is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1940, no 1285, 08-05-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 Mei-nabetrachting

't Was vroeg dag de le Mei, want 't was niet alleen een dag van feest, maar ook een dag van arbeid, van vrijwillige, zelfgekozen arbeid. Allereerst staken we de rode vlag uit en toen hij als een vlam in de Meizon sloeg, vervulde dankbare blijdschap ons, omdat hij daar nog vrij wapperen mocht.

Door het bloeiende landschap reed de trein naar de kleine stad, waar een wijdingsbijeenkomst enkele tientallen partijgenoten bijeenbracht. In de hoge donkere zaal, die we maar half vulden, hing een zekere plechtstatige stilte, volkomen in tegenstelling tot het stralende lenteweer buiten, alsof wijding iets te maken had met onbeweeglijkheid. Gelukkig bracht een zuiver koortje wat beweging, letterlijk en figuurlijk en toen ik het podium betrad, was er iets van de beklemming, die me onwillekeurig bevangen had, verbroken. Al sprekende werd ik me steeds helderder bewust, hoe ik daar zo rustig en vrijuit spreken kon over onze taak als socialisten. Wij weten het dunkt me, niet voldoende te waarderen, het geluk van het vrij bewegen, vrij spreken. Onze gelederen worden dunner; moedelozen, teleurgestelden vallen uit en sluiten zich op in eigen enge kring.

Reden tot moedeloosheid zou er zijn indien wij geen taak meer vonden voor ons hoofd, ons hart, onze handen. Maar de arbeid ligt immers voor het grijpen! Zolang wij nog zingen, spelen, organiseren, propageren, vergaderen, studeren kunnen en mogen, zolang is er toch werk voor ieder. Daar waar een zelfgekozen taak nog door ons kan worden aangevat, is het leven de moeite méér dan waard.

Is het nodig, dat ons eerst alles wordt ontnomen voor wij beseffen wat wii bezitten? Is het nodig, dat eerst onze huizen worden verwoest, onze mannen worden gedood, onze kinderen worden verscheurd, eer wij beseffen, hoe innig ons leven met alles en allen verbonden was?

Er is geen reden tot moedeloosheid, zolang wij ons kostbaarste bezit nog verdedigen kunnen, door te werken aan de versterking van al die krachten, die in dienst staan van behoeden en opbouwen, die in dienst staan van Leven.

Wij werden toch geen socialist uit eigen belang: wij werden toch socialist om de mensheid te dienen, om voor de mensheid veiliger en schoner toekomst te veroveren?

Maar de mensheid heeft ons immers nodiger dan ooit. Meer dan ooit is de wereld in nood en moeten dan socialisten, die vanouds vechters waren om nood te verdrijven, de strijd juist nu opgeven? Meer dan ooit moesten wij beseffen, hoe juist nü volhouden en trouw blijven eerste eis is, die we aan ons zelf te stellen hebben.

Dan snelde de trein terug naar huis; zonder vrees voor verraad, voor dreiging, of erger, zijn wij uiteengegaan en wij

vinden het heel gewoon, terwijl het in Europa zo ongewoon wordt. Zijn wij er dankbaar genoeg voor!

Door de vallende avond reed ik naar een klein dorp. In een lage, kleine zaal, die stampvol was, hing die gezellige, pittige sfeer, die een goede avond beloofde. Met overgegeven" aandacht volgde oud en jong de rede, wij zongen dat het daverde, in de pauze was er verloting van bloeiende planten en toen speelden eigen krachten een toneelstuk, zo'n ouderwets goed speelstuk; de rollen waren in goede handen en zowel publiek als spelers genoten er zichtbaar van en een klaterend applaus dankte de spelers, die zich zeker veel inspanning hadden getroost, om zo goed voor de dag te kunnen komen.

Een krachtige internationale besloot een goede avond. Onder een heldere sterrenhemel liepen we als vrije mensen huistoe.

Vrij om te werken voor gerechtigheid, vrede, vrijheid.

Beseffen wij waarlijk wat dat betekent? T. de H.

Rechtzetting en verduidelijking

In het vorige nr. is in het artikeltje, (laatste alinea) over onze overleden partijgenote Betsy Sannes een storende fout blijven staan, waarschijnlijk is ook een zin niet goed overgekomen.

De bedoeling was aan te geven, hoe velen, die Betsy Sannes nooit gekend 0/ als spreekster gehoord hebben, toch ongetwijfeld haar invloed ongezien en onvermoed (niet onvermoeid) hebben ondervonden. Zoals alles, wat goed en waardevol is, op enigerlei wijze het mijne bijdraagt om weer anderen te steunen en te helpen.

Vara Vrouwenhalfuur

de zal

In het vrouwenhalfuurtje van V.A.R A. op Woensdag 15 Mei a.s.

pge. dr. M. H. v. d. Zeyde spreken ovew „Niels Holgerssons wonderbare reis" van Selma Lagerlöf.

WEER fS HET MEI....

De vrouw heet zwak, msar zij kreeg, heel der eeuwen tijd,

wel wonderveel te dragen!

Zo meenge zorg in oorlog en in crisistijd,

in dèag'.ijks zware dagen werd opgetast toch op een vrouwen-, op een moederleven.

En velen hebben lijdzaam alles, ook zichzélf, gegeven ...

Toch bleef het rythme van die levens onbegrepen. In verstarring gaan z' onbewust maar voort, op weg naar wereldchaos en verwarring t1

Mi

r i i \ • v li

oenen leetden, leven noq, in zwarte nacnt

door geen of weinig wéten, want 't stèlsel, dat aan vrouwen leed en lasten bracht,

wil 't hünkren doen vergéten ...

En toch draagt, diep in 't harte, iedre vrouw een hunkring naar ge'uk, naar vrede, naar verzachting van de rouw, verlossing van de druk waaronder velen die zij liefheeft en ook andren, vréémden, lijden, verwachtend dat men wie door dwang geketend werd weer zal bevrijden...*»

Zo meenge onbekende strekt vol hunkring uit

haar hulpeloze handen, terwijl z' onuitgesproken hoopt (want 't mèg niet luid!),

op ,,Vred' op ,,Vrije landen".

O, mogen al die moede, dofgeweende ogen opengaan en breke over alle grenzen heen de makkerschap zich baan!

WEER IS HET MEI! Zovelen worstlen nog in wanhoops woeste kolken ...,

He'pt ons toch sèmen bouwen, vrouwen, aan GEMEENSCHAP ALLER VOLKEN!

LENA MOLL.