is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 2, 1931-1932, no 12, 15-05-1932

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gename middag, vooral ook door de vlotte en prettige manier, waarop de spreekster haar onderwerp behandelde.

's'Gravenhage. Op 25 April was Mevr. Mr. Bakker-Nort zoo vriendelijk, voor onze Afdeeling en voor het Anti-Cel Comité te spreken over: Het Nieuwe Strafstelsel, waarbij de historische ontwikkeling van ons strafrecht werd uiteengezet, die hoe langer hoe meer gaat in de richting van het plaatsen van den dader in het middelpunt, terwijl vroeger in de eerste plaats werd uitgegaan van de strafbare daad. Aan het slot ontspon zich een levendige gedachtewisseling, speciaal over ons gevangenissysteem, hetgeen bewees, dat Mevr. Bakker-Nort erin geslaagd was ons duidelijk te maken, hoe belangrijk dit onderwerp is en hoeveel er nog over te zeggen zou zijn. Daarom verheugen wij er ons dan ook bijzonder over, dat wij Dr. L. A. Rademaker bereid vonden, om op 14 Mei een voordracht met Lichtbeelden voor onze Afdeeling te houden over „Ons Gevangeniswezen". Ware het niet zoo laat in het seizoen, zoo zou waarschijnlijk nog een 3e lezing volgen door iemand die dagelijks met deze dingen in de praktijk in aanraking komt, — nu zullen wij waarschijnlijk beter doen hiermede te wachten tot September en er dan het nieuwe werkseizoen mee te openen. —

Utrecht. 19 April 1.1. hield de Afdeeling een vergadering waar na afhandeling der verschillende punten der agenda Mevrouw M. B. Coelingh uit Bilthoven optrad als spreekster met als onderwerp „De beroepsarbeid van de gehuwde vrouw". Door het late uur is met algemeen goedvinden het debat tot de volgende vergadering uitgesteld. De opkomst was gering, hetgeen zeer jammer was, want de spreekster gaf interessante nieuwe gezichtspunten over dit vraagstuk.

Voorne en Putten. Voor onze afdeeling sprak op 5 April te Oostvoorne mevr. mr. B. Bakker-Nort. Hoewel de opkomst niet zoo bijzonder groot was (door ziekte en andere redenen hadden eenige leden kennis gegeven tot haar spijt verhinderd te zijn, om te komen) had mevr. Bakker toch een zeer aandachtig gehoor.

Zooals wij dit van mevr. Bakker gewoon zijn, wees zij op vele onrechtvaardigheden voor de vrouw in de wet, welke noodzakelijk veranderd zouden moeten worden. Ook bepleitte zij de noodzakelijkheid van het bestaan van een vereeniging als de onze, en wees er ook op hoe noodig het ook nog voor de vrouwen is te verdedigen wat zij veroverd hebben. Dit wordt door de jongeren weieens vergeten. Wat haar nu heel gewoon toelijkt, hiervoor heeft een vorig geslacht moeten strijden. De jongeren moeten nu meewerken om haar rechten te verdedigen, en zien te bereiken dat wij verder komen tot heil van het gezin, voor de geheele menschheid.

Bij de discussies vroeg een der aanwezigen nog een en ander over de maritale macht, waarbij spr. ook nog gelegenheid had over het maken van huwelijksche voorwaarden bij huwelijk, eigen recht voor beheer voor de vrouw, enz. te spreken.

Nadat de presidente de spreekster dank gezegd had voor het gesprokene van dien avond werd er overgegaan tot een huishoudelijke vergadering waarin verslagen werden goedgekeurd, een artikel in het huishoudelijk reglement veranderd werd, over de Algemeene vergadering die 7 Mei in

A'dam gehouden zal worden werd gesproken en bestuursverkiezingen werden gehouden. Tot afgevaardigde naar de algemeene vergadering te A'dam werd gekozen Mevr. E. Rappard-Broese van Groenau en tot plaatsvervangster de presidente. Als bestuursleden werden herkozen de penningmeesteresse mevr. H. Trouw-Talens en mej. Fortuyn-Drooglever, en gekozen mevr. N. van den Blink-De Hart.

INGEZONDEN.

Aan de Ouders van vrouwelijke leerlingen van H. B. S., Gymnasium of Lyceum, die dezen zomer haar einddiploma hopen te verkrijgen en plannen koesteren voor een studie aan een der hoogescholen, willen de Nederlandsche Vereeniging van Vrouwe met Academische Opleiding en de Vereeniging van Academisch Gevormde Christenvrouwen gaarne inlichtingen verschaffen. Zij meenen die hulp te moeten aanbieden, omdat voor vele Ouders het moeilijk is zich op de hoogte van een studie en vooruitzichten te stellen. Waar zij nu leden tellen onder alle faculteiten, zich gemakkelijk met zustervereenigingen in het buitenland in verbinding kunnen stellen en boveudien de vrouwelijke studentenvereenigingen tot samenwerking bereid vinden, is het mogelijk adressen te geven van personen, bij wie men betrouwbare inlichtingen kan krijgen.

Om misverstand te voorkomen, zij er op gewezen, dat zij zich beperken moeten tot de academische opleiding. Wil men in het algemeen inlichtingen hebben over beroepskeuze voor meisjes, zoo wende men zich tot het Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid in 's-Gravenhage of tot de adviesbureaux voor Beroepskeuze, zooals die in iedere stad bestaan.

Namens de Ned. Ver. voor Vrouwen met

Academische Opleiding:

Mej. Dr. J. REUDLER, Jozef Israëlsplein 17,

's-Gravenhage;

Namens de Ver. van Academisch Gevormde Christenvrouwen:

Mevr. Dr. R. C. S. KRUYSWIJ K-HAM BURGER, Mathenesserlaan 384, Rotterdam.

Naar aanleiding van het stukje „Vrouwenstudieclub in het Aprilnummer, blz. 22, zou ik gaarne willen opmerken, dat hier bedoeld is: de Haagsche „Kring tot Gedachtenwisseling", zooals ook oorspronkelijk door mij was geschreven, maar door de redactie in „Vrouwenstudieclub" werd veranderd, hetgeen nu misschien tot verwarring zou aanleiding geven met de Vr. studiecl. genoemd in het stukje „Ingezonden" op blz. 24, terwijl dit twee verschillende clubs zijn, de eene met avond en andere bedoeld in „ingezonden" met middagbijeenkomsten.

H. C. L. VEDER