is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1264, 06-12-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door Pearl Buck II.

Die kracht van hartstocht en liefde maakte deel uit van de bouw van die Amerikaanse vtouw, want dit waren haar ouders.

Nog een jaar na hun huwelijk bleven zij in Utrecht, Hermanus met zijn kleine Franse meisje, en bracht ook nog tijd voor de geboorte van den zoon van Hermanus, dien zij Cornelius noemden, zodat, toen het uur voor het vertrek d&Ar was, er drie generaties van het Stuiting gezin gereed waren, om weg te varen uit hun vaderland, want zijn gemeente met deh predikant vertrok ook, omdat Holland hun destijds godsdienstvrijheid weigerde.

Zo voeren dan driehonderd zielen, met hun herder aan het hoofd, over de Atlantische Oceaan. Zij charterden een schip, om hen allen te samen over te voeren, en hierop leefden zij rustig, keken de onbekende toekomst vast tegemoet, en maakten practi-" sche plannen.

Maar voor Hermanus en zijn vrouw was het een tijd van liefde en verrukking Het deerde hun weinig dat de oude Franse vader bericht had gezonden dat hij, ofschoon hij zijn dochter vergeven had. niet wenste haar weer bij zich thuis te zien.

Zodra zij de Amerikaanse kusten bereikt hadden, begonnen hun moeilijkheden. Zij waren geen sentimenteel volk en thans dachten zij meer over de practische vraag, hoe te leven, dan over de aandrift, die hen naar de vrijheid had heengedreven. Dat was goed, -want de mensen in New York waren hebzuchtig en listig en toen de scheepslading vol eenvoudige Hollandse kooplieden en handwerkslieden de haven binnenviel, waren ze een goede buit, en de Hollanders, die er zo welvarend uitzagen, moesten goudstukken tonen voor de minste dienst, die zij nodig hadden.

Maar met sterkte droegen zij dit en gingen dadelijk verder naar land in Pennsylvanië, dat zij op papier gekocht hadden Toen zij daar aankwamen, bleek al dat land moeras te zijn en nergens voor geschikt, en er was geen uitzicht om het te bebouwen. Aller wens was het geweest dat zij zich tezamen op één plaats zouden neerzetten, waar zij als een enkele eenheid huishoudens konden vestigen en zaken en een kerk. Er waren erbij, die ontmoedigd waren en naar de steden terugkeerden, waar zij meer aan gewend waren. Mijnheer Stuiting behoorde niet tot hen. Hij stond daar op het natte, drassige land, zoals hij in de kerk gestaan had, en hij riep tot hen. die hem en hun herder wilden volgen en zij zouden ander land in het zuiden kopen, met wat er van hun goud was overgebleven, en zo tezamen blijven. Van dezen, die minder waren dan driehonderd, stonden er meer dan honderd zwijgend op om hem te volgen. Land werd er gekocht in Virginia en daarheen gingen zij, grimmig en vol van smart en heimwee. Maar ditmaal was het land goed, een hoge, effen, vruchtbare vlakte tussen omringende bergen. Hoe vreemd was het echter en moeilijk voor deze mannen en vrouwen, opgevoed in de stad, gewend aan het gemak en de drukte van de rijke, Hollandse steden, en onbekend met het boerenbedrijf, en zelfs met het landleven in hun eigen kleine, compacte, wel verzorgde land! Hier waren er wilde bergen overal om hen heen en op het land waar zij moesten wonen, stonden grote bossen. Een kleine Engelse vestiging lag daar dicht bij, maar de Indianen trokken in het rond en door hun landen, en ofschoon deze gelukkig niet werkelijk vijandig waren, zagen ze er toch wild en schrikwekkend uit.

Niettemin, de Hollanders waren onverschrokken, en zoveel zij konden, schaften zij zich bijlen aan, houwelen en messen, en zij velden de bomen, waarbij zij de raadgevingen der Engelsen volgden. Ieder gezin* bouwde zijn ruwe blokhut voor zichzelf, en toen voegden zij hun krachten tezamen en bouwden er een groter, als

kerk. Op de eerste Zondag in die kerk. waar de banken gevelde boomstammen waren, waar de bast nog omheen zat, en de kansel een grote stronk, kwamen deze mensen tezamen onder een vreemde hemel, die ze thans tot de hunne moesten maken, om den God te aanbidden, voor wien zij zoveel verlaten hadden. In die twee eerste jaren verhuisden er nog velen van hen, want de moeiten en ontberingen van dat leven waren te veel geweest voor de ouderen en voor hen van het stadsvolk, die te zwak waren, en er waren er slechts vijftig of zestig, die daar stonden om God te loven, en van dezen waren er velen, ofschoon zij loofden, wien de tranen langs de wangen stroomden. Maar daar stond hun herder, een gestalte als een schim en erbarmelijk oud, maar nog steeds ontembaar. Binnen het volgende jaar stierf ook hij.

Wat een werk moest in die dagen verzet worden. Zij moesten velden rooien en beplanten voor oogsten, die henzelf moesten voeden.

Hermanus en zijn vrouw en kinderen woonden in een blokhut, naast die van zijn ouders. De onversaagde kleine Franse vrouw uit Parijs was een bewonderenswaardig pionier geworden. Vrolijk, iedere ontbering ten spijt, snelvoetig en vlug van hand, practisch en hartstochtelijk, vloog zij door haar werkzaamheden heen, hield de hut smetteloos, verzorgde de kinderen, die kwamen van jaar tot jaar, drie meisjes na Cornelius en toen een zoon Toen rustte zij een paar jaar uit van het krijgen van kinderen.

Dit kleine vrouwtje hield nooit op. haar echtgenoot te aanbidden. Voor haar was hij een goed man. te goed voor dit leven. Wat haar betreft, zij kon het accepteren. Men moest koken, naaien, zorgen voor de kinderen: overal moesten de vrouwen zulke dingen doen, en hiér kon zij die evengoed doen. Zij werkte vlijtig aan een lap tuin, ze liep tien mijl ver naar de vestiging en bracht een broedende kip mee en zes verse eieren en begon een hoenderpark. Zij betreurde het feit dat er. een vijver was maar geen eendeneieren

in Frankrijk waren de eenden zo aardig! iedere dag waste zij

een hemd voor haar echtgenoot en streek het, een hemd van wit linnen, dat zij zelf gemaakt had. 's Ochtends stond hij niet voor acht uur op en altijd bracht zij hem een kop chocolade vóór hij nntheet,. Het kwam niet bij haar op dat zij, voor hij aan tafel

kwam voor zijn koffie en koek, al een halve dag werk voor haar gezin verricht had. Zij aanbad hem en schepte behagen in zijn verzorgde manieren en in zijn fris voorkomen en gladgeschoren wangen en in zijn smetteloos witte hemd en boord. Geen ander man was er in de vestiging zoals hij.

Nog sneller misschien dan een van de steviger Hollandse vrou- j wen leerde dat Franse vrouwtje zich aan te passen aan de wildernis, en die wildheid te veranderen in een tuin, een keurige Franse tuin. Hier en daar verzamelde zij stekjes en twijgen. Het was, of zij niemand kon gaan opzoeken, zonder terug te komen met een wortel of zo iets, voorzichtig in haar zakdoek gewonden. Haar gezin genoot van haar groenten en kuikens en eieren en zij wist een kalf te verkrijgen van een Engelsen buurman in ruil voor naaiwerk, en zij hadden melk om te drinken, en waren onder de eersten, die dat hadden.

,••1 3 V.nUUnn

ZjO praCLlSCn was ZIJ eil zu Viunjn,, uicu

dat ze niets gaf om de wildernis en het harde werk, dat zij er te verrichten had. Maar op een dag kwam zij thuis van haar aard- ; annelveld en bii de deur van de hut stond zij even stil om te

kijken, of haar baby veilig was, die daar te slapen lag in een kleine houten wieg, gemaakt uit een uitgeholde boomstam. Het kind sliep, maar tot afschuw van de moeder, lag er een ratelslang over het kind heen, die, op zijn gemak uitgesterkt, langzaam zijn kronkelingen opwond en ontrolde!

Verdoofd leunde de moeder tegen de stijl van de deur. Haar j snelle verstand zeide haar, dat ze geen enkel geluid of beweging moest maken. Maar als het kind zou ontwaken, of zich bewegen? j Zwijgend zonk ze neer op de drempel en keek, verslapt van angst, en bad wanhopig Daar zat zij, en de slang lag op zijn gemak en i ontrolde zich. De zon steeg hoger en spoedig zou het tijd voor de anderen zijn om thuis te komen voor het middagmaal. Zij bad voort. Eindelijk begon de slang zich onverschillig te bewegen, sleepte zich voort en gleed over de rand van de wieg en over de aarden bodem en bewoog zich naar de spleet tussen twee stammen.

Toen werd die kleine, dappere moeder vervuld van woede. Zij greep de schofïel in haar hand stevig vast en vloog op de verraste slang af en sloeg hem en stak hem, al schreeuwende. Toen Hermanus binnen kwam lag zij languit op de grond, in een flauwte en huilende naast de verminkte slang, en het kind was wakker geworden en speelde vreedzaam. Het was de eerste maal, dat hij haar ooit had zien huilen.

Het volgende kind dat geboren werd was Carie, en aan dé schepping van dit kind gaf de moeder het beste u:t haar volheid; de vrolijkheid, het gezonde verstand, de moed en het aanpassingsvermogen, de hartstocht en het temperament van die kleine Franse moeder.

(Wordt vervolgd.)