op het voorbeeld van haar broeders, die door minder goed te melken, beter deden. Verstandiger althans. •

Vóór de jonge landlieden de weide betreden, ja lang voor die tijd, staan de koeien te wachten bij het hek, om ontlast te worden van de overvloed, die ze eigenlijk gereed maakten voor hun kalveren. Maar de mensen eten die kalveren op, omdat zé hiertoe de geschiktheid voelen, en dan is er melk te veel in de uieis.

Wat geschiedt er nu onder dit wachten van de koeien met domme gezichten voor het hek? Gedurende dit stilstaan, drijft het lichtste deel der melk, de room, het vet, de boter, naar boven, en ligt dus het verst van de tepel. (Tepel is mannelijk, Fancy, wat ik heel gek vind).

Wie nu geduldig melkt, tot het laatste toe, brengt vette melk thuis. Wie haast heeft, laat room achter.

En zie, Thugater had geen haast, doch haar broeders wèl.

Want deze beweerden dat ze recht hadden op wat anders, dan het melken der koeien van hun vader. Maar zij dacht niet aan dat recht.

— Mijn vader heeft mij geleerd te schieten met pijl en boog, sprak een der broeders. Ik kan leven van de jacht, en wil rondlopen in de wereld, en arbeiden voor eigen rekening.

— Mij leerde hij vissen, zei 'n tweede. Ik ware wel gek, altijd te melken voor een ander.

— Hij toonde mij hoe men een schuit maakt, riep de derde. Ik kap een boom en ga er op zitten, in het water. Ik wil weten wat er te zien is aan de overzij van het meer.

— Ik heb lust om samen te wonen met de blonde Gune:) verklaarde een vierde, dat ik een eigen huis heb, met Thugaters er in, om voor mij te melken.

Zo had iedere broeder een wens, een begeerte, een wil. En ze waren zo vervuld van hun neigingen, dat ze zich gèen tijd gunden om de room mee te nemen, die de koeien heel mistroostig moesten bij zich houden, zonder nut vóór iemand.

Maar Thugater melkte tot de laatste drup.

— Vader, riepen eindelijk de broeders, wé gaan!

') De betekenis van het woord dochter — in het Sanskrit: Thugater is melkster.

*) Gune = vrouw.

door Miiltatuli

— Wie zal er melken? vroeg de vader. ' — Wèl, Thugater!

— Hoe zal het zijn, als ook zij lust krijgt in varen, vissen, jagen, wereldzien? Hoe zal het wezen, als ook zij op het denkbeeld komt, samen te wonen met iets blonds of bruins, opdat ze een eigen huis heeft, met wat daarbij behoort? U lieden kan ik missen, doch haar niet... omdat de melk die ze thuisbrengt zo vet is.

Toen zeiden de zoons, na enig overleg:

— Vader, leer haar niets! Dan zal "ze blijven voortmelken tot het einde van haar dagen. Toon haar niet hoe de gerekte koord, samentrekkend, een pijl wegschiet; dan zal ze geen lust hebben in de jacht. Verberg haar de eigenschap der vissen die een scherpe haak inslikken, als die bedekt is met wat aas; ze zal dan niet denken aan het uitwerpen van hoeken of netten. Leer haar niet hoe men een boom uitholt, en daarmee kan wegdrijven naar de overkant van het meer: dan zal ze geen begeerte voelen naar de overkant. En laat haar nooit weten hoe ze, met blond of bruin, een eigen huis kan verkrijgen, en wat daarbij behoort! Laat haar dit alles nooit weten, o vader, dan zal ze bij u blijven, Intussen... laat ons gaan, vader, ieder en de melk uwer koeien zal vet wezen! naar zijn begeerte!

— Eilieve, wie zal beletten dat ze weet wat ik haar niet leerde? Hoe zal het zijn, als zij de blauwvlieg ziet varen op een drijvende tak? Hoe, als de getrokken draad van haar spinsel zich herstelt op vorige lengte, en, snel krimpend, de klos van haar weefgetouw voortdrijft bij toeval? Hoe, als ze aan de rand der beek de vis bespiedt, die bijt naar 't kronkelend wurmpje, maar misvattend uit verkeerd bestuurde graagte, vasthaakt in de scherpe liphulze van het riet? En hoe eindelijk, als zij 't nestje vindt, dat de leeuweriken zich Meimaands bouwen in de klaver?

De zonen dachten weer na, en zeiden:

Ze zal daaruit niets leren, vader! Zij is te dom om begeerte te scheppen en wetenschap. Ook wij zouden niets geweten hebben, als ge ons niets hadt gezegd.

Maar de vader antwoordde:

Neen, dom is ze niet! Ik vrees dat ze leren zal uit zichzelf, wat gijlieden niet leerde, zonder mij. Dom is Thugater niet!

Toen dachten de zoons weer na — ditmaal dieper — en zeiden.

— Vader, zeg haar: dat weten, -begrijpen en begeren... zondig is voor een meisje!

Ditmaal was de zeer voorzichtige vader voldaan. Hij liet zijn zoons trekken, ter visvangst, op de jacht, de wereld in, ten huwelijk... overal heen...

Maar hij verbood het weten, het begrijpen en het begeren aan Thugater, die in onnozelheid bleef voortmelken ten einde toe.

En dat alzo tot op deze dag.