is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1254, 27-09-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Internationale Bijeenkomst georganiseerd door het Vrouwencomité uit de SAI.

Conclusies

Tegen een aanvaller moet men optreden

De conclusie luidde als volgt:

Deze gevaarlijke toestand ('t was toen de le week van Augustus) is ontstaan door een politiek, tegen welke de sociaaldemocraten zich altijd hebben verzet.

Toch kunnen wij

op dit ogenouK ons niet aan de

verantwoordelijkheid onttrekken om een scherp omlijnd standpunt tegenover de dictatoren in te nemen. Zelfs als wij erkennen, dat machtige kapitalistische regeringen, wanneer zij zullen besluiten om zich tegen een aanvaller te keren, dit zullen doen, omdat bijzondere

kapitalistische en imperialistische belangen daarbij in ge¬

vaar komen, moeten wij toch ook erkennen, dat het fascisme iedere vrijheid en elke menselijke waarde vernietigt, die de socialisten hoog houden. Daarom — wanneer de dictatoren een oorlog beginnen, dan moeten de socialisten daadwerkelijke weerstand steunen.

E. Ribbius Peletier,

de Nederlandse vertegenwoordigster

Een moeilijke keus

Deze beslissing werd door de socialistische vrouwen eerst genomen na lange, ernstige discussies en overwegingen. Oorlog houdt ongetwijfeld gevaren in voor de vrijheid en voor de verwerkelijking van een betere maatschappij vorm, maar op den duur is dit gevaar minder groot dan de mogelijkheid, dat het fascisme zijn aanvallen ongehinderd kan voortzetten, om zijn machtsfeer uit te breiden.

Democratische staten moeten het initiatief nemen

Bij de discussie kwam naar voren, dat een sterke band tussen democratische staten en die welke voorstanders van vrede zijn, nodig was om met de daad een aanvaller tegen te houden. Dit zou een eerste stap moeten zijn, maar ook slechts de eerste. Want de vredelieven¬

de staten moeten het nieuwe Europa, zoals zij dit wensen, voorbereiden, dus de noodzakelijke, economische en politieke voorwaarden voor een blijvende vrede uitstippelen en onder welke bedingingen de aanvallers tot samenwerking kunnen worden toegelaten. Vage frases omtrent een „wereldconferentie" zijn op het ogenblik (eerste week van Augustus) gevaarlijk en bedriegelijk, tenzij de vredelievende staten eerst op de meest concrete en nauwkeurige wijze de punten van deelneming aan dit werk hebben vastgelegd.

Anti-fascistische propaganda

Een belangrijke bespreking volgde nog over de methode der anti-fascistische propaganda. Men was 't er over eens, dat in elk land meer bekendheid moest worden gegeven aan de werkelijke doeleinden van de nationaal-socialistische politiek, zoals deze in het boek „Mein Kampf" is uiteengezet. Ook is 't nodig, dat de democratische landen meer propaganda in de fascistische landen maken. Tenslotte achtte men veel uitgebreider propaganda nodig in de kleine staten, die in het bijzonder door fascistische actie worden bewerkt.

Excursies

De Belgische gastvrouwen lieten tenslotte hun buitenlandse gasten ook 't een en ander zien van de inrichtingen in de buurt van Charleroi, welke door de socialistische beweging waren tot stand gebracht. Voornamelijk betrof dit kinderzorg en jeugdzorg.

Verder werd ook een tocht in de omtrek gemaakt en werden de cursisten onthaald op een gezellige avond, georganiseerd door verschillende instanties

van de Belgische arbeidersbeweging.

Alice Pels, de internationale secretaresse, schrijft, dat zij vertrouwt, hoe de

Alice Pels, de internationale secretares

vrouwen uit de verschillende landen naar huis zijn gegaan met nieuwe moed voor hun werk. En zij spreekt de hoop uit, dat een volgende „internationale week" hen zal samenbrengen in een verlost Europa — verlost uit de klauw van het fascisme.

INGEZONDEN

door de Ver. „Ned. Fabrikaat."

De economische macht van de Nederlandse vrouw

Door Dr. W. H. Posthumus—Van der Goot

„Koopt Nederlandse waar" is een leuze, die op het ogenblik, doch ook reeds jaren vóór de huidige oorlogsgebeurtenissen in allerlei toonaarden ten gehore wordt gebracht. Het is een oproep, en dit wordt wel eens vergeten, die zich voornamelijk tot de vrouw richt. Ja, want wat koopt een man, een das, een paar schoenen, een pak en misschien nog een auto. En dan zou hij nog kunnen nagaan of zijn Engelse sigaretten, dat alleen in naam of ook in werkelijkheid zijn. Maar in het algemeen speelt zijn koopkracht in dit opzicht geen rol van enige betekenis; de vrouw is de besteedster van het inkomen bij uitnemendheid.

In centen en in dubbeltjes, in guldens en in tientjes, voor lucifers en havermout, voor tandpasta en poetskatoen, voor kousen en voor kleren geeft zij ons nationale inkomen uit, tot een bedrag van duizenden, neen van millioenen en zelfs van milliarden guldens. Want men moge niet helemaal zeker weten of de vrouw aan ongeveer § of 3 van het totale inkomen zijn bestemming geeft en of dat nationale inkomen in Nederland wat meer of wat minder dan 4 milliard guldens bedraagt, het is een voorzichtige schatting, dat 2 a 3 milliard guldens, dat is dus 2 a 3 maal duizend millioen gulden door de handen van de vrouwen uit alle lagen van de bevolking gaat.

Deze enorme economische macht schept verantwoordelijkheden, die nog onvoldoende worden erkend. Enerzijds is de voorlichting omtrent de beste wijze van besteding van dit bedrag in het belang van het gezin nog geheel ontoereikend. In Nederland huldigt men eigenlijk nog altijd de traditionele opvatting van vroeger eeuwen, dat de volmaakte huisvrouw alles moet weten. In andere landen, b.v. in Denemarken, is dat niet zo. Daar bestaat een regeringshuishoudraad, die begrijpt, dat betrouwbare voorlichting van de huisvrouw — die niet alles kan weten — een staatsbelang is.

Van haar inzicht, van haar beslissing hangt voor een goed deel het wel en wee van de Nederlandse nijverheid af en daardoor van de duizenden en duizenden gezinnen, die daarin hun bestaan moeten vinden.

Zo is het verschil tussen een Amerikaanse en een Hollands jurkje dikwijls niet een ,van snit of van prijs, maar alleen van al of geen werk in een arbeidersgezin, van al of geen aanmoediging voor een nieuwe Nederlandse industrie, die juist de laatste jaren er zo krachtig naar heeft gestreefd, te beantwoorden aan de hoge eisen van de moderne vrouwen. De eenvoudige vraag: „Is dit Nederlands fabrikaat?" is een van de meest doeltreffende middelen, waarmee de vrouw haar economische macht ten goede kan gebruiken. Moge zij zich meer en meer bewust worden van haar verantwoordelijkheid t.a.v. de twee groepen van belangen, die in de laatste instantie geen tegenstelling mogen zijn: het gezinsbelang en het algemeen belang!"