is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1940, no 1272, 07-02-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENHOF

Bezinning

Wijze woorden in het

Nederlandse parlement

Wij, oudere mensen, die de wereldoorlog van 1914—1918 bewust meemaakten, herinneren ons nog zo levendig de overweldigende vreugde bij het sluiten van de vrede. Zielsblij waren we... zonder de geweldige problemen te voorzien, die de vrede van Versailles in 1918 eens aan de mensheid zou stellen. Zó zal het velen zijn gegaan. Hoofdzaak was: de oorlog is uit — verder dacht men voorlopig niet.

Bij de tegenwoordige oorlog, zo vreemd begonnen, hebben de kranten voortdurend volgestaan over de „oorlogsdoeleinden" van de betrokken mogendheden.

In den beginne — in September — wilde Duitsland eerst zijn eigen volk doen geloven, dat er geen oorlog kwam met de grote democratieën. Duitsland had alleen in 't Oosten de oude grenzen hersteld (Polen!) en verder wilde het naar 't Westen niet het minste kwaad. Engeland en Frankrijk gaven eerst te verstaan, dat zij om Polen ten strijd gingen. Langzaam aan, nu Polen op ogenblikkelijke steun toch niet meer kon rekenen, hebben deze grote mogendheden vernietiging van het Hitler-regime als doel van de oorlog gesteld.

En blijkbaar als antwoord hieiop heeft Hitier — toen de oorlog in 't Westen een feit werd — te kennen gegeven, dat Duitsland niet zal rusten vóór de heerschappij van Engeland is gebreken.

Deze stemmingen, die in de oorlogvoerende landen gemakkelijk tot buitengewoon felle haat kunnen aanwakkeren, moeten de hele wereld met angst en onrust vervullen.

In onze Eerste Kamer hebben verschillende knappe mannen blijk gegeven van deze beduchtheid, die voor de toekomst van Europa funest kan zijn.

Maar bij het lezen van al datgene, wat gestudeerde mensen op 't ogenblik over de internationale toestand denken, kwam ons toch wel voldoening het woord te binnen, wat wij hierboven schreven:

Bezinning!

Want, zéker is het wel, dat veel groter massa's dan voorheen in 1918 voelen en zien aankomen, dat het op de oude manier niet langer gaat in Europa. Ronduit hebben verschillende sprekers gezegd: „Als er straks sprake is van overwinnaars en overwonnenen zonder meer, als straks de overwinnaars met zware hand zullen drukken op de overwonnenen, dan zal Europa steeds weer een nieuw Versailles beleven.

Wanneer men maar bedoelt: Het Vredesverdrag van Versailles is in wezen de oorzaak geweest van deze nieuwe oorlog.

Dat dit in steeds ruimer kring woïdt Ingezien, stemt ons tenminste tot enige voldoening. Dit is het grote verschil met

1918, toen het grootste deel der mensheid alleen maar opgelucht was door het feit, dat de oorlog was geëindigd.

Het is goed, dat men in net Nederlandse Parlement nadrukkelijk in 't openbaar heeft gewaarschuwd voor overwinningsroes en vredeseisen.

Ook heeft men in de Eerste Kamer er op gewezen, dat de internationale organisatie noodzakelijk zal moeten worden opgebouwd, maar anders dan voorheen. Eén der sprekers, professor Anema, zeide: „We zullen de lessen, die we met de Volkenbond hebben opgedaan moeten toepassen."

De wil der „overwinnaars" moet niet

aan het overige Europa worden opgelegd. Alles werd door de overwinnende grote mogendheden in kannen en kruiken gebracht en de rest van Europa mocht ja en amen zeggen.

Dat moet anders. Na de oorlog moet komen een organisatie, die van het begin af alle staten zal toelaten als gelijkberechtigden. Dan pas kan er sprake zijn van de opbouw van een nieuw Europa, waar Vrede zal wonen

Het heeft ons goed gedaan, dat deze wijze woorden van bezinning in het Nederlandse Parlement zijn gesproken.

Mogen zij in niet te verre toekomst in vervulling gaan. H. W.

VAKBEWEGING

Geen duiventil

De vakorganisatie is geen duiventil — dat las ik onlangs in het blad „Het Kledingbedrijf', orgaan van de Nederlandse Bond van mannelijke en vrouwelijke arbeiders in de kledingindustrie en aanverwante vakken.

Geen duiventil — natuurlijk niet. De duiven vliegen in en uit, naar 't hun goeddunkt, maar de confectiewerksters — want daarover ging het bedoelde artikel — behoren in de vakorganisatie te blijven.

Het is zo uitermate onverstandig, zo tegen hun eigen belang in.

Daar is de glijdende band — hebben de meisjes invloed op het tempo? — Neen.

Daar is het stukloon-stelsel — is dit bevorderlijk voor de zenuwen en kan zonder organisatie tegen misbruiken met resultaat worden opgetreden? — Neen.

En zo is er zoveel.

Wat schrijft nu dat artikel?: „Er bestaat bij vele confectiewerksters onverstand en een drijven op haar gevoel, die blijvende organisatie verhinderen en die haar de vakorganisatie als duiventil doen beschouwen,- waarin ze in en uit vliegen."

Ontwijfelbaar — de vakorganisatie moet een blijvend tehuis zijn, anders heeft zij géén waarde. Juist de stabilitéit, de vastheid, de geslotenheid, de zekerheid van één te zijn met velen en dus 'n eenheid-van-belangen te vormen in alle mogelijke opzichten, is de grote betekenis van de vakorganisatie.

Luistert, confectiewerksters! Hoort, meisjes van de glijdende band! Üw plaats is blijvend in uw vakbond.

Dan kunt gij met kans op succes opkomen tegen bruut optreden van chefs, tegen ongeregelde lonen, tegen het verdringen van „dure" krachten door „goedkopere".

Heb ik geen gelijk?

Zo niet, overtuig mij dan van het tegendeel. A. L.