is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1254, 27-09-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stemmen over soldaatje spelen

... een paar kleine jongens liepen mee.

Verbieden helpt niet

Voor mij ligt een nr. van ons dagblad „Het Volk". Op de laatste blz. staat een foto van militaire oefeningen aan de grens; de soldaten marcheren met een gasmasker op. En daarnaast lopen een paar kleine jongens mee.

Iets dergelijks ziet men nu haast dagelijks; speelt niet de helft van de Hollandse jongens op 't ogenblik soldaatje met een of ander militair-uitziend hoofddeksel en een stok op schouder, dat in de jongensfantasie het geweer voorspelt? Onze kinderen „lopen mee", ook' in figuurlijke betekenis, en zij laten ons zo de gevolgen van het wereldgebeuren aanschouwen. Nederlandse vrouwen, proletarische moeders, wat zegt u dit?

Het heeft op dit ogenblik geen zin om over de noodzakelijkheid van oorlog (of hoe hij vermeden kon worden) te spreken. De oorlog is er en wij moeten weten, hoe wij er tegenover staan. Wij socialistische vrouwen willen geen enkele oorlog, wij komen in opstand tegen de ongelooflijke achterlijkheid van de kapitalistisch-denkende mensheid, die nog geen andere mogelijkheid heeft gevonden om tot overeenstemming te komen dan oorlog.

En terwijl wij vol ontzetting lezen van het bloed, dat vergoten wordt, van de ellende, die de oorlog brengt, horen wij in de straat de kinderen in de maat voortstappen en met hun hoge stemmetjes de commando's geven: onze kinderen spelen soldaatje.

Natuurlijk willen wij dat niet. Wij willen hen niet zien opgroeien om in de oorlog iets moois te zien, maar om te begrijpen, dat deze een schandvlek voor de mensheid is, die uitgewist moet worden.

Maar dit is niet gemakkelijk. Want alles wat militair is, trekt het kind aan,

en al zijn wijzelf nog zo vervuld van onze socialistische idealen, in de kinderen zien wij weer de oeroude instincten der mensheid zich ontwikkelen. Is 't niet heerlijk voor het kind om zich te verkleden, om tot een bepaald gedisciplineerd troepje te behoren, om strenge bevelen te gehoorzamen, die niets met ouders en thuis te maken hebben! En dan nog de romantiek van onbekende avonturen, en voor sommige kinderen ook de aantrekkingskracht van al die wonderen als vliegtuig, tank, gasmasker, bom en het reusachtige geschut!

Neen, het is niet zo eenvoudig onze kinderen voor deze militaristische infectie te behoeden. In het nr. van 13 Sept. („Pr. Vr.") wordt op uitstekende wijze op het gevaar ervan gewezen. Maar het is m.i. onjuist om te menen, dat nu onze socialistische propaganda mislukt zou zijn. Men moet bedenken, dat de militaristische neigingen bij elk geslacht weer opnieuw overwonnen moeten worden en dat door het soldaatje-spelen de diepliggende instincten van de menselijke natuur worden bevredigd.

Wij kunnen de kinderen daar maar niet opeens van losmaken. Verbieden helpt niet en het zou heel verkeerd zijn om de kinderen opzettelijk de gruwelen van de oorlog in woord en beeld voor te houden. Maar aan de andere kant moeten wij op het ogenblik meer dan anders dit instinct op andere wijze bevredigen, als wij niet willen, dat dit geschiedt door oorlog en militarisme. Laten zij zich wèl mogen verkleden — b.v. als Indianen, Poolreizigers, leeuwenjagers; laten zij daarbij wèl marcheren en aan strenge bevelen gehoorzamen; laten zij avonturen en gevaren in hun spel beleven.

Moeders en opvoeders moeten op deze wijze het spel laten aanpassen aan de tijd. die wij beleven. Dus: niet verbieden, maar afleiden, dat is op dit ogenblik onze opvoedkundige taak.

Amsterdam. G. BERTRAM.

Wij moeten vertrouwen

Onze oudste jongen is 5 jaar. Wij zijn overtuigde anti-militaristen en proberen dit ook in onze opvoeding te latén uitkomen. Vanaf dat onze jongen een jaar of 3 was, komen bij tijden schiet-spelletjes bij hem voor.

Met een stok „schiet hij je dood". De houding bij het schieten (hoè komt hij er aan?) wordt nagebootst en met een ware hartstocht geeft hij zich er aan over. Een jaar geleden was hij bij kinderen,' waar een bok was, mocht rijden met de bokkewagen, enz., maar vond een oud geweertje en rustte niet eerder, voor hij dat mee kreeg naar huis. Zij, die bij hem was, wel wetende, hoe er in ons gezin over zulk „speelgoed" geoordeeld wordt, probeerde hem iets anders te geven, maar dat geweertje moest en zou mee.

Thuis hebben we het dadelijk weg gedaan natuurlijk. Zo gaat het altijd. Wij hebben er over gepraat met hem, en uu begint het wat te dagen, doordat hij een beetje besef van de dood krijgt, maar 't is meer na-aperij van grote mensenmening, dan eigen bezit.

Nu hebben wij wèl opgemerkt, dat hoe meer wij er van zeggen en het verbieden, hoe hartstochtelijker het „schietspelletje" wordt. Dus nu negeren we het verder maar. En werkelijk, de laatste tijd is het haast niet voorgekomen, zelfs niet nu met al deze oorlogsellende. Maar eergisteren stond ons meiske van 2 jaar met een stok en nu verwacht ik weer hetzelfde. Ik ga er nu beslist niet meer tegen in en heb het vertrouwen, dat tóch de goede krachten het winnen zullen.

Waarom ik dit schrijf. Daarom, omdat men niet te gauw zal oordelen over andermans kinderen en hun ouders. Wie zelfbewust en met groot verantwoordelijkheidsgevoel z'n kinderen probeert groot te brengen, ervaart dagelijks, hoe