is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1257, 18-10-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONS KINDERBLAADJE

Wij gaan kleuren

Wie een doos vol kleurpotloodjes heeft, kan gemakkelijk roodbruin uitzoeken voor de kastanjes, en geelgroen voor de hulzen. Wie wel bruin heeft, maar geen roodbruin kan wat lichtrood of oranje dun over het bruin zetten. Maar wie alleen de 5 noodzakelijke kleuren heeft, krijgt het moeilijkste en ook het prettigste werkje. De opgegeven kleuren zijn: geel, vermiljoen (licht rood), carmijn (donkerrood) ultiamarijn (paarsblauw), Pruisisch blauw (groenblauw). Je maakt nu eerst oranje van vermiljoen en geel, en dan zet je er een dun laagje blauw overheen. Probeer het eerst op een randje van de krant, en je zult zien dat je prachtig roodbruin krijgt. Denk er aan, dat ie ergens glanslichten op de kastanjes uitspaart. Het groen voor de hulzen maak je van Pruisisch blauw (weinig) en geel. De hulzen zijn van binnen wit. Het kommetje is versierd met rood blauw en geel Kies zelf maar hoe je wilt.

ANTWOORD RAADSEL VORIG NUMMER.

Gesprek van vis in 't water en de regenwurm als aas aan de hengel van een visser.

BIJBLAD VAN „DE PROLETARISCHE VROUW" VAN 18 OCTOBER 1939 No 1"54 DERTIGSTE JAARGANG NO. 112G VAN „ONS KINDERBLAADJE'. VERSCHIJNT ELKE WOENSDAG. REDACTIE-ADRES: FRANS VAN MIERISSTRAAT 108 1, ADAM.

DE CACTUS

Door JO VAN KAMPEN.

Op een brede vensterbank stonden vele mooie planten. Ze hadden het daar heerlijk, want ze koesterden zich de hele dag in de zon en kregen volop te eten en te drinken. Zo groeiden ze dan ook als kool.

Vandaag waren echter alle plantjes uit hun humeur. Er was een nieuwe plant bij gekomen, maar wat voor een plant. Een afschuwelijk monster zonder blad of bloem. Ze had alleen maar recht omhoog stekende stijve stengels, die wel van hout leken en die bovendien vol fijne kleine stekels zaten, scherp als naalden. 'tBegoniatje liet verschrikt wat van haar mooie blaadjes vallen, toen de cactus naast haar werd neergezet. De geranium, die aan de andere kant van haar stond, keek trots op haar nieuwe buurvrouw neer, terwijl ze haar mooie bladen wat terug trok. „Ik heb nog nooit zo'n lelijkerd gezien", zei de fuchsia, „ik begrijp niet wat de mensen daaraan vinden."

„Ja, en ze wordt behandeld als een prinses", mopperde de witte