is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1940, no 1274, 21-02-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENHOF

Om de rechten der vrouw

Toen partijgenote Ribbius Peletier in de Eerste Kamer bij de behandeling van Sociale Zaken de aandacht van Minister v. d. Tempel vestigde op verschillende moeilijkheden bij de fabrieksarbeid van jonge vrouwen, vond zij een open oor bij deze sociaal-democratische Excellentie. De minister sprak bij zijn beantwoording over het „interessante betoog", dat onze p.ge. over de bescherming van de fabrieksmeisjes had gehouden. Over het resultaat kan zij tevreden zijn. Het gescheiden werken van jongens en meisjes en het vrouwelijk toezicht bij de meisjesarbeid is in onderzoek bij de Arbeidsinspectie. Ook wordt een speciaal onderzoek ingesteld naar de arbeid aan de lopende band, waarbij ook de medici van de dienst betrokken zijn. De minister hoopt binnen niet te lange tijd de resultaten van dit onderzoek onder ogen te krijgen. Wat betreft de vrouwelijke inspectrices waarop pge. Ribbius aandrong, erkende v. d. Tempel het grote belang volledig; hij is hierin echter zeer door financiën gebonden en zal daarom gematigd moeten optreden. In alle opzichten dus een royaal begrip van den minister voor deze vrouwenarbeid.

Na haar rede bij Sociale Zaken heeft mi'. Ribbius bij de begroting van Binnenlandse Zaken opnieuw de positie der vrouw in 't geding gebracht.

Zij besprak een circulaire, die in 1931 van de vorige minister van Binnen 1. Zaken — de heer De Wilde — uitging en die niets meer of minder beoogde, dan het beknotten van vrouwenarbeid in overheidsdienst. In de bewuste circulaire werd de Gemeentebesturen aanbevolen, de vrouwen in overheidsdienst zo spoedig mogelijk door mannen te vervangen, in nieuwe vacature's geen vrouwen te benoemen en de vrouwen alleen haar arheid te laten verrichten in de specifiek vrouwelijke beroepen. De circulaire was geen bevel; zij was slechts een „wenk".

Maar onderdanige Gemeentebesturen volgden maar al te willig die „wenk" op. Met bitterheid heeft pge. Ribbims aan deze circulaire herinnerd en er den minister van Binnenl. Zaken, den. heer Van Boeyen, een verwijt van gemaakt dat het stuk nog niet is ingetrokken.

Met tal van citaten uit Rechtse en Roomse kringen stelde de spreekster vast, welk een beroering ook daa.r onder de vrouwen werd verwekt.

Verder onderwierp zij het begrip: „vrouwelijke beroepen" aan scherpe critiek; daarbij vaststellende, dat in de practijk de slechtst bezoldigde functie's „vrouwelijke beroepen" zijn en waar halen de mannen het recht vandaan vast te stellen dat de vrouw krachtens haar aard en aanleg het best voor be¬

paalde beroepen geschikt is? Daarover is het laatste woord nog lang niet gezegd. Van de specifiek mannelijke en vrouwelijk aard weet men nog veel te weinig; de wetenschap begint hier pas met haar studie.

Met overtuiging zeide de spreekster tot de Kamer: „Wanneer wij vrouwen zo telkens voor onze rechten durven opkomen, heeft dit toch wel een bijzondere oorzaak. De vrouw vraagt niet uit egoïsme haar plaats in de maatschappij, maar zij heeft het gevoel, dat zij in die maatschappij ook een taak heeft te verrichten, dat zij een eigen waarde aan de gemeenschap kan geven."

Ontwikkeling van de vrouw is daarom van groot belang, niet alleen voor haar zelf, maar voor de hele gemeenschap. En wanneer dan de hogere functies meer en meer voor de vrouw zijn

Anna van Dooren

In memoriam

Onze voorzitster Anna van Dooren is 11 Februari in Delft overleden. Woensdag 14 Febr., 's morgens 10.40, vond de crematie plaats, alleen omringd door de familie. Vrienden noch geestverwanten waren er helaas bij tegenwoordig. Twee vrouwelijke partijgenoten zouden haar namens S.D.A.P. en Vrouwenclub een laatste groet brengen. Door stagnatie in de treinenloop kwamen ze te laat op Westerveld aan. De rode tulpen, de kleur van de banier, die ze steeds zo trouw heeft gevolgd, konden geen dienst meer doen. Met Anna v. Dooren is een werkzaam leven heengegaan. Weinigen hebben haar gekend, zoals ze werkelijk was, omdat het maar aan enkelen werd gegund een blik in haar binnenste te slaan. Haar leven is één grote toewijding geweest voor de partij. Al haar krachten, liefde en trouw heeft ze gegeven aan het socialistisch ideaal. Stil en kalm verzette ze het vele werk.

Anna, je liefde en trouw voor onze beginselen zullen bij ons steeds in dankbare herinnering blijven. Laten wij het niet bij een dankbare herinnering laten, maar blijven werken met dezelfde toewijding als zij heeft gedaan.

Niet versagen, trouw bewaren, het socialistisch ideaal. Anna v. Dooren heeft niet vergeefs geleefd.

S.-D. Vr.-club

te Arnhem.

Wat Anna van Dooren voor Drente betekende

Mijn gedachten gaan onwillekeurig terug naar de tijd, toen zij in ons gewest Drente woonde. Mijn hand grijpt de map, waarin de gegevens van de vr.pr.commissie bijeen zijn en al bladerende leeft weer geheel op de tijd, dat Anna een werkzaam aandeel in de commissie had.

Vóór 1930 hadden wij al samengewerkt om te trachten aanknopingspunten te krijgen. In 1930 werd de eerste jaarver-

afgesneden, is er kans, dat de vrouwenstudie achteruitgaat, wat een groot maatschappelijk nadeel is.

Dit gevaar werd in het Voorlopig Verslag gesignaleerd en het antwoord van den minister was: „De be-perking der vrouwelijke beroepsarbeid werd niet alleen voorzien, doch ook beoogd."

Dit antwoord heeft pge. Ribbius scherp gelaakt.

De repliek van minister Van Boeyen bevredigde ons allerminst. In hoofdzaak kwam zij hierop neer, dat de minister de maatregel, die de circulaire beoogde, alleen maar in verband bracht met de werkloosheid en op de principiële kant van de zaak niet inging.

In stilte maakten we de vergelijking tussen minister v. d. Tempel en minister Van Boeyen ten opzichte van vrouwenarbeid! H.W.

gadering van de commissie gehouden en werd Anna van Dooren tot penningmeesteres gekozen. Twee jaar later werd zij aangewezen tot secr.-penningm.

Tot onze vijfde jaarvergadering vervulde zij deze functie. Toen zagen wij haar weer node naar Gelderland vertrekken.

Prettig hebben wij samengewerkt. Zij bezat een zonnige natuur. Met volharding heeft ze meegewerkt om de vrouwen in Drente te organiseren. De eerste moeilijkheden en teleurstellingen van een pasbeginnende organisatie heeft zij meegemaakt. Haar ervaringen, opgedaan in de vrouwenbeweging in Gelderland, kwamen hier goed van pas. Zij gaf zich geheel voor het werk onder de vrouwen, 'k Zie nog haar ogen schitteren, toen zij 't vorig jaar op de bondsjaarvergadering, mij aansprak, om te vertellen, dat zij gelezen had, dat het de Vrouwen-prop.commissie in Drente nu goed gaat.

Oude herinneringen werden nog eens opgehaald. Weet je nog van die en die vergadering?... Weet je nog in dat en dat dorp?... De hartelijke genegenheid, die zij ons betoonde en haar sterke wil om te werken voor ons beginsel is ons altijd bij gebleven, is ons een licht geweest!

Dankbaar gedenk ik wat zij voor de vrouwenbeweging heeft gedaan.

Persoonlijk is het mij een voorrecht geweest met haar te hebben mogen samenwerken.

Wij zullen in haar geest verder het werk voortzetten!

SIENA VAN ESSEN,

Voorzitster Vrouwen-prop.comm.

Drente.

Vara Vrouwenhalfuur

Op 28 Februari, des morgens om half twaalf, zal mevr. L. Schoyer—De Vries iets vertellen over „Onze spreekwoorden en hun betekenis". Na deze inleiding eindigt mevr. A. J. Aarsen—Jansen haar serie gesprekken over „Socialisme en persoonlijk leven". Deze laatste inleiding heet „Offeren".