is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1253, 20-09-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONS KINDERBLAADJE

't huis en die zijn dol op gazellen. Lulu hechtte zich zeer aan Kamante. Als hij niet deed, wat zij wilde, dan stootte ze met haar neus tegen zijn benen. Dat neusje was zwart en klein als een truffel (een soort paddestoeltje.) De honden gingen zelfs voor haar op zij. Hadden ze het beste plaatsje bij de haard ingenomen en Lulu kwam binnen, dan stonden ze op. Ze had eenvoudig die honden, jachthonden nog wel, altijd weggestoten van de haard of van de etensbak, wanneer ze daar tegelijk voor stonden. Ze kwam altijd even sierlijk binnen en ging zedig en deftig zitten, als een voorname dame. Ze stond er op, dat ze achter de oren gekrabbeld werd en was dan vriendelijk en verdraagzaam. Zij kreeg een bel om de hals, dat gaf een gezellige klank in huis. Toen Lulu groter werd, zag ze er als een goed doorvoed wijfje uit. Ze was 't sieraad van de farm. Soms had ze kuren en begon ze op 't grasveld de gekste sprongen te maken. Ook verdween ze wel eens een poosje.

Maar eens op een avond was Lulu geheel verdwenen en een hele week werd er vergeefs naar haar uitgekeken en het gezellig tinkelen van de bel gemist.

Toen Kamante's meesteres haar bezorgdheid over Lulu tegen hem uitsprak, zweeg Kamante zoals gewoonlijk eerst een tijd. Enige dagen later kwam hij bij haar en zei tegen haar: „Mabu, u denkt dat Lulu dood is?"

De meesteres aarzelde eerst dit toe te geven, maar zei dat ze zich verbaasde, dat ze niet terugkwam.

Toen zei Kamante heel kalm: „Lulu is niet dood. Lulu is getrouwd.'

„Hoe weet je dat?" vroeg de meesteres.

„Zij is getrouwd, ik heb haar met haar baas gezien. Zij heeft ons echter niet vergeten, zij komt 's morgens bij de keuken gemalen mais eten, die ik op de grond gestrooid heb. Even vóór zonsopgang komt ze uit het bos, loopt rond en eet ervan. Haar man blijft in de verte achter een boom staan, hij durft niet dichter bij komen. Hij is bang voor de mensen."

Kamante's meesteres wilde dat hij haar voor zonsopgang riep, want zij wilde Lulu zien. Een paar dagen later ging ze met Kamante mee. Zij vertelde later: „Het was een prachtige morgen. De laatste sterren verbleekten terwijl wij wachtten, de hemel was helder en klaar, maar de wereld, waarin we liepen was somber, stil en van een huiveringwekkende rust. Het gras was vochtig; verder weg, waar de

. . 1 1 .1 1 -3 „ nilïTAf r\n Wf\rnfQn_

grond neiae, giom ae aauw onuer ue Dumeu aua uui ^avci.

lucht was koud; zij stak; dit beduidt in noordelijke landen, dat er vorst in de lucht zit. Hoe vaak men het ook ondervindt dacht ik, altijd blijft het niet te geloven, dat binnen enkele uren de zonnehitte en de helle glans van de hemel nauwelijks te verdragen zijn. Grijze mist lag over de heuvels en nam merkwaardige vormen aan; het moest bitter koud zijn op de buffelberg, als de buffels daarginds graasden. Het grote gewelf boven onze hoofden werd geleidelijk gevuld met een helder licht, als een glas met wijn. Eensklaps vingen de toppen van de heuvels het eerste zonlicht op en werden rood gekleurd. En langzaam, als of de aarde leunde tegen de hemel, werden de grashellingen aan de voet van de berg en verderweg in de laagte en bossen overgoten met een zachte goudglans. Toen blonken de koppen van de hoge bomen in het woud aan onze kant als roodkoper.

Een vogel begon te zingen en toen hoorde ik het klingelen van een

ONS KINDERBLAADJE

bel op Kleine aistana in net dos. neb was een giute vieuguc my. Lulu was terug en bijna in haar oude huis! Eensklaps stond ze voor me. Ze was niet verschrikt. Deze Lulu was echter geheel anders, ze was een onafhankelijk wezen geworden, Toen ze de meesteres voorbijliep maakte ze een allerliefst, klein sprongetje nam een bekvol gras mee en liep naar de keuken, waar Kamante gras gestrooid had. Kamante wees naar het bos. Onder een kastanjeboom stond een mannetjeshert met een paar prachtige hoorns onbeweeglijk stil, als een geknipt plaatje tegen een achtergrond geplakt.

Kamante nam hem enige tijd waar en lachte toen. Hij zei: „Kijk eens, Lulu heeft haar man uitgelegd, dat er bij de huizen niets is, om bang voor te zijn, maar desondanks waagt hij 't niet naderbij te komen. lederen morgen denkt hij even ver te gaan als zij, maar als hij naderbij komt krijgt hij een koude steen in zijn maag en blijft bij de boom staan."

Lange tijd kwam Lulu bij 't huis, maar het mannetje dorst niet naderbij komen. Kamante's meesteres was blij haar helder belletje te horen. Dan bleef ze weef weg en dan weer vertelden de huisjongens: „Lulu is er!"

Eens op een dag toen de farmbewoonster 's morgens naar het huis ging, kwam Kamante haar opgewonden tegemoet. Hij vertelde dat Lulu die dag op de farm geweest was met zijn Toto, zijn jong. Enige dagen later zag de meesteres beide. Lulu was nu op haar hoede en men kon niet met haar spotten. Achter haar aan kwam een even sierlijk klein diertje als toen Lulu allereerst op de farm kwam. Tijdens de zomermaanden kwam Lulu herhaaldelijk tot dichtbij de hutten en het huis.

Lulu's jong was niet bang voor de honden en liet zich rustig besnuffelen, maar ze wende niet aan de mens en als die haar grijpen wilden waren moeder en kind verdwenen.

Lulu was vriendelijk, at stro uit de hand, keek soms door de deur naar binnen, maar ze stapte nooit meer over de drempel. Zij had later haar bel verloren en bewoog zich nu geruisloos.

De huisjongens wilden 't jong vangen, maar mevrouw Blixen wilde het volstrekt niet. Zij vond 't zo iets moois, dat een dier dat in de wildernis leefde, zo vertrouwd met hen was, dat t uit eigen beweging hen bezocht. Ze zou 't lomp van haarzelf vinden t met gevangenschap te belonen.

Ze bleven soms weg, maar kwamen ook weer terug, totdat na de zomer de regentijd weer kwam, zoals in dit klimaat altijd plaats heeft. Toen vertelden de huisjongens dat Lulu met een nieuw kalfje was teruggekomen,

Mevrouw Blixen zag het niet, zij kwam niet meer dicht bij het huis. Later zag zij drie herten in het bos.

Dit duurde vele jaren. De herten aten van het grasveld. Hun huid blonk dan als koper in de namiddagzon. Meestal echter kwamen ze voor zonsondergang en leken dan weer zwarte geknipte plaatjes tegen de groene achtergrond van 't bos.

Een van de herten kwam 't dichtst bij huis, dat was zeker Lulu. zy werd donkerder van kleur nu zij ouder werd.

Geen mannetje kwam dicht bij huis, alleen wijfjes.

Mevrouw Blixen was trots op het vertrouwen dat de herten haar bewezen hadden. Vrienden van haar, ook jachtopzieners en natuur-