is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1940, no 1268, 24-01-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verstandig en onverstandig speelgoed

Meer dan drie weken zijn voorbij sinds Sint Nicolaas. In de woning van de De Boer's klinkt boos geschreeuw. Bij uitzondering doet Zus ér niet aan mee. Zij heeft van Moeder wat meel gekregen en dat roert zij nu in Moeder's kleinste pannetje met een theelepeltje tot d?eg.

Het is Wim, die zo oorverdovend schreeuwt. Op Sinterklaas heeft hij een k'eine speelgoed-auto gekregen, maar nog geen drie weken daarna zijn drie van de wieltjes al de weg gegaan van al het aardse en het dakje wankelt reeds bedenkelijk. Met zijn hamertje — ook nieuw — heeft hij dit vast willen maken, maar nu zit hij op de grond met alleen de steel in z'n hand, want de hamer is er bij de eerste slag al afgeViOgen. En nu huilt Wim erbarmelijk en Piet houdt hem gezelschap, want van zijn plaatjes-blokkentoren, die Si. Nicolaas hem gebracht heeft, zijn de gek'eurde stukjes papier losgelaten en de

dunne houtplankjes zijn gebroken.

Waarschijnlijk heeft hij er op de grond mee gespeeld en toen er op getrapt. Het is allemaal vernield.

Dat was nu alle¬

maal niet zo erg,

maar juist op dat ogenblik komt Vader van z'n werk thuis: huilende kinderen en gebroken speelgoed! 'n Mooie boel! „Jullie krijgt nooit meer wat, als je alles zo

gauw kapot maakt ", maar Moeder

De Boer heeft haar man reeds in de keuken getrokken en hem 'n kopje koffie ingeschonken. Dan zegt zij kalmerend: „Och, zie je, dat speelgoed is dikwijls zo prullig. Tante Wies wilde Wim iets heel aardigs geven en toen heeft ze voor heip niet alleen dat autootje, maar ook nog die kleine hamer gekocht. Natuurlijk allebei goedkoop En goedkoop speelgoed, dat is niets voor kinderen. Liever helemaal geen speelgoed, of maar één stukje dat goed is. Kijk nu eens naar Jan, die heeft vijf jaar geleden een doos met behoorlijke gereedschapjes gekregen en dat is nu nog allemaal goed. Maar die prullen zijn voor de kinderen een ellende. Eerst zijn ze er blij mee, en dan maakt 't huh boos."

„Zeg Moeder, waarom huilt Piet ook zo?"

Och. dat is precies hetzelfde; zijn nieuwe blokjes zijn kapot, het papier is ook gescheurd. Je weet, hoe Grootmoeder is, ze wil ieder kind apart wat geven en dan kan ze natuurlijk niet iets goeds kopen. Dan gaan die dingetjes gauw stuk en je krijgt gehuil. Bij die blokken-

Moeder de Boer voedt op

door C. Bertram

torens heb je ook goede en slechte; die oude van Wim, van vóór vier jaar, gebruik ik nu nog als potjes voor de cactussen, maar die is natuurlijk veel duurder geweest."

„Toe, Moeder, nog 'n beetje hete melk in de koffie."

„Dadelijk, even heet maken Waar

is mijn kleine melkpannetje ? Juist

doet Zus de keukendeur open en laat het deeg zien, dat in Moeder's pannetje glad heeft geroerd.

„Maar kind, waarom heb je niet je eigen pannetje gebruikt?" Zus is bang voor een standje en trekt al een huilerig gezicht. Dan zegt ze: „Maar Moeder, in mijn speel-pannetje kan ik toch niet roeren, dat is veel te klein."

Nu begint Vader De Boer te lachen

en hij zegt tegen zijn vrouw: „Nu wil je mij zeker wijs maken, dat Zus haar kookpannetjes ook te goedkoop zijn geweest!"

„Integendeel, Vader, die waren nu juist te duur. Al die hele kleine potjes en pannetjes zijn aardig om te zien; ze zijn ook duur, maar de kinderen kunnen er niets mee aanvangen. Neen, het beste is, dat ik, als ze jarig is, één klein pannetje voor haar koop, dat ze werkelijk hanteren kan en met één houten lepeltje erbij. Weet je nog wel, toen Jet zo oud was, toen hadden we geen geld voor speelgoed. Die heeft nooit anders dan met mijn pannetje gespeeld, en hoe zoet was ze er mee!"

Vader De Boer schudt zijn hoofd „Op die manier is 't 'n hele wetenschap, wat voor speelgoed men z'n kinderen zal geven."

„Dat is 't ook. Een paar weken geleden was er een speelgoedtentoonstelling. Jammer, dat men nooit tijd heeft voor zo iets."

Ons* socialist zijn

We moeten eerst

ons zelf leren kennen.

Wij, socialisten willen meewerken aan het omvormen van de maatschappij. Wij willen een nieuwe maatschappij, waarin vrede zal zijn en behoorlijke levensomstandigheden voor elk mens. Waar alle krachten en gaven van den mens tot volle ontplooiing kunnen komen, waar levensvreugde is en vooral gemeenschapszin. Het zal voor ieder duidelijk zijn, dat zo'n maatschappij alleen dan kan bestaan als de mens tot een ander wezen is omgevormd. dan wij nu kunnen aanschouwen. Bij velen treedt afgunst en jaloezie, haat en vooral egoïsme op de voorgrond. We willen dus helpen dezen mens te veranderen.

Hoe moeten we dat doen? En nu komt het moeilijke: we moeten beginnen met onszelf. Het is zo gemakkelijk te oordelen over anderen. We weten gewoonlijk zo goed, dat een ander verkeerd deed, niet socialistisch handelde. Maar wij — kennen we onszelf? Hebben we in de grote .drukte, die dagelijks onze aandacht vraagt, wel een ogenblikje over om ons zelf te bekijken, innerlijk dan natuurlijk? Het moet in een stil, rustig ogenblikje gebeuren en onze opzet daarbij moet zijn werkelijk eerlijk tegenover ons zelf te staan

Wanneer ge uitgaat van de gedachte, dat gij alleen goed uw idealen in praktijk brengt, dat er aan u niets mankeert, maar dat heel veel anderen toch zoveel tekortkomingen hebben, begin er dan maar niet aan met uw eigen daden te onderzoeken. Ge hebt dan wel kritiek, maar niet de .soort, die ik bedoel.

Het zal u weinig geven, op uzelf te'letten, omdat ge geen fouten zult ontdekken en dus niet tot verbeteringen kunt overgaan. Maar als het u ernst is met de grote taak, die ge u hebt gesteld, als ge graag een goed lid van de maatschappij wilt zijn, als ge wilt trachten reeds nu een klein stukje van het socialisme in uw eigen omgeving te brengen, besteed dan wat tijd aan u zelf. Dat hoeft natuurlijk niet iedere dag te gebeuren, maar probeer eens zo nu en dan de ware reden van uw handelingen te vinden. Als ge fouten bij anderen ontdekt, onderzoek dan voor ge gaat oordelen eerst eens, of gij in hetzelfde geval anders en beter zoudt hebben gedaan.

Als ge in belangrijke zaken beslissingen moet nemen, ga dan eerst na, wat uw plicht als socialist u voorschrijft. Of als ge plotseling besluiten hebt moeten nemen of daden hebt moeten doen, ga dan achterna eens rustig met u zelf te rade en stel u de vraag: heb ik goed gedaan? Als ge nog niet eerder geprobeerd hebt u zeil te leren kennen, zal het u bij de eerste pogingen niet meevallen. We hebben allen onze fouten en tekortkomingen en het is nooit prettig, die bij jezelf te ontdekken.

Maar het is een eerste voorwaarde om te komen tot zelfcpbouw. Pas als we onze