is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 2, 1931-1932, no 6, 15-11-1931

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mevr. Romkes—Nijhoff, liberaal; Mej. v. Gilse V.D. en het S.D.A.P. vrouwelijk gemeenteraadslid, wier naam mij ontschoten is; van Schagen weet ik verder niets.

Het past hier deze strijdsters op vooruitgeschoven posten bizonder geluk te wenschen! Hare op hoog peil staande redevoeringen moeten zwakke broeders van ons goed recht overtuigd hebben, —wij hopen er in een volgend nr. uittreksels van te geven. Met vreugde stellen we vast dat in den Haag ook de vooruitstrevende mannen, de vrijzinnig democraat Jitta, de socialist Luberti, ja zelfs de communist de Visser een volkomen feministisch geluid deden hooren. Maar de tegenstanders hebben ze geen van allen kunnen overtuigen, óók het vrouwelijk deel niet, vertegenwoordigd door Juffr. Loeff, die sprak dat: De door God aan de gehuwde vrouw aangewezen plaats het gezin was

Met allen eerbied voor hare ongetwijfeld eerlijke overtuiging moet toch worden vastgesteld dat hier het R.K. lid sprak, niet de strijdende vrouw zooals wij dat verstaan. Hier blijkt weer hoe juist onze oproep luidt: vrouwen stemt vrouwen die onze beginselen onderschrijven: Want al had de R.K. fractie in den Haagschen Raad uit louter vrouwen bestaan, — zij hadden niet anders kunnen en mogen stemmen. — Het is voor haar: recht en plicht. Aan ons de taak de helderheid te brengen, die overwinningen als den Haag en Groningen „ter navolging" zal toeroepen.

Den Haag Nov. '31 M. C. T.

NOG EENS: DE NATIONALITEIT DER GEHUWDE

VROUW.

In het maandblad „De Opbouw" van September 1931 vinden wij een helder artikel van de hand van Mevr. Bakker— Nort, waarvan het ons vergund zij een kort overzicht te geven.

De grote verschillen, die de wetgevingen der staten op het gebied van de nationaliteit vertonen, maken het uiterst noodzakelik, dat deze materie internationaal geregeld wordt. Van de door deze verschillen ontstane moeilikheden noemen wij hier: de staatloosheid — een Nederlandse, die een Amerikaan huwt, verliest haar nationaliteit, doch wordt de zijne niet deelachtig — en: de dubbele nationaliteit — een Amerikaanse, die met een Nederlander trouwt, behoudt haar eigen nationaliteit en verkrijgt tevens die van haar man.

Hier in Nederland volgt een vrouw geheel passief de nationaliteit van haar man. Bij huwelijk met een vreemdeling, ook al is deze hier te lande woonachtig, kan zij dus b.v. geen Nederlandse pas meer krijgen, verliest haar actief en passief kiesrecht, is niet langer tot ambten en betrekkingen benoembaar enz. Een vreemdelinge daarentegen, die met een Nederlander in den echt treedt, krijgt de volledige bescherming van onzen staat en alle rechten aan het Nederlanderschap verbonden. Zo gaan zelfs zeer ongewenste elementen wel eens zeer bewust met een van onze landgenoten trouwen, en kunnen dan niet meer over de grens worden gezet!

Tegenover dit stelsel, waarin met den wens en den wil der

vrouw geen rekening wordt gehouden staat een ander systeem, waarbij de vrouw als ware zij een denkend wezen zelve het recht verkrijgt in deze voor haar toch zeker allerbelangrijkste kwestie een beslissing te nemen. In vele staten — o. a. Frankrijk en de Scandinaviese landen zijn de wetten op dit stelsel opgetrokken, zonder dat men zoveel ellende heeft gezien van de hier zo gevreesde gevolgen van twee nationaliteiten in één gezin. Al deze landen zijn integendeel zozeer aan eigen stelsel verknocht, dat zij er niet gaarne afstand van zouden willen doen! Dit is duidelik gebleken bij de codificatieconferentie, welke dit voorjaar in den Haag werd gehouden en waar men omtrent de nationaliteit der gehuwde vrouw al even weinig tot overeenstemming is kunnen komen als omtrent de andere punten, die aan de orde waren. De staten, welke in hunne wetgevingen rekening hebben gehouden met de zo sterk veranderde positie der vrouw hadden begrijpelijkerwijze weinig lust hun klok een halve eeuw achteruit te zetten, doch dit vermocht de achterliken toch niet zodanig te imponeeren, dat deze hunnerzijds eigen principes lieten varen. Het inzicht, dat men om der wille van de voordelen ener uniforme regeling eigen souvereiniteit wel eens zal moeten prijs geven is tot de staten helaas nog niet voldoende doorgedrongen!

Evenwel op sommige punten slaagde men er toch in tot overeenstemming te geraken. Een vrouw zal bij huwelijk slechts dan haar eigen nationaliteit verbeuren als zij die van haar man verkrijgt; deze bepaling geldt ook, als de man gedurende het huwelik van nationaliteit verandert, zodat de vrouw dan niet automaties meer medeverandert als haar man zich laat naturaliseren; verliest een vrouw haar nationaliteit bij huwelik, dan kan zij die na ontbinding ervan op haar verzoek terugkrijgen. Men ziet, dat slechts bij naturalisatie van den man gedurende huwelik de vrouw het recht is toegekend over zichzelve te beschikken, overigens nam men zich alleen voor, te zullen bestuderen, of het in de toekomst niet mogelik zou zijn, het beginsel van gelijkheid der seksen, ook in dit stuk wetgeving tot uiting te doen komen.

Wat heeft men echter zelfs aan deze geringe winst, wanneer blijkt, dat de staten de conventie niet wensen te ratificeren? Nederland deed dit wel, maar maakte een voorbehoud met betrekking tot deze artikelen, terwijl Amerika niet wenste te tekenen omdat er te veel onderscheid is gemaakt tussen de rechten van den man en die van de vrouw. Dat ook de internationale vrouwenvereenigingen weinig verrukt zijn van de povere resultaten der conferentie behoeft geen betoog, en zo besloot reeds de volkenbondsvergadering van September '30 op voorstel van Cuba de zaak opnieuw te gaan behandelen. Door de actie van een groep vrouwen is het mogelik geworden, dat men aan bepaalde internationale vrouwenorganisaties opdroeg een rapport uit te brengen. Vier vrouwelike juristen uit verschillende landen — waaronder Mevr. Bakker Nort maakten een concept rapport, waarbij men besloot erop aan te dringen, dat de Haagse conventie zou worden herzien en dat een nieuwe zou zijn gebaseerd op het beginsel van gelijkheid van man en vrouw wat betreft de nationaliteit.

De conclusies van het rapport zijn:

dat het huwelijk op de nationaliteit ener vrouw niet meer invloed behoort te hebben dan op die van den man.

dat de vrouw, ook al is zij gehuwd, evenzeer het recht moet hebben haar nationaliteit te veranderen,