is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 1, 1930, no 4, 15-10-1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sen. Denk aan grootere waardevermindering van het object dan het afbetaald bedrag, gepaard aan insolvabiliteit Uwerzijds; voorts belastingbeslag of zelfs verduistering, helaas maar al te vaak voorkomend. Al die risico's moeten in den koopprijs worden verdisconteerd met het gevolg, dat de goede kooper voor den kwade betaalt. En eindelijk: dergelijke maatschappijen behalen somtijds een behoorlijke winst. Ge moogt er dus wel aan denken, dat U een niet al te geringe winstmarge in rekening wordt gebracht. Ziehier het lijstje van Uw extra-lasten.

Evenals Uwe voorouders zult gij Uwe calculatie gemaakt moeten hebben en gij moet veel zekerder van Uw zaak zijn dan zij. Want het moet voor U vaststaan, dat gij de termijnen, waarin gij op U genomen hebt te betalen, onherroepelijk kunt nakomen. Ware het anders, hoe wilt Ge dan Uw huur gedurenden den volgenden termijn voldoen, hoe wilt Ge dan zonder huur te betalen in het bezit worden gelaten van het bewuste voorwerp? Vandaar dat — en zulks lijkt mij ook in het huurkoopsysteem volkomen logisch — in geval van wanbetaling het object wederom naar den verkooper-verhuurder teruggaat. Althans aldus is in de meeste van dergelijke contracten bepaald. Als de verkooper het voorwerp dan te gelde moet maken, zal hij er uit de tweede hand heel wat minder voor kunnen maken, dan toen hij het U verkocht. Hoe eerder Gij Uwe betalingen staakt, des te grooter is de kans, dat Uw mede-contractant verlies lijdt. Het is dan ook werkelijk niet zonder goeden grond, wanneer de huurkoopmaatschappij of in het algemeen de leverancier een flinke som boven den normalen prijs van U vordert. Maar aan den anderen kant is het grof onbillijk, dat een tijdelijke tegenspoed het object, ook al hebt gij een goed deel van den koopprijs voldaan, voor U doet verloren gaan, zonder dat Uwerzijds op eenige restitutie aanspraak kan worden gemaakt.

Bedenkelijk als het op zichzelf al is, dat men met eens anders geld goederen koopt, werkt het instituut calamiteus, wanneer de malaise in de economische wereld zijn intrede doet. Want dat is juist de pointe: het geheele systeem is gebaseerd op voorspoed; het trekt een wissel op de toekomst en als de magere jaren komen, valt het als een kaartenhuis in elkaar. De kooper kan niet meer betalen. Hij verliest, wat hij reeds op het gekochte afbetaalde. Maar wanneer links en rechts de huurkoopzaken bij hem terugkomen, kan de verkooper het al evenmin volhouden. Zijn verlies wordt te groot.

Uitgaande van het standpunt van den huurder-kooper, vraag ik mij af, of de voordeelen om zich bepaalde voorwerpen zonder directe betaling te verschaffen, wel opwegen tegen de nadeelen, die ik hierboven opgesomd heb. Ik zou onderscheid willen maken tusschen goederen, die de kooper in zijn bedrijf noodig heeft (zie het uitgangspunt: van Berkel's Patent) en objecten, waarmede men zijn neiging tot luxe in meerdere of mindere mate wil bevredigen: van radio tot stofzuiger toe. Voor de eerste geldt, dat de aanwinst bestemd is om mede te helpen, het inkomen van den kooper te vergrooten. Hier kan de huurkoop beschouwd worden als een zakelijk crediet op een bepaald voorwerp verleend en vervult ze dus dezelfde functie als een voor het bedrijf gegeven algemeen crediet.

Alleen ter wille van verhooging van levensgenot meen ik echter, dat een dergelijke speculatie niet geoorloofd is. Vooral, omdat hetzelfde zonder risico langs anderen weg kan worden bereikt.

In een tijd, waarin groepsvorming juist ook ter vervulling van eene economische functie aan de orde van den dag is, moet het mogelijk zijn de gevaren, aan huurkoop verbonden, door onderlinge samenwerking, coöperatie, te omzeilen. Aan U, huisvrouwen om, wanneer het Burgerlijk Wetboek U ook buiten de dagelijksche beslommeringen van het huishouden daartoe de competentie heeft gegeven, te zorgen, dat zulks in de practijk des levens werkelijkheid wordt. De coöperatie-vorm verschaft U de gelegenheid om den aangeslotenen te besparen: de winst, die de eigenlijke leverancier van het object moet maken en die van de huurkoopmaatschappij. En wanneer de schadelijke gevolgen van het huurkoopsysteem, welke gij wellicht bij anderen waarnaamt, U mochten doen besluiten om tot de spaarmethode Uwer voorouders terug te keeren, dan kunnen tevens de posten voor risicoverdisconteering en rentederving voor het nog niet-betaalde deel van den koopprijs worden geschrapt, terwijl Gij op Uw beurt, indien Gij telkens het gespaarde aan de coöperatie toevertrouwt, de rente kunt vorderen, die van Uw inleg is gekweekt en aldus doende, eerder dan diegenen, die U voorafgingen, van het begeerde in Uwe dagelijksche omgeving zorgenvrij kunt genieten. Het is heel wat. N. KAPPEYNE.

De regeering heeft onlangs eene commissie ingesteld ter bestudeering van het afbetalingsvraagstuk en ook aan het H.B. onzer vereeniging een advies gevraagd. Het H.B. heeft een commissie ad hoe benoemd om dat advies uit te brengen, hetwelk te zijner tijd in het maandblad zal verschijnen.

Ter inleiding daarop het bovenstaand artikel, dat zeer duidelijk uiteenzet, waar het om gaat en waar de groote moeilijkheden schuilen. Red.

FABRIEKSARBEID DER VROUW.

Stuurt men van Katholieke zijde aan op een wettelijk verbod van fabrieksarbeid voor de gehuwde vrouw, ja, wil men daar op den duur zelfs komen tot een algeheel verbod van vrouwen- en meisjes-arbeid in de fabrieken? Men zou het denken, wanneer men de talrijke artikelen over deze kwestie in de roomsche kranten der drie laatste maanden leest. Vóór mij liggen een twaalftal stukken over dit onderwerp, waarvan er acht in „De Tijd" en elk een in „De Maasbode", „De Morgen", „De Volkscourant" en in „Het Limburgscli Dagblad' zijn verschenen benevens nog een oproep van den Bisschop van Breda, Mgr. Hopmans, die onomwonden vele katholieken (werkgevers, sociale werkers, zielverzorgers etc. etc.) wil verzamelen om de leus: „De gehuwde vrouw de fabriek uit!" — leuze, welke in dezen tijd van groote werkloosheid van mannen maar al te zeer zal inslaan. Op dit punt, het arbeidsverbod voor de gehuwde vrouw, zijn alle schrijvers1) het eens; het wordt opgenomen in een „Program van practische Punten", welke direct te bereiken zouden zijn („De Morgen" van 27 Juni j.1.) en er wordt op gewezen, dat dit verbod al reeds jaren staat vermeld in het partij-program der R.K. Staatspartij, van welk punt men thans de verwerkelijking nu wel eens wil zien.

Over de al-of-niet-wenschelijkheid van een verbod van

*) Het is opmerkelijk, dat alle schrijvers van deze artikelen blijkbaar mannen zijn. Dit behoeft geen verwondering te wekken als men bedenkt, dat deze zaken van belang voor vrouwen tevens van groot sociaal en economisch belang zijn.