is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1264, 06-12-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hield het meest van muziek. Daarom ging het naar een beroemde speelman en vroeg deze: „Leer mij uw kunst; ik zou zo graag net zo mooi op de luit willen spelen als u."

„Ach", antwoordde de speelman, „dat zal veel te moeilijk voor je

zijn, je vingers zijn toch te dik; ik ben bang dat de snaren zullen springen."

Maar geen uitvlucht hielp: het ezeltje moest en zou op de luit spelen; Het was heel ijverig en na een poosje kon het even goed spelen als zijn leermeester zelf." Nu nam juffrouw Jo een tweede stuk papier en nu moest een bos getekend worden, waar een beekje door heen

stroomde. Dit moest Jaap tekenen met

behulp van juffrouw Jo. Deze vertelde verder: Op een dag ging ons ezeltje wandelen; het liep door een bos en 't kwam aan een beek..En toen het langs dat beekje liep, toen bukte het zich over het kristalheldere water en daar zag het... zijn ezeltjesgestalte! Ach, hoe het ezeltje daarvan schrok! Het was er zo verdrietig door. dat het

niet meer naar het paleis terug wilde, maai besloot de wijde wereld in te trekken. Alleen zijn trouwe vriend de luit nam het in zijn eenzaamheid mee.

„Hè, juffrouw Jo, mag ik het ezeltje eens proberen te tekenen?", vroeg Chris. „Fijn, jongen" zei juffrouw Jo, „dan schieten we meteen gauwer op. En teken jij dan op een ander stukje papier de luit," zei ze tegen Dirk. En toen ze klaar waren, bonden ze de luit met een diaadje rode wol om de half van ons ezeltje, dat weer van onder een lang stuk karton had. Nadat Juffrouw Jo dwars door het bos een weg naar de beek had geknipt, lieten ze het diertje naar hartelust springen en huppelen, door het achter het papier onderaan vast te houden en door de spleet van de weg te steken. (Slot volgt).

BIJBLAD VAN „DE PROLETARISCHE VROUW" VAN 6 DECEMBER 1939. No. 1261

Het kinderhuis aan zee

Prenten maken

De Sinterklaasdrukte was al weer achter de rug. Wat had jong en oud in het Kinderhuis van de Sinterklaaspret genoten! Maar nu ging alles weer zijn gewone gang: huiswerk maken, op tijd naar bed en maar weinig meer spelen of lezen. Maar nu genoten de groten des te meer van hun vrije middagen en de kleintjes vonden het ook altijd fijn als de kamer vol leven was. Dan hadden ze allemaal zoveel knutselwerkjes te doen: voor de nieuwe poppen werden kleertjes gemaakt; de jongens zaten te knippen en te plakken; ze haalden soms van alles overhoop alsof ze niet één maar tien middagen vrij hadden. Zulke uren waren meestal om voor dat je het wist, maar deze middag ging het niet zo vlot als anders. Henk was in zo'n vervelende, dwarse bui. Hij ging een vlieger maken, waarvoor hij met Sinterklaas papier en plaksel had gekregen en wilde nu de hele tafel voor zich alleen hebben. „Wat dacht je nou?" zei Jaap, „schiet toch op jong, ik wil ook een puntje hebben . En Jaap schroefde de plank voor zijn figuurzaagwei k aan de hoek van de tafel vast en begon aan zijn legkaart, die de hele wereld voorstelde. Hij deed dit werk met een intens plezier. Het werd voor mijnheer van school, of beter gezegd: voor de klas, want als je je sommen binnen de tijd allemaal goed af had. kreeg je een van de legkaarten van aardrijkskunde om in elkaar te zetten. Dat was enig werk!

Maar Henk nam geen genoegen met dit tekort aan ruimte en driftig gaf hij Jaap een por. Jaap werd nu ook kwaad en nijdig stonden ze met gebalde vuisten tegenover elkaar.

„Hou jullie toch op," probeerde Chris hun te kalmeren; maar dat hielp niets. Pats! Jaap gaf Henk een stomp en juist wilde deze terugslaan, toen juffrouw Greet binnen kwam. „Maar jongens, hoe heb ik het nu met jullie?"

Een beetje verlegen, maar toch nog kwaad vertelden ze wat ze allebei wilden. „Ja, jongen" zei juffrouw Greet, „jij kunt toch niet alleen de grote tafel nemen." Henk bleef koppig. „Ach wat, dan maak ik helemaal geen vlieger meer!" zei hij boos en hij plofte op een stoel neer. Juffrouw Greet keek hem eens aan; Henk was wel meer eens dwars en lastig, maar nu zag hij er bleek en moe uit.

„Jongen, voel je je niet goed?", vroeg ze hem.

„Ik weet het niet," zei Henk lusteloos. „Nou maar, ik geloof, dat Ik het wel weet. Kom kind, we zullen samen je boeltje eens bij elkaar ruimen en dan stop ik je gauw onder de dekens en je wordt eens extra verwend, hoor!"