is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 3, 1932-1933, no 11, 15-04-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de roeping der vrouw", zoo lezen wij in het programma van de Staatkundig Gereformeerde Partij, en daar ds. Kersten tegen stemplicht is, oefent menige vrouw, wier man bij deze partij is aangesloten haar plicht als kiesgerechtigde tegenover de gemeenschap niet uit en stelt zich willens en wetens bloot aan vervolging door de overheid. Datzelfde programma vermeldt: „Gehuwde vrouwelijke ambtenaren worden in Gemeentedienst niet toegelaten tenzij bij hooge uitzondering". Die laatste toevoeging gaat langzamerhand zoowat overal gelden, al staat het niet in de partijprogramma's, nu wij behalve dan in de grootste gemeenten des lands gehuwde ambtenaressen zien ontslaan met medewerking van ook linksche partijen.

Waar de vrouw niet als kiesgerechtigd wordt erkend, heeft zij als vanzelf ook geen zetel in het H.B. der partij, zoodat ook bij de Anti-Revolutionaire Partij de vrouwen niet in het H.B. vertegenwoordigd worden. De A.R. staan een organisch kiesrecht voor met toepassing van het gezinshoofden-kiesrecht, waaruit volgt, dat alleen weduwen het kiesrecht zou toekomen.

Geen A.R. vrouw kan candidaat zijn voor lid van Gemeenteraad, Provinciale Staten of Staten-Generaal. Het is opmerkelijk, dat vooraanstaande, hoogontwikkelde A.R. vrouwen hare uitsluiting hierbij de natuurlijkste zaak ter wereld vinden en wij hebben wel eens een courantenartikel gelezen, waarin de begaafde oudste dochter van wijlen dr. A. Kuiper dit op grond van den bijbel verdedigde.

Bij de Christelijk Historische Unie is de positie der vrouw geheel anders, hoewel daar de overheid toch ook wordt beschouwd als „Godsdienares" en ze onder de rechtsche partijen gerangschikt moet worden.

Hoewel tot voor kort vooraanstaande vrouwen in die partij de meening waren toegedaan, dat het nuttig zou zijn, zich in eene vrouwengroep aaneen te sluiten om beter allerlei vrouwen te kunnen bereiken en om meer belangstelling bij haar op te wekken voor de Ch. Historische beginselen, is de onlangs gehouden Vrouwendag, welke op initiatief van enkele vrouwen maar met volkomen medewerking van het H.B. is gehouden, zulk een succes geweest, en is daar door vrouwen uit het geheele land van zooveel belangstelling blijk gegeven, dat men dit plan heeft opgegeven. Wel staan nu op het programma gewestelijke vrouwendagen en zijn de wegbereidsters druk bezig nu nog voor den grooten dag van 26 April hiervan eenige te organiseeren. Een eigen Vrouwenblad behoort er tevens tot de wenschen.

Naar verschillende publiekrechtelijke ichamen worden Ch. Historische vrouwen afgevaardigd. Dat mej. mr. Frida Katz niet eene hoogere plaats heeft verkregen op de candidatenlijst voor de 2de Kamer is het gevolg van de wijze waarop in hare partij de candidaatstelling plaats vindt. In Amsterdam bijv. had men haar heel hoog geplaatst, maar andere deelen van het land hebben dit te niet gedaan.

De Roomsch-Katholieke-Staatspartij kent zoowel de vrouw het recht van stemmen toe als dat van gekozen te worden en wij weten dan ook, hoe in verschillende gemeenteraden, Staten en ook in de 2de Kamer de R. Katholieke vrouw hare intrede heeft gedaan.

Geen R.K. vrouw maakt deel uit van het H.B. der partij.