is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 4, 1933-1934, no 2, 15-07-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CONFERENTIE VAN DEN WERELDBOND TE MARSEILLE. (Vervolg) RESOLUTIE OVER DEN NACHTARBEID VOOR VROUWEN.

De Alliance merkt op:

1. Dat het Permanente Hof van Internationale Justitie als zijn meening heeft te kennen gegeven, dat vrouwen in industrieele ondernemingen, welke daar een leidende positie bekleeden, en geen handenarbeid verrichten, vallen onder de bepalingen van de Conventie van Washington (1919) betreffende den arbeid van vrouwen gedurende den nacht.

Dat het Internationale Arbeidsbureau verklaart, dat nog geen enkele regeering of Organisatie den wensch uitgesproken heeft, de betreffende vrouwen te doen vallen onder deze bepalingen.

3. Dat vele regeeringen de meening waren toegedaan, dat deze vrouwen niet onder die bepalingen vielen, terwijl de Alliance verder vaststelt:

a. Dat de Internationale Arbeidsconferentie gemachtigd is een Conventie ten allen tijde te herzien.

b. Dat volgens de opinie van het Permanente Hof de toestand volkomen gewijzigd is, sinds de laatste herziening van de Conventie, door de Internationale Labour-Conferentie.

daarom dringt de Alliance er op aan, dat de Raad van Toezicht van de Internationale Labour-Conferentie met den meesten spoed op de agenda plaatse: „De herziening van de Conventie, met betrekking tot den Nachtarbeid van Vrouwen welke een leidende positie bekleeden".

De Alliance spoort verder de bij haar aangesloten vereenigingen aan, er bij hun Regeeringen op aan te dringen deze herziening te steunen en tenslotte dringt zij er bij de aangesloten vereenigingen op aan, er voor te zorgen, dat ingeval een herziening aan de Internationale Labour-Conferentie wordt voorgelegd, er vrouwen in die delegaties aanwezig zijn en zoo mogelijk afgevaardigden van'die organisaties, die er belang bij hebben.

De Algemeene Vergadering zelf, nam de volgende resoluties aan: „De Vergadering van Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht en gelijk Staatsburgerschap, bijeengekomen te Marseille van 19-23 Maart 1933, besluit — nadat de meening der aangesloten vereenigingen, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, ontvangen is —

I. Dat in zijn programma niet slechts het vraagstuk van het vrouwenkiesrecht moet blijven bestaan, maar ook de volgende punten:

a. Gelijke moraal.

b. Economische gelijkheid (gelijk loon voor gelijken arbeid).

c. Gelijk Staatsburgerschap.

d. Het bevorderen van den Vrede, als grondslag van ieder vruchtbaar werk.

II. a. Stelt met vreugde en dankbaarheid vast, dat de in Marseille vertegenwoordigde vereenigingen zich verbonden hebben om een zoodanige som bij te dragen, dat het mogelijk is, het bovenvermelde programma uit te voeren.

b. Zij draagt het Hoofdbestuur op de noodige stappen te doen om van de vereenigingen die niet vertegenwoordigd waren een dergelijke belofte te verkrijgen, opdat de financieele last van den Wereldbond gelijkelijk zal zijn verdeeld.